Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Kabinet: gevolgen van regionalisering zijn onvoldoende doordacht

Het Rijk organiseert steeds meer beleid en publieke taken op regionale schaal, maar heeft onvoldoende nagedacht over wat die ontwikkeling betekent voor de inrichting van het openbaar bestuur. Dat erkent minister Heerma van Binnenlandse Zaken in de voortgangsbrief over de Actieagenda Goed Bestuur. Eind 2026 moet een rijksbrede visie duidelijk maken welke bestuurlijke en democratische voorwaarden nodig zijn wanneer regio's een steeds belangrijkere rol krijgen.

Redactie PONT | Governance 7 september 2026

De regio wordt steeds belangrijker binnen het Nederlandse openbaar bestuur. Maatschappelijke opgaven overstijgen regelmatig gemeentegrenzen en vragen om samenwerking tussen gemeenten, provincies, het Rijk en andere organisaties. Tegelijkertijd stimuleert het Rijk regionale samenwerking via onder meer Regio Deals, het Nationaal Programma Vitale Regio's en andere gebiedsgerichte programma's.

Die ontwikkeling heeft volgens het kabinet ook een keerzijde. BZK erkent dat het ministerie en andere departementen regionalisering op verschillende manieren stimuleren, terwijl de consequenties daarvan nog onvoldoende zijn doordacht.

De regio is namelijk geen zelfstandige bestuurslaag zoals het Rijk, de provincie of de gemeente. Toch wordt steeds vaker verwacht dat regionale samenwerkingsverbanden maatschappelijke opgaven aanpakken met een slagkracht en democratische legitimatie die vergelijkbaar zijn met die van bestaande bestuurslagen.

Positie gemeenten en provincies verandert

Daardoor verandert ook de positie van gemeenten en provincies. Taken en verantwoordelijkheden worden formeel niet noodzakelijk naar een nieuwe bestuurslaag overgedragen, maar beleid wordt in de praktijk wel steeds vaker gezamenlijk op regionale schaal voorbereid en uitgevoerd.

Dat kan spanning opleveren met de democratische controle. Gemeenteraden en Provinciale Staten blijven verantwoordelijk voor hun eigen bestuur, terwijl besluiten mede tot stand kunnen komen in samenwerkingsverbanden waarin verschillende overheden deelnemen.

BZK constateerde eerder al dat regionale samenwerking noodzakelijk is, maar tekortkomingen kan hebben op het gebied van slagkracht en democratische legitimatie. Het ministerie wil daarom niet langer alleen naar afzonderlijke samenwerkingsvormen kijken, maar naar de gevolgen van regionalisering voor het openbaar bestuur als geheel.

Rijksbrede visie eind 2026

Daarvoor werkt BZK aan een rijksbrede visie op de rol van regio's en regionale samenwerking. Die moet duidelijker maken welke plaats de regio binnen het openbaar bestuur inneemt en hoe het Rijk meer regie kan voeren op verdere regionalisering.

Daarbij kijkt het ministerie onder meer naar de bestuurlijke en democratische voorwaarden voor regionale samenwerking, de veranderende positie van gemeenten en provincies en de gevolgen voor de bestuurs- en uitvoeringskracht en schaalgrootte van gemeenten. BZK wil daarnaast onderzoeken of zogenoemde taakdifferentiatie mogelijkheden biedt, waarbij niet iedere gemeente noodzakelijk dezelfde taken en verantwoordelijkheden hoeft te hebben.

Ook de rol van het Rijk zelf wordt tegen het licht gehouden. De minister wil bekijken of de verhouding tussen Rijk en regio moet worden herzien.

De visie moet eind 2026 naar de Tweede Kamer. Daarbij komt een plan van aanpak om in 2027 te komen tot beleidsmaatregelen en instrumenten waarmee het kabinet meer regie kan voeren op regionalisering.

Daarmee verschuift de discussie van de vraag óf regionale samenwerking nodig is naar de voorwaarden waaronder die samenwerking bestuurlijk houdbaar blijft. Naarmate meer publieke taken op regionale schaal worden georganiseerd, wordt ook belangrijker hoe duidelijk blijft wie besluiten neemt, wie daarop democratisch controle uitoefent en wie uiteindelijk verantwoordelijk kan worden gehouden.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter