De strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering in Nederland vraagt om een verschuiving naar een meer proportionele en datagestuurde aanpak. Dat blijkt uit de nieuwste "Financial Crime Threat Assessment (FCTA) 2026", een gezamenlijk rapport van publieke en private partners onder leiding van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Het rapport benadrukt dat banken niet langer alleen kunnen opereren; de effectiviteit van het ecosysteem hangt af van nauwe samenwerking met andere poortwachters en autoriteiten

Het rapport biedt een actueel overzicht van de belangrijkste dreigingen op het gebied van financiële criminaliteit in Nederland voor de periode eind 2025 tot begin 2026. Voor de zogenaamde 'poortwachters' – waaronder banken, maar ook Payment Service Providers (PSP's), Virtual Asset Service Providers (VASP's), notarissen en accountants – fungeert het document als een essentiële gids om hun controles gerichter in te zetten.
Een kernpunt in het rapport is de verschuiving naar een risicogebaseerde benadering. Door de introductie van een nieuwe systematiek worden "high and low value areas" geïdentificeerd. Dit stelt poortwachters in staat om meer capaciteit in te zetten waar de risico's het hoogst zijn en juist minder controles uit te voeren in gebieden met een laag risico. Voor laagrisicogebieden kan een vereenvoudigd cliëntenonderzoek (simplified due diligence) worden overwogen, mits dit gebeurt binnen een geharmoniseerde aanpak. Dit moet voorkomen dat poortwachters disproportionele maatregelen nemen voor activiteiten die buiten hun directe gezichtsveld vallen.
Het rapport besteedt specifieke aandacht aan de dreiging van "Money Laundering as a Service", waarbij professionele facilitators zoals advocaten, accountants en notarissen worden misbruikt om criminele geldstromen te legitimeren. De Nationale Risk Assessment (NRA) rangschikt het misbruik van deze beroepsgroepen als de dreiging met de hoogste potentiële maatschappelijke impact. Criminelen maken gebruik van hun expertise om complexe meerlaagse bedrijfsstructuren en schijntransacties op te zetten die voor individuele banken moeilijk te doorzien zijn.
De versnelde digitalisering, inclusief de opkomst van fintechs en crypto-dienstverleners, zorgt voor een versnipperd betalingslandschap. Het rapport waarschuwt dat dit het lastiger maakt om illegale geldstromen door de gehele keten te volgen. Hierdoor wordt de rol van nieuwe poortwachters, zoals VASP's (onderworpen aan de MiCAR-regelgeving), cruciaal. Samenwerking en informatiedeling tussen deze nieuwe spelers en traditionele banken is volgens het rapport essentieel om witwaspraktijken, zoals via crypto-mixers of "chain-hopping", effectief te verstoren.
Met de naderende komst van de Europese Anti-Money Laundering Authority (AMLA) in 2027 staat de sector aan de vooravond van verdere harmonisatie en strengere nalevingsvereisten. Het FCTA 2026 dient hierbij als fundament voor banken om hun Systematic Integrity Risk Assessments (SIRA) te versterken met concrete 'red flags' en datapunten. De boodschap van het rapport is helder: alleen door taken proportioneel te verdelen over het gehele ecosysteem – waarbij elke poortwachter zijn eigen verantwoordelijkheid neemt – kan Nederland een vuist maken tegen de steeds professionelere financiële criminaliteit.
