Het Nederlandse juridische kader biedt momenteel geen basis voor effecten die uitsluitend als token worden uitgegeven, aangehouden en overgedragen. Daardoor dreigt Nederland achter te raken bij de ontwikkeling van digitale financiële markten en toekomstige financiële marktinfrastructuren. Dat concluderen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) in een gezamenlijke verkenning naar tokenisatie van effecten in Nederland.

Tokenisatie van effecten ontwikkelt zich internationaal van technisch experiment tot praktische toepassing. Financiële instellingen, marktinfrastructuren en centrale banken investeren steeds meer in toepassingen gebaseerd op distributed ledger technology (DLT), waarmee financiële activa digitaal kunnen worden geregistreerd, aangehouden en verhandeld. Verschillende Europese landen hebben inmiddels juridische maatregelen genomen om deze ontwikkeling te faciliteren.
Uit de verkenning blijkt dat het huidige Nederlandse juridische kader nog geen basis biedt voor effecten die uitsluitend als token worden uitgegeven, aangehouden en overgedragen. Daardoor is zogenoemde native tokenisation momenteel niet mogelijk binnen de bestaande Nederlandse wetgeving.
Hoewel het Europese en Nederlandse recht het gebruik van DLT niet uitsluit, zijn marktpartijen hierdoor in de praktijk veelal aangewezen op hybride constructies waarbij naast een DLT-gebaseerde administratie ook een traditionele administratie wordt bijgehouden. Deze dubbele registratie beperkt de potentiële efficiëntiewinst van tokenisatie en kan onduidelijkheid creëren over de juridische betekenis van de tokenregistratie. Hierdoor kunnen innovatieve toepassingen minder goed tot ontwikkeling komen en bestaat het risico dat investeringen, activiteiten en toekomstige infrastructuurkeuzes zich verplaatsen naar landen die eerder juridische duidelijkheid hebben geboden.
AFM en DNB pleiten daarom voor een tijdig gezamenlijk vervolgtraject van overheid, toezichthouders en marktpartijen om de Nederlandse inzet nog vroegtijdig te laten aansluiten op Europese trajecten en om te voorkomen dat marktpraktijken en infrastructuurkeuzes zich elders consolideren. Aan de hand van concrete toepassingen kan worden vastgesteld of verduidelijking van bestaande regelgeving volstaat of dat aanpassing van wet- en regelgeving noodzakelijk is.
Alleen met voldoende rechtszekerheid kan Nederland voorkomen dat het achterop raakt bij de snelgroeiende Europese markt voor digitale effecten en de ontwikkeling van nieuwe financiële marktinfrastructuren. Een tijdige en toekomstbestendige inrichting van het juridische kader is daarom van belang om innovatie, concurrentiekracht en een goed functionerende financiële markt te ondersteunen.
