De start van een nieuw kabinet markeert altijd een moment van herijking. Nieuwe prioriteiten, nieuwe accenten, nieuwe beloftes. Maar voor honderdduizenden mensen in Nederland is één vraag urgenter dan alle andere: ben ik in dit land daadwerkelijk beschermd tegen discriminatie en racisme? Die vraag is de afgelopen periode te vaak onbeantwoord gebleven. Soms door stilte, soms door relativering, soms door bestuurlijke traagheid. Dat heeft gevolgen gehad voor het vertrouwen in de overheid en voor het gevoel van veiligheid en gelijkwaardigheid van burgers.

De totstandkoming van een nieuw regeerprogramma is hét moment waarop richting wordt gegeven aan de toekomst van Nederland. Daar wordt op dit moment hard gewerkt door D66, VVD en CDA. Voor de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme is dit geen abstract politiek proces, maar een beslissend kantelpunt. Juist in deze fase moet worden vastgelegd hoe het kabinet structureel werk maakt van inclusiviteit, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en representatie. Niet als losse ambities, maar als dragende principes van beleid en bestuur.
De afgelopen jaren hebben laten zien wat er gebeurt wanneer deze principes onvoldoende worden verankerd. Discriminatie en racisme zijn niet alleen persoonlijke ervaringen, maar uitingen van systemen die mensen uitsluiten of benadelen. Dat tast het vertrouwen in de overheid aan en ondermijnt de rechtsstaat. De bestrijding van discriminatie en racisme is geen bijzaak, geen gevoelig dossier dat kan worden doorgeschoven, maar een kernopgave van de democratische rechtsstaat. Het is een opdracht die vraagt om leiderschap, normstelling en concrete daden. Nederland heeft daarom behoefte aan een regeerprogramma (of regeerakkoord) dat expliciet erkent dat gelijkwaardigheid actieve bescherming vergt en dat die bescherming een kerntaak van de overheid is.
Allereerst is institutionele verankering noodzakelijk. Het regeerprogramma moet een duidelijke nationale norm stellen: discriminatie en racisme zijn onacceptabel en vragen om een samenhangende, overheidsbrede aanpak. Dit betekent dat een nieuw Nationale Strategie tegen Discriminatie en Racisme zo spoedig als mogelijk wordt vastgesteld als richtinggevend kader, met concrete doelstellingen, heldere verantwoordelijkheden per ministerie en structurele financiering. Daarnaast is versterking van rechtsbescherming cruciaal. Nederland heeft behoefte aan een robuust en toegankelijk stelsel van anti-discriminatievoorzieningen, met voldoende bevoegdheden en capaciteit, onafhankelijkheid en wettelijke borging. Meldingen moeten leiden tot opvolging, interventie en strikte handhaving. Dat vraagt ook om betere gegevensverzameling, monitoring en transparantie, zodat structurele ongelijkheden zichtbaar worden en niet langer kunnen worden genegeerd.
Gelijkwaardigheid moet niet alleen op papier bestaan, maar in het dagelijks leven worden ervaren. Het nieuwe kabinet moet daarom direct inzetten op sectoren waar discriminatie hardnekkig is en grote gevolgen heeft: arbeid, wonen, zorg, onderwijs en handhaving. Dat vraagt om concrete maatregelen, zoals verplichte objectieve selectiecriteria bij werving en verhuur, gerichte inspecties bij signalen van uitsluiting en duidelijke instructies aan uitvoeringsorganisaties over non-discriminatie en gelijke behandeling. Ook lokaal bestuur speelt hierin een sleutelrol. Gemeenten hebben een zorgplicht richting hun inwoners. Het regeerprogramma moet hen ondersteunen én aanspreken op de ontwikkeling en uitvoering van lokaal antidiscriminatiebeleid, in nauwe samenwerking met maatschappelijke organisaties en actieve burgers. Alleen zo wordt bescherming tegen discriminatie zichtbaar ‘op straat’ en in buurten. Daarom is het noodzakelijk dat gemeenten verplicht worden om een antidiscriminatiebeleid te maken.
Ten slotte is het politieke en maatschappelijke discours bepalend. Woorden doen er toe. Het kabinet heeft een voorbeeldfunctie in hoe over groepen mensen wordt gesproken. Normalisering van uitsluiting, stereotypering of het wegzetten van discriminatie als bijzaak ondermijnt elk beleidsvoornemen. Het regeerprogramma moet daarom expliciet kiezen voor een waardig, inclusief en verbindend discours, waarin grondrechten en menselijke waardigheid leidend zijn. Dit vraagt om politiek leiderschap dat durft te normeren: helder uitspreken waar de grenzen liggen en consequent handelen wanneer die worden overschreden. Dat is geen beperking van het debat, maar een bevestiging van de democratische rechtsstaat.
De NCDR roept het nieuwe kabinet op om deze uitgangspunten expliciet te verankeren in het regeerprogramma. Niet als afzonderlijk hoofdstuk, maar als samenhangend fundament onder alle beleidsterreinen. Voor een verbonden Nederland is er behoefte aan duidelijkheid, bescherming en richting. Gelijkwaardigheid vraagt om keuzes. Dit is het moment om die keuzes te maken en om te laten zien dat de overheid er is voor iedereen.
