De Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) heeft de integriteit van de vergunde trustsector aantoonbaar versterkt. Toch kan niet worden vastgesteld dat daarmee ook het Nederlandse financiële stelsel als geheel veiliger is geworden. Dat is de belangrijkste conclusie uit de evaluatie van de wet door SEO Economisch Onderzoek. Volgens de onderzoekers verplaatsen ongewenste activiteiten zich deels naar illegale aanbieders en andere constructies, waardoor een zogenoemd waterbedeffect ontstaat.

De wet trad in 2019 in werking na maatschappelijke en politieke zorgen over de rol van trustkantoren bij belastingontwijking en witwassen. Sinds de introductie zijn de regels bovendien flink aangescherpt. Er kwam een verbod op belastingadvies, het cliëntenonderzoek werd strenger en De Nederlandsche Bank (DNB) kreeg meer handhavingsbevoegdheden.
De evaluatie laat zien dat deze aanpak binnen de sector vruchten afwerpt. Vergunde trustkantoren vullen hun poortwachtersrol beter in, het toezicht van DNB is intensiever geworden en de samenwerking binnen de toezichtketen verloopt soepeler. De sector zelf is dus schoner geworden.
De crux zit echter aan de achterkant. Omdat de regels voor legale kantoren zo streng zijn geworden, wijken risicovolle cliënten en malafide partijen uit naar alternatieven. Er is brede consensus dat activiteiten verschuiven naar illegale trustkantoren (die zonder vergunning opereren), buitenlandse partijen of juridische constructies die net buiten de definities van de wet vallen. Signalen over illegale trustdienstverlening zijn de afgelopen jaren dan ook toegenomen.
Het totale integriteitsrisico voor Nederland is daardoor niet per se afgenomen; het heeft zich verplaatst naar plekken waar de toezichthouder het niet ziet.
SEO adviseert daarom om de wet niet nóg verder aan te scherpen of definities opnieuw op te knippen. De winst zit nu in het verhogen van de pakkans van illegale aanbieders.
Om dat te bereiken is een omslag nodig in de manier van handhaven. De onderzoekers adviseren DNB en andere ketenpartners (zoals de FIOD, Belastingdienst en het OM) om over te stappen op datagedreven detectie, bijvoorbeeld door slim gebruik te maken van KvK-data. Nu lopen toezichthouders nog te vaak aan tegen juridische en administratieve barrières bij het delen van informatie.
Daarnaast knelt de financiering: momenteel worden de kosten voor de aanpak van illegaliteit doorberekend aan de legale sector. Dat zorgt voor een scheve balans. Er moet dus meer focus – en budget – naar de actieve opsporing van partijen die buiten de wet om werken.
Tot slot wijst de evaluatie op de komst van het nieuwe Europese antiwitwaspakket (AMLR) in 2027. Omdat deze Europese regels rechtstreeks gaan gelden, zullen veel specifieke Nederlandse bepalingen over cliëntenonderzoek uit de Wtt 2018 vervallen. Nederland blijft wel vasthouden aan een strenge invulling voor de trustsector. Het rapport adviseert de wetgever om er scherp op toe te zien dat er na 2027 geen ongelijk Europees speelveld ontstaat, waarbij Nederlandse kantoren strenger worden behandeld dan hun Europese concurrenten.
