Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Van ongebruikelijk naar verdacht: wie beslist straks dat een transactie gemeld moet worden?

Banken, accountants, notarissen en andere poortwachters gaan vanaf juli 2027 niet langer ongebruikelijke, maar verdachte transacties melden bij de Financial Intelligence Unit. Daarmee verandert ook het interne proces dat aan een melding voorafgaat. Poortwachters moeten straks beoordelen of sprake is van kennis, een vermoeden of redelijke gronden voor een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering. De vraag wordt daarmee urgenter: wie beoordeelt de signalen, wie legt ze voor aan de verantwoordelijke functionaris en wie beslist uiteindelijk dat een melding nodig is?

Redactie PONT | Governance 14 september 2026

Nederland kent nu een relatief afwijkend meldsysteem. Instellingen die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen, melden ongebruikelijke transacties aan FIU-Nederland. Dat gebeurt op basis van objectieve en subjectieve indicatoren. Bij bepaalde objectieve indicatoren ontstaat een meldplicht zodra aan het vastgestelde criterium is voldaan, zonder dat de instelling eerst zelf hoeft vast te stellen dat sprake is van een concreet vermoeden van witwassen. Daarnaast kan een instelling zelf aanleiding zien om te veronderstellen dat een transactie verband houdt met witwassen of terrorismefinanciering.

FIU-Nederland analyseert deze meldingen en kan een ongebruikelijke transactie vervolgens verdacht verklaren en beschikbaar stellen aan opsporings- en inlichtingendiensten. Vanaf 2027 verandert het vertrekpunt.

Verdenking wordt het uitgangspunt

De Europese Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) wordt vanaf 10 juli 2027 van toepassing. Artikel 69 bepaalt dat meldingsplichtige instellingen de FIU moeten informeren wanneer zij weten, vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden dat geldmiddelen of activiteiten verband houden met criminele activiteiten of terrorismefinanciering. Poortwachters gaan daardoor verdachte in plaats van ongebruikelijke transacties melden.

Nederland kan bovendien niet langer zelf nationale indicatoren of grenswaarden vaststellen die bepalen wanneer moet worden gemeld. AMLA moet uiterlijk 10 juli 2027 Europese richtsnoeren uitbrengen met indicatoren voor verdachte activiteiten of gedragingen. Dat betekent niet dat een poortwachter moet vaststellen dat daadwerkelijk wordt witgewassen: een vermoeden of redelijke gronden daarvoor kunnen voldoende zijn. Maar een objectieve Nederlandse indicator kan straks niet meer zelfstandig de meldplicht bepalen.

Wie beoordeelt een signaal?

Daarmee wordt de interne beoordeling belangrijker. Bij een bank kan transactiemonitoring duizenden signalen opleveren. Een geautomatiseerd systeem kan afwijkend gedrag herkennen, maar daarmee staat nog niet vast dat de Europese meldnorm is bereikt. Er moet worden beoordeeld wat het signaal betekent in de context van de klant, diens transacties en het bekende risicoprofiel.

Voor kleinere poortwachters geldt dezelfde vraag. Ook een accountant, notaris of advocaat moet kunnen bepalen wanneer beschikbare informatie voldoende aanleiding geeft voor een melding. De AMLR geeft een deel van het antwoord: de aangewezen compliance officer moet de informatie uit artikel 69 aan de FIU doorgeven. Maar daarmee is nog niet bepaald hoe het besluitvormingsproces vóór de melding moet worden ingericht.

Organisaties moeten bijvoorbeeld bepalen welke informatie bij een signaal wordt verzameld, wanneer nader cliëntenonderzoek nodig is, wanneer een signaal aan de verantwoordelijke functionaris wordt voorgelegd en wie uiteindelijk bepaalt dat de meldnorm is bereikt. Ook dossiervorming wordt belangrijker. Als achteraf discussie ontstaat over de vraag waarom wel of niet is gemeld, moet kunnen worden gereconstrueerd welke informatie beschikbaar was en hoe die is beoordeeld. Dat raakt compliance en risicobeheer, maar uiteindelijk ook de verantwoordelijkheid van het bestuur.

AMLA werkt aan uniforme meldingen

Een deel van de nieuwe systematiek wordt momenteel uitgewerkt. AMLA consulteert tot 20 september 2026 technische standaarden voor de manier waarop vermoedens bij FIU's moeten worden gemeld. Voor verschillende soorten poortwachters worden afzonderlijke templates ontwikkeld. Ook komen er standaarden voor het verstrekken van transactieregistraties door krediet- en financiële instellingen.

Daarmee moeten de sterk uiteenlopende meldsystemen binnen de EU verder worden geharmoniseerd. Meldingen worden gebaseerd op een gemeenschappelijke set gegevens, waarbij de vereiste informatie kan verschillen per sector en type vermoeden. Dat is vooral relevant voor poortwachters die in verschillende lidstaten actief zijn en nu met verschillende meldformats werken.

De standaardisering bepaalt echter vooral hoe een melding wordt gedaan. De moeilijkere vraag is wanneer er voldoende aanleiding is om te melden. Die beoordeling blijft bij de poortwachter. FIU-Nederland blijft vervolgens de ontvangen informatie analyseren en combineren met andere gegevens.

Van detecteren naar onderbouwen

Voor bestuurders en compliance officers betekent de verandering dat vóór juli 2027 duidelijk moet zijn wie signalen beoordeelt, wanneer deze aan de verantwoordelijke functionaris worden voorgelegd, wie verantwoordelijk is voor de melding en hoe de afweging wordt vastgelegd. Een instelling moet voorkomen dat ieder afwijkend signaal uit voorzichtigheid alsnog wordt gemeld, maar een te hoge interne drempel kan ertoe leiden dat daadwerkelijke vermoedens niet of te laat bij de FIU terechtkomen.

De overgang van ongebruikelijk naar verdacht is daarmee meer dan een wijziging van de meldsystematiek. Een belangrijker deel van het oordeel komt bij de poortwachter zelf te liggen.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

-->