Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Nieuwe inlichtingenwet onder vuur: meer bevoegdheden, minder toezicht

Het kabinet wil de inlichtingen- en veiligheidsdiensten meer bevoegdheden geven, maar vermindert tegelijkertijd op verschillende punten de onafhankelijke controle. Zowel het College voor de Rechten van de Mens als Privacy First waarschuwt dat het conceptvoorstel voor de Wet bescherming nationale veiligheid onvoldoende bescherming biedt tegen inbreuken op grondrechten. Vooral de ruimere hackbevoegdheden, grootschalige gegevensverzameling en beperkingen van het voorafgaande toezicht roepen vragen op.

Redactie PONT | Governance 14 oktober 2026

a city street at night

Het kabinet werkt aan een nieuwe Wet bescherming nationale veiligheid, die de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) moet vervangen. Het voorstel moet de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) beter toerusten om nieuwe dreigingen te bestrijden en administratieve lasten te verminderen.

Het College voor de Rechten van de Mens erkent dat veranderende veiligheidsdreigingen om nieuwe bevoegdheden kunnen vragen. Volgens het College moeten de waarborgen en het toezicht dan wel meegroeien. Dat gebeurt in het huidige voorstel onvoldoende. Privacy First gaat verder en stelt dat de uitbreiding van bevoegdheden, in combinatie met minder toezicht, een bedreiging kan vormen voor de democratische rechtsstaat.

Hacken zonder onafhankelijke toets vooraf

Een belangrijk bezwaar betreft het verminderen van verplichte voorafgaande toestemmingen. Volgens het College maakt het wetsvoorstel het mogelijk om computers en smartphones te hacken zonder dat daar eerst een onafhankelijke toets aan voorafgaat.

Ook introduceert het voorstel uitzonderingen op de voorafgaande toetsing bij de inzet van bevoegdheden tegen personen of organisaties die als 'evidente tegenstanders' worden aangemerkt. Privacy First spreekt in dit verband van een nieuw 'opponentenregime' en waarschuwt voor het risico dat bepaalde personen of organisaties hierdoor minder rechtsbescherming genieten.

Daarnaast maakt Privacy First zich zorgen over de mogelijkheden om internetverkeer grootschalig te onderscheppen en grote hoeveelheden gegevens te verzamelen en te analyseren. Volgens de organisatie zijn verschillende bevoegdheden onvoldoende afgebakend en is de noodzaak of proportionaliteit ervan niet overtuigend aangetoond. Ook de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, het gebruik van AI en algoritmen en de internationale uitwisseling van gegevens roepen volgens Privacy First fundamentele vragen op.

Toezicht moet kunnen meegroeien

Naast de uitbreiding van bevoegdheden staat ook de inrichting van het toezicht ter discussie. Het College vindt dat het wetsvoorstel onvoldoende garandeert dat de onafhankelijke toezichthouder de ruimere mogelijkheden van de diensten effectief kan blijven controleren.

Volgens het College zijn waarborgen nodig vóór, tijdens en na de inzet van ingrijpende bevoegdheden. Controle achteraf kan daarbij niet zonder meer de bescherming vervangen die een onafhankelijke toets vooraf biedt.

Een ander kritiekpunt betreft het staatsnoodrecht in het voorstel. Daarmee zouden ministers onder bepaalde uitzonderlijke omstandigheden het toezicht op de diensten buiten werking kunnen stellen. Het College vindt deze mogelijkheid onvoldoende onderbouwd en mist een kritische beoordeling van de risico's op misbruik.

Balans tussen nationale veiligheid en grondrechten

De kritiek van beide organisaties raakt aan een centrale vraag bij de herziening van de inlichtingenwet: hoeveel ruimte moeten veiligheidsdiensten krijgen om dreigingen te onderzoeken, en welke onafhankelijke controle is nodig om misbruik van die bevoegdheden te voorkomen?

Het College benadrukt dat effectieve bescherming van grondrechten en sterke veiligheidsdiensten elkaar niet hoeven uit te sluiten. Privacy First vindt dat de balans in het huidige concept te ver is verschoven richting nationale veiligheid en pleit ervoor het voorstel in te trekken of grondig te herzien.

De reacties zijn ingediend in het kader van de voorbereiding van de nieuwe wet. Het gaat vooralsnog om een conceptvoorstel. Welke bezwaren het kabinet overneemt en hoe de bevoegdheden en het toezicht uiteindelijk worden vormgegeven, moet nog blijken.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

-->