Nederlandse kleine en middelgrote banken beschikken gemiddeld over voldoende kapitaal om een zware economische crisis op te vangen. Dat blijkt uit de jaarlijkse stresstest van De Nederlandsche Bank (DNB). Achter het positieve sectorbeeld gaan wel duidelijke verschillen tussen banken schuil. DNB gebruikt die verschillen bij het toezicht op individuele instellingen.

DNB voert jaarlijks een stresstest uit bij een selectie van Nederlandse kleine en middelgrote banken, de zogenoemde less significant institutions (LSI's). Deze banken staan rechtstreeks onder toezicht van DNB.
Voor de test rekent de toezichthouder door wat er met de banken gebeurt wanneer de economie gedurende drie jaar zwaar onder druk staat. In het gebruikte scenario krimpt de economie, loopt de inflatie op, neemt de werkloosheid toe en dalen huizen- en vastgoedprijzen fors.
De gemiddelde CET1-ratio van de deelnemende banken daalt in dat scenario van 25,6 naar 21,9 procent. Deze ratio geeft aan hoeveel kapitaal van de hoogste kwaliteit een bank heeft ten opzichte van de risico's die zij loopt. Hoewel banken tijdens de stresstest dus een deel van hun buffers moeten aanspreken, blijft de sector gemiddeld ruim boven de minimale kapitaalvereisten.
De verslechtering ontstaat onder meer doordat bedrijven en huishoudens tijdens een economische crisis meer moeite krijgen om hun leningen terug te betalen. Banken krijgen daardoor met hogere verliezen te maken. Tegelijk moeten zij meer kapitaal aanhouden vanwege de verslechterende kwaliteit van hun kredietportefeuilles.
Het gemiddelde beeld zegt volgens DNB echter niet alles. De gevolgen van het stressscenario verschillen aanzienlijk per instelling. Onder meer het bedrijfsmodel, de samenstelling van de leningportefeuille, de gevoeligheid voor economische ontwikkelingen en de financiële uitgangspositie bepalen hoe hard een bank wordt geraakt.
Juist die verschillen zijn voor het toezicht van belang. DNB gebruikt de resultaten van de stresstest om het toezicht op individuele banken verder aan te scherpen.
Op sectorniveau is de conclusie positief: kleine en middelgrote Nederlandse banken beschikken gemiddeld over voldoende buffers om ook bij een zware economische terugval aan hun kapitaalverplichtingen te blijven voldoen.

Deze tweedaagse basiscursus leert professionals in de publieke sector compliance- en integriteitsrisico’s herkennen en vertalen naar effectief beleid, toezicht, governance en dagelijks gedrag.