Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Nieuw sanctieverbod Israël: hoe controleert een bedrijf waar goederen werkelijk vandaan komen?

Sinds 22 september mogen goederen uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen niet meer op de Nederlandse markt worden gebracht. Voor bedrijven ontstaat daarmee een praktische vraag: hoe stel je vast waar een product daadwerkelijk vandaan komt? De Douane heeft bij de inwerkingtreding verduidelijkt welk bewijs importeurs moeten kunnen leveren en wanneer doorvoer door Nederland nog wel mogelijk is.

Redactie PONT | Governance 23 september 2026

Sinds dinsdag 22 september geldt het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Het verbiedt het invoeren, direct of indirect aankopen en verkopen van goederen uit de betreffende nederzettingen. Ook tussenhandeldiensten en activiteiten die de verboden omzeilen zijn verboden.

Sanctiecontrole gaat al langer verder dan alleen het screenen van handelspartners. Ook binnen de Rusland-sancties gelden bijvoorbeeld verboden voor goederen van Russische oorsprong. Bij dit Nederlandse verbod staat de geografische herkomst centraal: doorslaggevend is of een product geheel of gedeeltelijk afkomstig is uit een onrechtmatige nederzetting. Voor die afbakening wordt aangesloten bij een bestaande postcodelijst van de Europese Unie.

Ook productieketen kan relevant zijn

Het sanctiebesluit is van toepassing op goederen die geheel of gedeeltelijk zijn verkregen uit of geproduceerd in een onrechtmatige nederzetting. Daardoor kan een onderneming niet automatisch volstaan met de constatering dat het eindproduct elders in Israël of in een ander land is geproduceerd.

Ook de herkomst van onderdelen, grondstoffen en eerdere productiestappen kan relevant zijn. Een leverancier die zelf buiten een nederzetting is gevestigd, biedt dus niet zonder meer zekerheid dat het product buiten het verbod valt.

Dat betekent dat leveranciersinformatie een belangrijk onderdeel van de compliancecontrole wordt. Voor ondernemingen die veel verschillende producten, onderdelen of halffabricaten inkopen, kan die controle al snel verder de productieketen in reiken.

Importeur moet herkomst kunnen onderbouwen

Sinds 22 september moeten importeurs bij de douaneaangifte aangeven dat goederen uit Israël niet afkomstig zijn uit een onder het verbod vallende nederzetting.

Die verklaring alleen is niet altijd voldoende. Bij controle moet een onderneming kunnen aantonen dat de opgegeven herkomst klopt. De Douane noemt daarvoor onder meer oorsprongsdocumenten, leveranciersverklaringen, facturen, contracten en logistieke documenten waaruit de plaats van productie of herkomst blijkt.

Ook aanvullende informatie van producenten of leveranciers kan nodig zijn. De Douane verwacht bovendien meer onderbouwing wanneer een importeur regelmatig of in grotere hoeveelheden producten uit Israël invoert of structureel zaken doet met dezelfde leverancier.

Daarmee krijgt de vraag hoeveel onderzoek naar de toeleveringsketen nodig is een concrete betekenis. Hoe structureler de handelsrelatie, hoe belangrijker het wordt dat een onderneming niet alleen beschikt over een algemene leveranciersverklaring, maar de herkomst ook daadwerkelijk kan onderbouwen.

Doorvoer door Nederland blijft onder voorwaarden mogelijk

De Douane heeft bij de inwerkingtreding ook verduidelijkt dat het verbod niet betekent dat ieder betrokken goed Nederland onder alle omstandigheden niet meer binnen mag komen.

Goederen mogen nog wel onder douanevervoer rechtstreeks naar een andere EU-lidstaat worden gebracht. Ook opslag in een douane-entrepot blijft mogelijk, zolang de goederen daarna niet in Nederland in het vrije verkeer worden gebracht.

Dat onderscheid is vooral relevant voor logistieke bedrijven. Het fysiek aanwezig zijn van goederen in Nederland is dus niet in alle gevallen verboden. Van belang is onder meer onder welke douaneregeling zij vallen en of zij uiteindelijk op de Nederlandse markt terechtkomen.

Wel blijft gelden dat geen verboden tussenhandeldiensten mogen worden verleend. Daarmee blijft ook voor logistieke dienstverleners van belang welke rol zij precies in de handelsketen vervullen.

Niet alleen een douanevraagstuk

Het sanctiebesluit gaat verder dan controle aan de grens. Ook het direct of indirect aankopen, verkopen en op de markt aanbieden van de betrokken goederen is verboden. Daarnaast geldt een afzonderlijk verbod op tussenhandeldiensten en op het omzeilen van de handelsverboden.

Een onderneming die een product niet zelf importeert, kan dus alsnog met het verbod te maken krijgen. Daarmee raakt de maatregel niet alleen douaneafdelingen, maar ook inkoop, leveranciersmanagement, compliance en juridische afdelingen.

Voor bedrijven betekent dit dat controle bij de Nederlandse grens slechts één onderdeel van de naleving is. Ook contractuele afspraken, leveranciersinformatie en interne goedkeuringsprocessen kunnen moeten worden aangepast.

Hoeveel onderzoek is voldoende?

Niet-naleving is strafbaar. Daardoor wordt ook de interne vastlegging belangrijk. Wanneer de oorsprong van goederen niet direct uit de beschikbare documenten blijkt, kan relevant worden welke informatie een onderneming bij leveranciers heeft opgevraagd, welke controles zijn uitgevoerd en waarom op basis daarvan is geconcludeerd dat een transactie is toegestaan.

Sinds 22 september is dat geen voorbereidende compliancevraag meer. Ondernemingen moeten bij concrete transacties kunnen onderbouwen waarom zij ervan uitgaan dat goederen buiten het verbod vallen.

Het nieuwe handelsverbod verschuift sanctienaleving daarmee verder de handelsketen in. Niet alleen met wie zaken wordt gedaan moet bekend zijn, maar in voorkomende gevallen ook waar een product, onderdeel of grondstof daadwerkelijk vandaan komt.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter


Deze tweedaagse basiscursus leert professionals in de publieke sector compliance- en integriteitsrisico’s herkennen en vertalen naar effectief beleid, toezicht, governance en dagelijks gedrag.

Meer informatie
-->