Vanaf juli 2026 krijgt FIU-Nederland een opschortingsbevoegdheid. Hiermee kan FIU-Nederland meldingsplichtige entiteiten verzoeken om een transactie tijdelijk niet uit te voeren. Zij zijn verplicht om dit verzoek op te volgen. In dit artikel wordt toegelicht hoe deze bevoegdheid werkt.

Als Financial Intelligence Unit (FIU) analyseert FIU-Nederland ongebruikelijke transacties. Met de nieuwe bevoegdheid kan tijdens zo’n analyse een transactie tijdelijk worden opgeschort wanneer deze mogelijk gelinkt is aan witwassen, onderliggende delicten of financiering van terrorisme.
Op 1 juli 2026 krijgt FIU-Nederland deze opschortingsbevoegdheid op grond van de Wwft (artikel 17a). Per 10 juli 2027 wordt de bevoegdheid opgenomen in de nieuwe Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt, artikel 3.6). In dit artikel ligt de focus op de Wwft-variant van de bevoegdheid.
Wanneer FIU-Nederland een opschortingsverzoek stuurt, is de betreffende entiteit verplicht hieraan onverwijld opvolging te geven. Dat betekent: zo snel mogelijk en zonder onnodige vertraging. De transactie moet dan maximaal vijf werkdagen worden tegengehouden.
FIU-Nederland kan een dergelijk verzoek ook doen namens een buitenlandse FIU. In dat geval geldt een maximale termijn van tien werkdagen.
In die periode analyseert FIU-Nederland of de transactie mogelijk verband houdt met witwassen, onderliggende delicten of terrorismefinanciering en of verdere maatregelen nodig zijn. Na afloop van de termijn moet de opschorting worden beëindigd. Het is ook mogelijk dat FIU-Nederland verzoekt om de opschorting eerder te beëindigen dan de gestelde termijn.
De bevoegdheid wordt alleen ingezet bij een verzoek van een buitenlandse FIU of wanneer een eigen analyse van FIU-Nederland daartoe aanleiding geeft. Er moeten dan sterke aanwijzingen zijn van witwassen, onderliggende delicten of terrorismefinanciering. Proportionaliteit is daarbij het uitgangspunt; meldingsplichtige entiteiten worden niet zonder gegronde reden verzocht een transactie op te schorten.
Door een transactie tijdelijk op te schorten kan worden voorkomen dat crimineel geld wordt weggesluisd. Tegelijk ontstaat tijd om passende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld beslaglegging door opsporingsdiensten.
Veel buitenlandse FIU’s beschikken al over een vergelijkbare bevoegdheid. Het invoeren van deze bevoegdheid in Nederland bevordert de internationale samenwerking. Zo kan een buitenlandse FIU aan FIU-Nederland vragen om een transactie op een Nederlandse bankrekening op te laten schorten. Andersom kan FIU-Nederland ook een verzoek doen aan een buitenlandse FIU. Dit versterkt de internationale aanpak van witwassen en terrorismefinanciering.
FIU-Nederland kan wettelijk elke meldingsplichtige entiteit verzoeken om een transactie op te schorten. In de praktijk zal dit vooral betrekking hebben op banken, crypto-dienstverleners en betaaldienstverleners.
Wanneer een transactie is opgeschort, moet de meldingsplichtige entiteit de cliënt direct informeren over de opschorting. Dit vormt geen schending van het tipping-off-verbod (artikel 23 Wwft).
Het tipping-off-verbod ziet namelijk op meldingen van ongebruikelijke transacties aan FIU-Nederland en op het verstrekken van aanvullende informatie daarover, maar niet op het opvolgen van een opschortingsverzoek.
In het huidige betalingsverkeer vinden veel transacties vrijwel realtime plaats, bijvoorbeeld via instant payments. Daardoor kan het voorkomen dat een transactie al geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd voordat een opschortingsverzoek wordt ontvangen.
In dergelijke gevallen kan de transactie niet meer worden opgeschort. De meldingsplichtige entiteit moet dan een tegoed ter grootte van de betreffende transactie blokkeren. Alleen het saldo dat op dat moment beschikbaar is op de rekening wordt geblokkeerd. Wanneer er geen saldo beschikbaar is, is blokkeren niet mogelijk. Bedragen die later op de rekening worden gestort vallen niet onder het opschortingsverzoek.
Na afloop van de opschortingstermijn moet het geblokkeerde tegoed worden vrijgegeven, tenzij opsporingsdiensten beslag leggen.
Wanneer FIU-Nederland het opschortingsverzoek doet namens een buitenlandse FIU, ligt het initiatief voor beslaglegging bij een buitenlandse opsporingsdienst. Deze kan via een rechtshulpverzoek beslag laten leggen.
Een meldingsplichtige entiteit kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele economische schade die een cliënt lijdt doordat een opschortingsverzoek wordt opgevolgd. Dit is geregeld in artikel 20c Wwft.
Naast de Nederlandse regelgeving komen er ook op Europees niveau nieuwe regels aan: het zogenoemde AML-pakket (Anti-Money Laundering). Dit pakket heeft als doel de anti-witwasregels binnen de EU te harmoniseren en het toezicht beter te organiseren.
Ook binnen dit Europese kader krijgen FIU’s een opschortingsbevoegdheid, met een iets ruimere reikwijdte. Het Europese AML-pakket zal naar verwachting medio 2027 in werking treden. Meer informatie hierover volgt.
