In een recent vonnis van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2026:5069) zijn de bestuurders en toezichthouders van een zorgaanbieder persoonlijk aansprakelijk gehouden. Hoewel de drempel voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders in zijn algemeenheid hoog is, oordeelt de Rechtbank in deze zaak dat deze hoge drempel wordt gehaald. Daarbij weegt zwaar mee dat er zorg wordt verleend die wordt gefinancierd met publieke middelen.

In 2019 startten de zorgverzekeraars een onderzoek naar de rechtmatigheid van de gedeclareerde zorg en is vastgesteld dat de zorgaanbieder aanzienlijk meer zorg declareerde dan het landelijk gemiddelde en dat sprake was van dubbele declaraties.
Vervolgens hebben de zorgverzekeraars de zorgaanbieder verzocht om mee te werken aan een materiële controle. De zorgaanbieder heeft hieraan niet (voldoende) meegewerkt. Hierdoor hebben de zorgverzekeraars niet kunnen vaststellen of de gedeclareerde zorg feitelijk en terecht is geleverd. Om die reden hebben de zorgverzekeraars (een deel van) de zorgdeclaraties teruggevorderd.
Het uitgangspunt is dat wanneer een rechtspersoon tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, in beginsel alleen de rechtspersoon aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kunnen echter ook bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn wanneer zij hun taak niet naar behoren vervullen en hen hiervan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
De Rechtbank oordeelt dat van bestuurders van een professionele zorgaanbieder mag worden verwacht dat zij op de hoogte zijn van de verplichtingen die gelden voor zorginstellingen en van de declaratieregels. Ook moeten zij voldoende zicht hebben op de bedrijfsvoering en administratie, zodat zij hierover verantwoording kunnen afleggen als daarom wordt verzocht. Dit geldt temeer omdat het gaat om publiek gefinancierde zorg. Volgens de rechtbank kan de bestuurders in hun handelswijze een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt.
Voor toezichthouders geldt ook dat zij persoonlijk aansprakelijk zijn wanneer zij hun taak niet naar behoren vervullen en hen hiervan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden maakt. In de jurisprudentie is voor de persoonlijke aansprakelijkheid van toezichthouders een nog hogere maatstaf aangelegd dan voor bestuurders.
Toezichthouders hebben tot taak het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de zorgorganisatie. Hierbij hebben toezichthouders een eigen verantwoordelijkheid om van het bestuur alle informatie te verlangen om hun taak goed te kunnen uitoefenen.
De Rechtbank oordeelt dat de toezichthouders te passief hebben gehandeld. Van toezichthouders wordt verwacht dat zij adequaat handelen op het moment dat bekend werd dat de zorgverzekeraars de rechtmatigheid van de declaraties wilden onderzoeken. Door zich afzijdig te houden en niet in te grijpen, hebben zij hun taak onvoldoende vervuld en hiervan kan hen een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt.
Of er hoger beroep wordt ingesteld en deze uitspraak in stand blijft is afwachten. Deze uitspraak onderstreept wel dat van bestuurders en toezichthouders in de zorgsector een hoge mate van professionaliteit wordt verwacht. Met name bij onderzoeken wordt verwacht dat zij proactief handelen. Gebeurt dat niet, dan ligt persoonlijke aansprakelijkheid op de loer.
