De Rijksoverheid blijft nieuwe regels en controles invoeren, terwijl bestaande verplichtingen nauwelijks verdwijnen. Dat komt volgens de Auditdienst Rijk (ADR) niet alleen door complexe wetgeving, maar ook door een cultuur van risicomijding, versnipperde verantwoordelijkheden en een gebrek aan aandacht voor het schrappen van regels. In een nieuw onderzoeksrapport beschrijft de ADR drie patronen die verklaren waarom de interne regeldruk hardnekkig blijft bestaan.

De ADR onderzocht in 2026 de interne regel- en controledruk bij ministeries en uitvoeringsorganisaties. Daarvoor werden onder meer interviews gehouden met beleidsmakers, uitvoerders, toezichthouders en ambtelijke leidinggevenden. Ook werden vier praktijkcasussen onderzocht.
Volgens de onderzoekers is de druk niet alleen het gevolg van externe wet- en regelgeving. Overheidsorganisaties leggen zichzelf aanvullende procedures, rapportageverplichtingen en controles op, vaak zonder voldoende af te wegen of deze daadwerkelijk noodzakelijk zijn.
Het onderzoek identificeert drie terugkerende patronen.
1. Na een incident volgt een nieuwe regel. Wanneer fouten worden gemaakt of politieke druk ontstaat, reageren organisaties vaak met aanvullende controles. Daarmee kunnen zij snel laten zien dat maatregelen zijn genomen. Alternatieven, zoals betere samenwerking, ondersteuning of het bewust accepteren van bepaalde risico's, krijgen minder aandacht.
2. Organisaties ontwikkelen hun eigen regels. Ministeries en afdelingen kiezen regelmatig voor eigen procedures en interpretaties, in plaats van gezamenlijke oplossingen. Daardoor ontstaan overlappende verplichtingen en verschillende werkwijzen. De gevolgen komen vooral terecht bij medewerkers die de regels moeten uitvoeren.
3. Bestaande regels worden nauwelijks geschrapt. Nieuwe maatregelen krijgen doorgaans meer aandacht dan het evalueren van bestaande verplichtingen. Bovendien ontbreekt vaak een verantwoordelijke die het geheel overziet. Regels blijven daardoor bestaan, ook wanneer hun oorspronkelijke aanleiding is verdwenen.
Ook toezichthouders en auditors kunnen volgens de Auditdienst Rijk onbedoeld bijdragen aan de regeldruk. Wanneer een audit tekortkomingen aan het licht brengt, reageren organisaties daar vaak op met nieuwe regels, extra controles of aanvullende rapportages. Zo leidt een controle die bedoeld is om de organisatie te verbeteren, soms juist tot meer administratief werk.
Daar komt bij dat niet altijd duidelijk is aan welke eisen organisaties precies moeten voldoen. Controleurs kunnen bestaande normen verschillend uitleggen, waardoor organisaties uit voorzorg strengere regels hanteren dan noodzakelijk. Zo ontstaan extra verplichtingen die niet rechtstreeks uit wet- en regelgeving voortvloeien.
Dat betekent niet dat controles overbodig zijn. De ADR benadrukt dat regels nodig blijven om publieke belangen te beschermen en rechtmatig handelen te waarborgen. De vraag is vooral of de gekozen maatregelen in verhouding staan tot de risico's die ermee worden beheerst.
Het rapport laat ook zien dat vermindering van regeldruk mogelijk is. Zo heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Informatiestatuut Rijksoverheid opgeschoond. Rapportageverplichtingen krijgen voortaan een standaard eindtermijn en worden alleen behouden wanneer daarvoor aanleiding bestaat.
Door deze aanpak verdwenen negen onderwerpen uit de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Volgens betrokkenen verminderde dit de belasting voor uitvoeringsorganisaties en werd de rapportage overzichtelijker.
De ADR adviseert daarom om bij nieuwe regels niet alleen te kijken naar de gewenste beheersing van risico's, maar ook naar de uitvoeringskosten en mogelijke alternatieven. Daarnaast moeten bestaande verplichtingen periodiek worden beoordeeld op noodzaak en proportionaliteit.
Voor bestuurders en toezichthouders ligt daarmee een belangrijke vraag op tafel: draagt een aanvullende controle daadwerkelijk bij aan betere risicobeheersing, of vergroot deze vooral de administratieve lasten? Volgens de ADR vraagt structurele vermindering van regeldruk om bestuurlijke steun, duidelijke verantwoordelijkheden en de bereidheid om bestaande werkwijzen ter discussie te stellen.

Deze tweedaagse basiscursus leert professionals in de publieke sector compliance- en integriteitsrisico’s herkennen en vertalen naar effectief beleid, toezicht, governance en dagelijks gedrag.