Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

De denker der Nederlanden over ... ambtenaren en burgerparticipatie

Als denker der Nederlanden, schrijver en filosoof laat David van Reybrouck regelmatig van zich horen. Tijdens Springtij op Terschelling had PONT | Omgeving de zeldzame kans om met de Vlaming in gesprek te gaan. We spraken Van Reybrouck over zijn ideeën over burgerinspraak en het versterken van de democratie, waarover hij zich al talloze keren heeft uitgesproken. Maar wat vindt de man die over elk denkbaar onderwerp een scherpe en verfrissende visie heeft over een onderwerp als participatie onder de Omgevingswet? En hoe kijkt hij aan tegen de rol van de ambtenaar bij de gemeente? “De ambtenaar heeft een frustrerende positie. In het huidige systeem verdwijnt veel van je harde werk in de gehaktmolen.”

20 oktober 2026

Denker der Nederlanden David van Reybrouck: “Lauwe politieke compromissen zijn voor ambtenaren ontzettend onbevredigend.”

David van Reybrouck verscheen niet zomaar op duurzaamheidsevent Springtij, want de zorgen over de stand van de lage landen zitten hem hoog. In zijn openingsvoordracht projecteerde de denker der Nederlanden zich dertig jaar vooruit. Wat als we dan terugkijken naar de zomer van 2026? Was dat het jaar waarin we – te midden van geel gras en bruine lucht – wakker werden en de moed hadden om in actie te komen?

De denker der Nederlanden doelt daarbij niet alléén op klimaatverandering. De afgelopen vijftien jaar legde hij zich in zijn publicaties en onderzoek toe op de positie van de burger en versterking van onze democratie. Broodnodig, betoogde Van Reybrouck tijdens Springtij. Antidemocratische krachten en populistische partijen winnen snel terrein, de burger wordt wanhopiger en voelt zijn afstand tot de gevestigde macht groeien. Al deze ontwikkelingen hebben met elkaar te maken. Hoe kunnen we dit tij keren?

Vérdenken als middel tegen “de tyrannie van het nu”

Van Reybrouck ziet als belangrijke politieke tekortkoming van deze tijd dat politici verstrikt zitten in kortetermijnlogica’s. Waar voor de socialmediagebruiker de liefde voor content zolang duurt als de volgende swipe, zo reikt de horizon van regerende politici slechts tot de volgende verkiezingen. Dat de Nederlandse regering de afgelopen jaren de helft van de tijd demissionair is geweest en formaties steeds ingewikkelder worden, versterkt die politieke kramp van kortzichtigheid. Terwijl onze politiek en het beleid juist behoefte hebben aan een visie op langere termijn – vérdenken dus. De “tyrannie van het nu”, zoals Van Reybrouck die noemt, is er immers mede de oorzaak van dat wij de grote uitdagingen van nu niet meer opgelost krijgen.

Opmerkelijk is dat utopisch denken, als je het al hoort, tegenwoordig onmiddellijk verdacht wordt gemaakt, constateert van Reybrouck. Typerend vindt hij de instelling van vrijwel alle landen op de wereldwijde COP-klimaatconferenties: “Elk land verschijnt daar met mooie woorden over het redden van de planeet, maar komt in de eerste plaats voor het zo veel mogelijk sparen van zijn eigen land op korte termijn.”

“Met burgers erbij gedragen we ons als volwassenen”

Van Reybrouck ziet burgerberaad in allerlei vormen als sleutel om de democratie en beleid te versterken. Goed georganiseerd burgerberaad vergroot het vertrouwen in de politiek, bevordert draagvlak onder de bevolking én maakt beleid beter, eerlijker. In Nederland staat deze vorm van inspraak nog in de kinderschoenen. De gemeente Amersfoort heeft recent geëxperimenteerd met een gelote Burgerraad; in 2027 vindt hiervan de tweede editie plaats. Als de ervaringen positief blijven, wordt vanaf 2028 een permanente gelote Burgerraad aangesteld.

Misschien, oppert de Vlaming, zou Nederland een Derde Kamer kunnen gebruiken, bevolkt door een burgerafspiegeling van Nederland, die zich op langetermijnvraagstukken concentreert en daarover aanbevelingen doet. Op die manier, betoogt Van Reybrouck, kunnen politici het aan burgers overlaten om de kastanjes uit het vuur te halen wat betreft de politiek gevoelige kwesties van nu en daarbij de gevolgen op (zeer) lange termijn mee te wegen in voorgenomen beleid. “Ik merk dat burgerberaden beter in staat zijn tot vérdenken dan politici in klassieke electorale democratieën: de leden van het burgerberaad hoeven immers niet de volgende verkiezingen te winnen.”

Bovendien leveren dit soort aanbevelingen meer inhoudelijke en daardoor waardevolle input op dan een referendum, dat er in wezen uit bestaat dat de politiek aan de samenleving een voorgekookte, gesloten vraag stelt. Neem burgers serieuzer en betrek ze directer bij politieke besluitvorming. Want: “Met burgers erbij gedragen we ons als volwassenen.”

Intussen wordt steeds minder geld en aandacht geïnvesteerd in onze democratie. Dit terwijl anti-democratische processen juist aan kracht winnen en een steeds zwaardere stempel drukken op politiek en besluitvorming.

Van de ideeën over burgerberaad is de brug snel geslagen naar andere vormen van het betrekken van de burger bij de politiek. Hoe kijkt Van Reybrouck, vanuit de sterk onderbouwde opvattingen die hij over het burgerberaad heeft, over participatieve processen op lokaal niveau? En welke rol spelen ambtenaren hierin, als vertegenwoordigers van het volk binnen de publieke sector?

PONT | Omgeving: Burgerparticipatie is een belangrijke pijler onder de in 2024 ingevoerde Omgevingswet. In het lokale bestuur zien we dat participatieve processen vaak nog onvoldoende van de grond komen. Zitten gemeenteambtenaren wel te wachten op de stem van de burger?

David van Reybrouck: Diep in hun hart zeker. Als ambtenaar zit je vaak in een frustrerende positie. In mijn gesprekken met ambtenaren merk ik dat het mensen zijn die hard werken, over veel dossierkennis beschikken en een goed beeld hebben van de lokale situatie. Ze doen vaak jarenlang beleidsvoorbereidend werk. Juist in de laatste rechte lijn wordt dat harde werk verhaspeld door politiek getouwtrek met de bijbehorende compromissen, waarbij essentiële onderdelen door de gehaktmolen worden gehaald. Hierdoor ontstaat beleid dat rationeel en wetenschappelijk suboptimaal is. En je ziet als ambtenaar zelden het eindresultaat van de goede ideeën die je aanvankelijk had.

Hoe kunnen burgerberaden het werk van de ambtenaar inspirerender maken?

Burgerberaad en burgerparticipatie kunnen deze dynamiek een nieuwe dimensie geven. Wat nu als een ambtenaar zijn voorgenomen beleid aan burgers kan presenteren en er met hén over in discussie gaat?

Onze huidige parlementaire democratie is een particratie (waarbij partijpolitiek bepalend is, red.). Die leidt zelden tot warme besluiten en meestal tot lauwe compromissen. Die lauwheid frustreert ambtenaren ontzettend. Ik merk dat veel ambtenaren enthousiast zijn over de uitkomsten van burgerberaden, omdat gelote burgers met dezelfde rationaliteit te werk gaan als zijzelf.

Ja, sommige ambtenaren zullen er niet voor warmlopen als ze burgerinspraak moeten organiseren en er weinig middelen en tijd voor krijgen. Maar tegelijkertijd is de ambtenaar er uiteindelijk blij mee, want het is eindelijk een verstandige manier om tot besluitvorming te komen. Beter dan het rare ritueel waarbij de oppositie nooit zal meestemmen met de coalitie, omdat dat nu eenmaal de regels van het spel zijn.

Toch komen juist vanuit ambtenaren geluiden als: participatie kost tijd en inspanning en houdt besluitvorming op, terwijl we het al zo druk hebben en onderbemand zijn. Daar is de maatschappij ook niet bij gebaat.

Ik snap die gedachte. Participatie doe je er niet zomaar even bij. Het vraagt tijd, middelen en expertise om het goed en vruchtbaar te organiseren. Als je als gemeente even snel participatie doet om het te kunnen afvinken, eindig je doorgaans met nóg gefrustreerder burgers.

Mijn ervaring is dat de omweg van participatie en deliberatie achteraf vaak een snelweg blijkt. Ja, democratische processen kosten tijd en zijn nooit gratis. Maar wat nog duurder is, is het herstellen van een dictatuur. We investeren in bedrijfsleven, innovatie, woningen… Waarom zouden we dat niet doen in onze democratie?

In dat verband klinkt de term ‘schijnparticipatie’ vaak: de burger wordt zogenaamd betrokken, maar in de praktijk bestaat dit uit een bijeenkomst waarin zij alleen geïnformeerd worden over het beleid.

Exact. Zo gaat het vaak en dat is kwalijk. Niet luisteren maar spreken, en denken dat dat hetzelfde is. Mensen mogen schreeuwen, maar er wordt niets mee gedaan.

Het gevolg kan zijn: participatiemoeheid. Burgers voelen zich niet serieus genomen en raken het zat om ‘zogenaamd’ mee te mogen praten over beleid, mede omdat er in de Omgevingswet geen resultaatverplichting aan participatie is verbonden. Hoe kunnen we dit verbeteren? Wanneer is de burger genoeg betrokken?

Nepparticipatie leidt absoluut tot participatiemoeheid. Verkwansel deze laatste kans niet. We hebben niet veel tools om de democratie te updaten. We zijn al percentages aan het verliezen die richting autocratische of zelfs fascistische regimes gaan. Schijnparticipatie kan dit in de hand werken.

Van participatie en burgerberaden is de efficiëntie bewezen, mits het goed en serieus wordt aangepakt. Je kunt afgehaakte inwoners terug laten aanhaken. We hebben voorbeelden van boze burgers die – zodra ze zich gehoord voelden en doorkregen dat ze daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen – in korte tijd transformeerden tot betrokken burgers.

Dat wil niet zeggen dat de wil van burgers altijd opgevolgd moet worden, maar doe als politiek achteraf ten minste wat je op voorhand hebt gezegd. Zo moet in Duitstalig België, dat een voorloper is in de toepassing van burgerberaad, de overheid een jaar lang in gesprek blijven met burgers die aanbevelingen hebben gedaan, en na dat jaar schriftelijk motiveren wat ze ermee hebben gedaan. In Parijs gaan ze nog verder: daar formuleren burgers geen aanbevelingen, maar een wetsontwerp waarover vervolgens meteen gestemd moet worden.

In politiek Den Haag wordt momenteel geworsteld om de grote maatschappelijke vraagstukken van onze tijd op te lossen: woningnood, de stikstofcrisis, de energietransitie, enzovoort. Wat is uw advies aan politici en bestuurders om de nodige transities vooruit te helpen?

Dat de burger de politiek wantrouwt, is bekend. Maar er is ook veel wantrouwen van de politiek jegens de burger. Dat is nauwelijks in kaart gebracht. Ik begrijp het wantrouwen, omdat je als gekozen politicus vaak de venijnigste kant van de vox populi ziet: geschreeuw op sociale media, uit de hand gelopen betogingen. We laten ons daardoor opjutten. De natuurlijke reflex is dan om je nog meer terug te trekken in je bastion. Gek genoeg zien we dat juist bij populistisch rechts terug: zij pretenderen de bevolking zó goed te vertegenwoordigen, dat het volk zelf niet meer hoeft te spreken. Als je zogenaamd voor Henk en Ingrid opkomt, waarom vertrouw je Henk en Ingrid dan eigenlijk niet?

Mijn boodschap is: je hoeft het als overheid niet alleen te doen. Juist de burger kan bijdragen aan het oplossen van de grote problemen van deze tijd. Betrek je inwoners er daarom alsjeblieft bij.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter