Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Nieuw sanctieverbod Israël: hoe controleert een bedrijf waar goederen werkelijk vandaan komen?

Vanaf 22 september mogen goederen uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen niet meer in Nederland worden ingevoerd, gekocht of verkocht. Voor bedrijven ontstaat daarmee een praktische vraag over compliance: hoe stel je vast waar een product daadwerkelijk vandaan komt? Alleen controleren met wie zaken wordt gedaan is niet voldoende. Het nieuwe sanctiebesluit kijkt naar de geografische oorsprong van het goed, inclusief grondstoffen en onderdelen die uit een nederzetting afkomstig zijn.

Redactie PONT | Governance 21 september 2026

Vanaf dinsdag 22 september treedt het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden in werking. Het verbiedt niet alleen de invoer van goederen uit de betreffende nederzettingen, maar ook het direct of indirect aankopen en verkopen daarvan. Ook tussenhandeldiensten en activiteiten waarmee de verboden worden omzeild vallen onder het besluit.

Daarmee verschilt deze maatregel in de praktijk van veel sanctieregimes waarbij organisaties vooral controleren of een klant, leverancier of uiteindelijk belanghebbende op een sanctielijst voorkomt. Bij dit verbod staat niet de identiteit of nationaliteit van een handelspartner centraal, maar de oorsprong van het product.

Ook onderdelen en grondstoffen tellen mee

Die oorsprongscontrole kan verder gaan dan de plaats waar het eindproduct is gemaakt. Het besluit geldt voor goederen die geheel of gedeeltelijk zijn verkregen of geproduceerd in een onrechtmatige nederzetting. Daaronder vallen ook goederen die daar enige be- of verwerking hebben ondergaan of grondstoffen of halffabricaten uit zo'n nederzetting bevatten.

Een bedrijf kan daardoor niet automatisch volstaan met de constatering dat een eindproduct elders in Israël of in een ander land is geproduceerd. Ook de achterliggende productieketen kan relevant zijn.

Voor de geografische afbakening sluit Nederland aan bij een bestaande EU-postcodelijst. Daarop staan plaatsen in de bezette gebieden waarvan goederen niet als van preferentiële Israëlische oorsprong worden behandeld. Het kabinet heeft tegenover de Kamer benadrukt dat het sanctiebesluit zich richt op de geografische oorsprong van goederen en niet op de nationaliteit, religie of achtergrond van producenten of exporteurs.

Importeur moet herkomst kunnen onderbouwen

Voor importeurs bevat het besluit een concrete verplichting. Bij de invoer van goederen van Israëlische oorsprong moet worden aangegeven dat deze niet afkomstig zijn uit een onder het verbod vallende nederzetting. De Douane gebruikt daarvoor bescheidcodes in de aangifte.

Daar blijft het niet bij. Bij een controle moet een importeur kunnen aantonen dat de goederen inderdaad niet uit een onrechtmatige nederzetting afkomstig zijn. De Douane noemt daarvoor onder meer oorsprongscertificaten en leveranciersverklaringen waarin de postcode of plaats van herkomst van goederen of onderdelen staat, maar ook facturen, contracten en logistieke documenten waaruit de productielocatie blijkt.

Ook aanvullende verklaringen van een producent of leverancier kunnen nodig zijn. De Douane verwacht bovendien meer bewijs van importeurs die regelmatig of in grotere hoeveelheden producten uit Israël invoeren of steeds goederen van dezelfde Israëlische leverancier afnemen.

Daarmee ontstaat voor bedrijven een belangrijke praktische vraag: welke informatie is nodig om voldoende zekerheid te hebben over de herkomst van een product?

Niet alleen een douanevraagstuk

Het verbod is breder dan import. Ook het rechtstreeks of indirect aankopen, verkopen en op de markt aanbieden van de goederen is verboden. Een onderneming die goederen niet zelf invoert, kan dus toch onder de regels vallen. Hetzelfde geldt voor partijen die tussenhandeldiensten verlenen rond dergelijke goederen.

Daar komt een afzonderlijk omzeilingsverbod bij. Ook het omleiden van goederen via andere landen kan daaronder vallen.

Voor bedrijven betekent dit dat alleen controle bij de Nederlandse grens onvoldoende is. Ook inkoop, leveranciersbeheer, handelsbemiddeling en contractuele afspraken kunnen door het verbod worden geraakt.

Hoeveel onderzoek is voldoende?

De handhaving ligt onder meer bij de Douane en FIOD. Overtredingen van het sanctiebesluit zijn economische delicten. Volgens de toelichting zal de strafrechtelijke handhaving naar verwachting vooral zijn gericht op structurele en opzettelijke overtredingen. Bij een opzettelijke overtreding is sprake van een misdrijf.

Daarmee wordt ook de vastlegging van de gemaakte afweging belangrijk. Wanneer de herkomst van goederen niet onmiddellijk duidelijk is, kan relevant worden welke informatie een onderneming bij leveranciers heeft opgevraagd, welke controles zijn uitgevoerd en waarom op basis daarvan is geconcludeerd dat een transactie is toegestaan.

Het nieuwe verbod betekent daarmee dat bedrijven bij de naleving van sanctieregels verder de handelsketen in moeten kijken. Niet alleen met wie wordt gehandeld moet bekend zijn, maar in voorkomende gevallen ook waar een product, onderdeel of grondstof daadwerkelijk vandaan komt. Vanaf 22 september wordt daarom vooral één praktische vraag belangrijk: hoeveel onderzoek is voldoende om verantwoord te kunnen concluderen dat een product buiten het verbod valt?

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

-->

Meer informatie
-->