Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

AFM scherpt geschiktheidstoets bestuurders accountantsorganisaties aan

De AFM heeft nieuwe regels vastgesteld voor de beoordeling van bestuurders en interne toezichthouders van accountantsorganisaties. Vanaf 1 januari 2027 kijkt de toezichthouder niet alleen naar kennis en ervaring, maar nadrukkelijk ook naar professioneel gedrag, besluitvorming, risicobeheersing en de tijd die beleidsbepalers daadwerkelijk voor hun functie beschikbaar hebben. Ook tijdens de benoemingstermijn kan twijfel over het functioneren aanleiding zijn voor een nieuwe geschiktheidstoets.

Redactie PONT | Governance 1 september 2026

De nieuwe Beleidsregel geschiktheid Wta 2027 vervangt per 1 januari de bestaande beleidsregel. Aanleiding voor de herziening is onder meer de uitbreiding van de groep accountantsorganisaties waarvan beleidsbepalers op geschiktheid moeten worden getoetst. Tegelijk heeft de AFM de bestaande regels geëvalueerd en op verschillende punten verduidelijkt.

De geschiktheidseisen gelden voor dagelijks beleidsbepalers van accountantsorganisaties, bepaalde beleidsbepalers van het hoogste Nederlandse netwerkonderdeel en leden van het orgaan dat belast is met het interne toezicht.

Geschiktheid gaat verder dan vakkennis

De AFM maakt duidelijk dat vakinhoudelijke kennis alleen niet voldoende is. Geschiktheid bestaat uit actuele kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. Beleidsbepalers moeten die eigenschappen bovendien doorlopend in hun functioneren laten zien.

De toezichthouder beoordeelt vijf gebieden: bestuur, organisatie en communicatie; kennis van producten, diensten en markten; beheerste en integere bedrijfsvoering; evenwichtige en consistente besluitvorming; en voldoende beschikbare tijd voor de functie.

Hoe zwaar de eisen wegen, hangt onder meer af van de functie van de beleidsbepaler en van de omvang, complexiteit en het risicoprofiel van de accountantsorganisatie. Zo worden aan een bestuurder die verantwoordelijk is voor risicomanagement en kwaliteitsbeheersing andere accenten gesteld dan aan een bestuursvoorzitter.

Risicobeheersing wordt bestuurlijke verantwoordelijkheid

Bij beheerste en integere bedrijfsvoering verwacht de AFM onder meer dat beleidsbepalers kunnen sturen op interne beheersing, kwaliteitsbewaking, compliance, risicomanagement, incidentafhandeling en uitbesteding.

Daarbij kijkt de toezichthouder nadrukkelijk naar het feitelijke functioneren. In de beleidsregel geeft de AFM het voorbeeld van een bestuurder die risico's onvoldoende identificeert, herstelmaatregelen te positief inschat en afspraken onvoldoende vastlegt. Dergelijk gedrag kan uiteindelijk tot het oordeel leiden dat een beleidsbepaler niet geschikt is.

Ook integriteitsrisico's vallen hieronder, zoals belangenverstrengeling, betrokkenheid bij strafbare feiten en het naleven van regels voor customer due diligence.

Hertoetsing bij signalen over functioneren

Geschiktheid is een doorlopende eis. De AFM toetst zittende beleidsbepalers niet standaard periodiek opnieuw, maar kan dat wel doen wanneer feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Dat kan bijvoorbeeld spelen bij een fusie of overname, uitbesteding van kerntaken, grote veranderingen in de organisatie of twijfels over de bedrijfscultuur. Ook slechte administratie, veel personeelsverloop, klachten van cliënten, herhaalde overtredingen van wet- en regelgeving of het onjuist of te laat informeren van de toezichthouder kunnen een hertoetsing uitlokken.

Wanneer een beleidsbepaler uiteindelijk niet geschikt wordt bevonden, kan de AFM herstel verlangen of de accountantsorganisatie een aanwijzing geven die ertoe strekt dat de betreffende beleidsbepaler vertrekt.

Ook beschikbare tijd telt mee

Opvallend is daarnaast de nadruk op tijdsbesteding. Een bestuurder moet voldoende tijd beschikbaar hebben voor de bestuurlijke taken, het doorgronden van de belangrijkste risico's en onverwachte omstandigheden.

Voor dagelijks beleidsbepalers geldt bovendien dat zij zich in beginsel niet actief mogen bezighouden met het bedienen of werven van cliënten of andere neventaken, tenzij daarvoor toestemming is verkregen van het interne toezichtsorgaan.

Daarmee maakt de nieuwe beleidsregel duidelijk dat de AFM geschiktheid niet uitsluitend als een kwalificatie bij benoeming beschouwt. De manier waarop bestuurders en toezichthouders hun verantwoordelijkheid in de praktijk invullen, blijft gedurende hun functie onderdeel van het toezicht.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter