Gerichte Amerikaanse sancties tegen Nederland kunnen de nationale veiligheid ernstig aantasten. Vooral de afhankelijkheid van Amerikaanse technologie, energie en financiële diensten maakt Nederland kwetsbaar voor buitenlandse druk. Dat blijkt uit een scenarioanalyse van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV), opgesteld in opdracht van de NCTV. De onderzoekers waarschuwen dat economische druk niet alleen de economie kan raken, maar ook de democratische rechtsstaat en het functioneren van internationale instellingen.

Het ANV onderzoekt in de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid 2026 wat er kan gebeuren wanneer Nederland door de Verenigde Staten economisch en politiek wordt geïsoleerd. Het gaat nadrukkelijk om een fictief, maar plausibel worstcasescenario en niet om een voorspelling. De onderzoekers hebben de waarschijnlijkheid van het scenario niet vastgesteld.
Aanleiding voor de analyse is de toenemende inzet van economische afhankelijkheden als geopolitiek drukmiddel. Volgens het ANV stellen de Verenigde Staten zich steeds vaker dwingend op tegenover bondgenoten. Daarbij worden economische maatregelen, zoals importheffingen en sancties, ingezet om politieke doelstellingen te bereiken.
Een van de belangrijkste risico's is de sterke afhankelijkheid van Amerikaanse technologie. Grote Amerikaanse technologiebedrijven domineren de markt voor digitale dienstverlening, terwijl ook de Nederlandse overheid gebruikmaakt van hun infrastructuur.
In het onderzochte scenario wordt de beschikbaarheid van digitale diensten voor de Rijksoverheid geraakt. De onderzoekers wijzen daarnaast op mogelijke verdergaande gevolgen, zoals het ontoegankelijk worden van particuliere en zakelijke accounts bij Amerikaanse technologiebedrijven.
Ook de afhankelijkheid van Amerikaanse defensiecapaciteiten, olie en vloeibaar aardgas (LNG) vergroot de kwetsbaarheid. Wanneer meerdere essentiële diensten tegelijkertijd worden getroffen, kunnen verstoringen zich via leveringsketens verspreiden naar andere sectoren.
De gevolgen beperken zich volgens het ANV niet tot economische schade. In het scenario wordt ook de internationale positie van Nederland zwaar getroffen en komt de democratische rechtsstaat onder druk te staan.
Bijzondere aandacht gaat uit naar het Internationaal Strafhof (ICC) en het Internationaal Gerechtshof (ICJ), die beide in Den Haag zijn gevestigd. Het rapport verwijst naar eerdere Amerikaanse sancties tegen het ICC, waardoor medewerkers werden beperkt in hun toegang tot Amerikaanse financiële en digitale diensten.
Volgens de onderzoekers kunnen buitenlandse economische druk, politieke inmenging en maatschappelijke polarisatie elkaar versterken. Daardoor kunnen niet alleen overheidsdiensten en internationale instellingen worden geraakt, maar ook de politieke en maatschappelijke stabiliteit.
Om de kwetsbaarheid te verminderen, adviseren de onderzoekers te investeren in eigen Europese capaciteiten op het gebied van energie, digitale technologie en defensie. Daarnaast is betere internationale coördinatie nodig om te voorkomen dat individuele EU-lidstaten onder druk worden gezet.
Voor bestuurders en publieke organisaties maakt het rapport vooral duidelijk dat afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers meer is dan een economisch of technisch vraagstuk. De continuïteit van digitale diensten, financiële transacties en essentiële voorzieningen kan mede afhangen van geopolitieke beslissingen waarop organisaties zelf weinig invloed hebben.
Het rapport roept daarmee een belangrijke vraag op: in hoeverre zijn overheden en organisaties voorbereid op het plotseling wegvallen van diensten van een buitenlandse leverancier?
