Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Provincies gaan gemeentefinanciën vanaf 2027 breder op risico's beoordelen

Provincies gaan vanaf begrotingsjaar 2027 volgens een vernieuwd gezamenlijk kader toezicht houden op de financiën van gemeenten. Niet alleen het begrotingsevenwicht telt: ook financiële risico's en de kwaliteit van de financiële organisatie kunnen meewegen. Tegelijk krijgen gemeenten onder voorwaarden meer ruimte om reserves in te zetten en rekening te houden met uitgaven die in de praktijk structureel lager uitvallen dan begroot.

Redactie PONT | Governance 4 september 2026

an aerial view of a city with tall buildings

De twaalf provincies hebben gezamenlijk het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader Gemeenten 2026 (GTK 2026) vastgesteld. Het kader vervangt de versie uit 2020 en wordt gebruikt bij de beoordeling van de gemeentelijke begrotingen voor 2027 en de jaren daarna.

Provincies houden financieel toezicht om te voorkomen dat gemeenten in een financieel onhoudbare situatie terechtkomen. De eigen verantwoordelijkheid van gemeenten blijft daarbij het uitgangspunt. De gemeenteraad heeft zelf een kaderstellende en controlerende rol; het provinciale toezicht komt daar bovenop.

Meer aandacht voor financiële risico's

Een belangrijke ontwikkeling is het gebruik van een risicomodel. Daarmee kunnen provincies de intensiteit van het toezicht beter afstemmen op de financiële situatie van een individuele gemeente. Naarmate de risico's toenemen, kan ook het toezicht intensiever worden.

Daarbij kunnen meer factoren worden betrokken dan alleen financiële cijfers. Het GTK noemt ook zogenoemde soft controls, zoals de kwaliteit van de planning-en-controlcyclus, interne beheersing en het verantwoordingsproces. Ook de tijdigheid en betrouwbaarheid van managementinformatie en de kwaliteit en continuïteit van de financiële organisatie kunnen relevant zijn als deze iets zeggen over financiële risico's of de betrouwbaarheid van ramingen.

Daarmee komt nadrukkelijker in beeld hoe een gemeente haar financiën organiseert. Een sluitende begroting staat niet op zichzelf: provincies kunnen ook kijken naar de omstandigheden die bepalen hoe betrouwbaar de onderliggende ramingen zijn.

Meer ruimte voor inzet van reserves

Tegelijk krijgen gemeenten op enkele punten meer ruimte bij het opstellen van hun begroting. Zo kan een surplus in de algemene reserve onder strikte voorwaarden worden ingezet voor de structurele dekking van een specifiek programma of beleidsdoel.

Daarvoor moet onder meer een afzonderlijke dekkingsreserve worden gevormd, met een looptijd van maximaal tien jaar. Na inzet moet de weerstandsratio minimaal 1,0 bedragen en ook aan voorwaarden voor de solvabiliteit worden voldaan.

Gemeenten kunnen hun reserves daarmee niet zonder meer gebruiken om structurele tekorten op te lossen. Alleen het surplus boven de benodigde weerstandscapaciteit kan worden ingezet en Gedeputeerde Staten beoordelen of aan de voorwaarden wordt voldaan.

Rekening houden met onderuitputting

Ook verandert de omgang met onderuitputting: de situatie waarin gemeenten structureel minder uitgeven dan begroot, bijvoorbeeld doordat investeringen vertraging oplopen of vacatures niet direct worden ingevuld.

Een algemene stelpost voor onderuitputting wordt niet als reëel beschouwd. Voor loon- en kapitaallasten zijn specifieke stelposten onder voorwaarden wel mogelijk. Gemeenten moeten dan onderbouwen waarom de daadwerkelijke uitgaven naar verwachting lager zullen liggen en daarbij onder meer eerdere jaren betrekken.

Voor kapitaallasten bevat het kader een begrensde berekeningswijze. De toegestane onderuitputting bedraagt maximaal 20 procent van de relevante kapitaallasten van nieuwe investeringen uit het vorige boekjaar.

Financiële organisatie weegt mee

Voor gemeenten betekent het nieuwe kader uiteindelijk dat bij de begroting voor 2027 niet alleen de financiële uitkomst telt. Ook de onderbouwing van ramingen, het beheer van reserves en de kwaliteit van de financiële organisatie kunnen meewegen in het oordeel van de provinciale toezichthouder.

Daarmee biedt het kader gemeenten enerzijds meer ruimte om hun begroting aan te laten sluiten bij de financiële praktijk. Anderzijds krijgen provincies meer mogelijkheden om achter de cijfers te kijken en het toezicht te intensiveren wanneer daar aanleiding voor is.

De formulering dat de kwaliteit van de organisatie kan meewegen, is ook goed te herleiden tot het officiële kader: daarin worden onder meer planning & control, interne beheersing, managementinformatie en de continuïteit van de financiële organisatie genoemd.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter