Om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen is de energietransitie essentieel. Voor die transitie zijn grondstoffen zoals koper, lithium, mangaan en nikkel hard nodig. Hoe die mineralen gemijnd worden is echter net zo belangrijk als dat ze gemijnd worden. Samen met Milieudefensie hebben we onderzocht hoe schoon en eerlijk onze energietransitie werkelijk is. Helaas ontdekte Profundo voor ons dat bedrijven nog steeds investeren in mijnbouw die gepaard gaat met vervuiling, schendingen van mensenrechten en gendergerelateerd geweld.

Profundo onderzocht de banden van Nederlandse bedrijven, banken en pensioenfondsen met de winning van negen transitiemineralen. Dit onderzoek richt zich op vier mijnbouwgebieden die belangrijk zijn voor de Nederlandse energietransitie:
Uit de handels- en geldstromen blijkt dat het Nederlandse Vitol (een grote energie- en grondstoffenhandelaar) en het in Nederland gevestigde Stellantis (een grote autoproducent) banden hebben met mijnbouwbedrijven die drinkwaterbronnen hebben vergiftigd, rivieren en landbouwgronden hebben vervuild en de lokale voedselvoorziening hebben vernietigd. Omwonenden die recht hebben op compensatie, bescherming en inspraak worden genegeerd.
Ook troffen de onderzoekers grote geldstromen aan naar deze destructieve mijnbouwbedrijven, die toegerekend kunnen worden aan ING, Rabobank en ABN Amro, en pensioenfondsen ABP (voor ambtenaren) en PFZW (voor zorg en welzijn). De handel met en investeringen in deze mijnbouwbedrijven verhoudt zich slecht met de internationale regels en richtlijnen voor verantwoord ondernemen. Met deze handel in transitiemineralen volgen Stellantis, ABN Amro en PFZW niet eens hun eigen beleid.
Directeur Anna Timmerman van ActionAid Nederland: “Ons onderzoek maakt helder dat strengere wetgeving nodig is om Nederlandse bedrijven te dwingen mensenrechten, milieu en vrouwenrechten te respecteren. Vrouwen en meisjes worden rond expansieve mijnbouwprojecten extra hard getroffen door toegenomen gendergerelateerd geweld en ongelijkheid.”
Vrouwen en meisjes betalen de hoogste prijs voor de Nederlandse mineralenhonger. Ze worden niet geraadpleegd als er beslissingen vallen over de mijnbouwprojecten in hun leefomgeving. Zij en hun families zijn zeer afhankelijk van het land en de waterbronnen die worden vervuild, en door ziektes en vervuiling nemen hun zorgtaken toe, legt program director Fatima Vally van Women Affected by Mining United in Action (WAMUA) uit: “En dat pikken ze niet langer. In Zuid-Afrika staan daarom vrouwen vooraan in het lokale verzet tegen de mangaanmijn.” Dit werk van de lange adem ondersteunt ActionAid al jaren, zie bijvoorbeeld ons interview met Fatima uit 2022.
Bedrijven hebben nu al de plicht om geen producten te kopen of te financieren waarvoor mensenrechten zijn geschonden. Maar de transparantie in mijnbouwketens schiet structureel tekort vanwege de complex vervlochten financiële constructies en handelsrelaties. Het is ingewikkeld om inzicht te krijgen in de geldstromen en handelsketens.
“Bedrijven moeten orde op zaken stellen in hun eigen keten,” aldus Anouk Strijd van Milieudefensie. “We zien dat ze dat niet doen. Het is onacceptabel dat ze zich niet aan de internationale wetgeving houden. Het is dus ook tijd dat het kabinet deze bedrijven én hun financiers aan banden legt en transparantie afdwingt. Het kabinet moet de uitgeholde Europese anti-wegkijkwet (CSDDD) in elk geval in Nederlandse regelgeving herstellen.”
Een korte Nederlandse samenvatting van het onderzoek staat hier en het Engelstalige rapport zelf vind je hier. Alle genoemde bedrijven hebben de kans gehad te reageren op de bevindingen in het onderzoek.
