Het kabinet moet duidelijker maken wie onder welke voorwaarden toegang krijgt tot de Nederlandse UBO-registers. Het huidige voorstel hierover is op belangrijke punten onduidelijk. Dat concludeert de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) na toetsing van het conceptbesluit over toegang tot de UBO-registers.

UBO-registers bevatten informatie over de natuurlijke personen met uiteindelijke zeggenschap over bepaalde soorten organisaties (UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’). Nederland heeft twee UBO-registers: één over de personen achter vennootschappen, stichtingen en verenigingen en één over trusts en vergelijkbare constructies.
Het doel van de registers is transparantie geven over eigendom van en zeggenschap over organisaties, onder meer om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. In beide registers staan personen met meer dan 25% belang of met stemrecht.
Sinds 2022 is onbeperkte toegang tot UBO-informatie niet langer toegestaan. Dat oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie. Volgens het Hof mogen de privacygevoelige gegevens alleen worden ingezien als daarvoor een aantoonbaar legitiem belang bestaat. Dit ter bescherming van de privacy.
Nederland heeft dit uitgangspunt in 2023 in de wet vastgelegd. Daardoor hebben nu alleen bevoegde instanties, zoals het OM en de Belastingdienst, toegang tot de allergevoeligste informatie, waaronder iemands BSN en woonadres. Informatie zoals naam, nationaliteit en geboortemaand en -jaar is toegankelijk voor meer partijen, waaronder banken en bijvoorbeeld bepaalde journalisten.
Deze partijen moeten dan wel voldoen aan een aantal regels. Het kabinet werkt deze regels nu verder uit in een besluit. Dit is een belangrijke stap, maar volgens de AP moet het kabinet het conceptbesluit op meerdere punten aanscherpen om te voldoen aan de Europese regels:
