In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen is het een goed moment om de staat van de lokale democratie onder de loep te nemen. Wie meldt zich nog aan als kandidaat? Wat vraagt het raadswerk vandaag de dag van mensen? En hoe veilig is het om volksvertegenwoordiger te zijn op lokaal niveau? PONT voert de komende maand gesprekken met professionals in de gemeentepolitiek.

Dorien van der Kamp, griffier in de gemeente Overbetuwe en een van de auteurs van het Handboek voor Raadsleden, kijkt vanuit haar positie dagelijks mee in het hart van de lokale democratie. Zij ondersteunt de gemeenteraad in zijn werk en ziet van dichtbij hoe het ambt van raadslid verandert. Dat zit niet zozeer in formele bevoegdheden, maar vooral in de omstandigheden waaronder het wordt uitgeoefend.
Inhoudelijk is het raadswerk in de kern hetzelfde gebleven: kaderstellen, controleren en vertegenwoordigen. De manier waarop dat gebeurt, is echter ingrijpend veranderd. Waar raadsleden vroeger dikke papieren pakketten thuisbezorgd kregen, verloopt het werk inmiddels volledig digitaal. Stukken worden online gepubliceerd, vergaderingen zijn live te volgen en besluiten zijn direct zichtbaar. Dat heeft voordelen: meer transparantie en betere toegankelijkheid.
Tegelijkertijd vraagt het ook meer van de organisatie. “Alles moet digitaal worden aangeleverd. Je hebt te maken met AVG, Woo en publicatie-eisen,” zegt Van der Kamp. “En daar komt nu AI nog bij.” Digitalisering heeft het werk efficiënter gemaakt, maar ook complexer. Bovendien speelt een groter deel van het politieke debat zich publiek en direct af.
Al vroeg in haar loopbaan werd Van der Kamp geconfronteerd met agressie richting bestuurders. Wat destijds nog als uitzonderlijk werd gezien, is inmiddels een vast onderdeel van het gesprek over lokaal bestuur.
“Ik heb het idee dat het sinds coronatijd ook wel erger is geworden. Ik had gehoopt dat het daarna weer af zou nemen, maar dat is niet echt gebeurd.”
In aanloop naar nieuwe verkiezingen merkt zij dat kandidaat-raadsleden anders naar het ambt kijken dan enkele jaren geleden. Vooral nieuwe (burger)raadsleden stellen bij hun kennismakingsgesprek vragen over veiligheid: hoe gaan jullie om met bedreigingen, wat kan ik zelf doen? Met name vrouwelijke kandidaten doen dat nadrukkelijk. “Een paar jaar geleden dachten mensen daar helemaal niet over na,” zegt Van der Kamp.
Dat veiligheid al vóór de kandidaatstelling een rol speelt in de afweging, zegt veel over deze tijd.
Bedreigingen leiden zelden tot fysiek geweld, maar de impact is reëel. “Het heeft wel impact. Niet alleen voor de raadsleden zelf, maar ook voor de mensen in hun omgeving: ouders, kinderen.”
Soms gaat het om online berichten, soms om intimiderend gedrag tijdens vergaderingen. Een paar jaar geleden liepen in een raadsvergadering in Overbetuwe de emoties op de publieke tribune hoog op na een stemming. De burgemeester schorste de vergadering en ging in gesprek met bezoekers; Van der Kamp ving de raadsleden op. Er waren huilende raadsleden, vertelt ze. In de dagen daarna volgden gesprekken over wat het met hen had gedaan. Voor sommigen bleef het bij een emotionele avond, voor anderen raakte het aan diepere gevoelens van onveiligheid.
Bij gevoelige onderwerpen kan de spanning verder oplopen, bijvoorbeeld bij discussies over windmolens of asielopvang. Zeker wanneer er hoofdelijk wordt gestemd, waarbij raadsleden individueel en zichtbaar hun stem uitbrengen, kan de druk toenemen.
Uit de veiligheidsmonitor van BZK blijkt dat een deel van de raadsleden hun mening weleens aanpast bij een stemming. “Het gebeurt gewoon. Niet bij iedereen, maar er is wel een percentage dat zelfcensuur toepast.” Dat is een zorgelijke ontwikkeling in een vertegenwoordigende democratie en onderstreept dat veiligheid niet alleen fysiek, maar ook mentaal moet worden gewaarborgd.
Toch wordt niet alles gemeld. “Er zijn mensen die denken: het hoort er nou eenmaal bij. Of: de politie doet er toch niks mee.” Volgens Van der Kamp is dat een misvatting. Melden is niet alleen een individuele keuze, maar ook een collectieve verantwoordelijkheid. Wanneer meerdere mensen vergelijkbare berichten ontvangen, ontstaat pas een compleet beeld.
In Overbetuwe is daarom een veiligheidsprotocol opgesteld waarin staat wie wat doet bij incidenten en hoe aangifte wordt geregeld. Dat gebeurt vaak via de burgemeester, zodat het privéadres van een raadslid niet openbaar wordt. Ook zijn er afspraken met politie en justitie. Het doel is helder: de norm stellen dat intimidatie niet normaal is.
De verharde toon beperkt zich niet tot individuele incidenten. Thema’s als asielopvang en de spreidingswet zorgen lokaal voor grote spanningen. Voor veel inwoners maakt het onderscheid tussen landelijke wetgeving en lokale uitvoering weinig uit. Een raadslid dat vóór stemt, wordt gezien als voorstander van het besluit, ongeacht de bredere context.
Sociale media spelen daarin een belangrijke rol. “Op wat er rondgaat op socials is echt lastig grip te krijgen,” zegt ze. Discussies worden geframed, informatie raakt vervormd en gesprekken spelen zich af in besloten groepen. Wat in Den Haag wordt gezegd, werkt door in de lokale raadzaal.
Landelijk wordt gezocht naar oplossingen. Overbetuwe doet mee aan een pilot met 28 overheden, waarvoor drie miljoen euro is vrijgemaakt om te onderzoeken hoe vergaderingen veiliger kunnen worden. Dat gaat verder dan beveiliging alleen. Het gaat ook over de inrichting van de raadzaal, vluchtmogelijkheden, afspraken met politie bij demonstraties en ondersteuning van raadsleden. Transparantie blijft belangrijk, maar veiligheid vraagt soms om praktische aanpassingen. Soms betekent dat zelfs dat raadsleden bij aangekondigde demonstraties via een andere ingang het gebouw binnenkomen. Veiligheid is daarmee onderdeel geworden van het reguliere bestuurlijke proces.
Tegen deze achtergrond is het opvallend dat een ruime meerderheid van de raadsleden zich opnieuw verkiesbaar stelt. Volgens Van der Kamp is dat te danken aan een sterke intrinsieke motivatie. Veel mensen beginnen uit betrokkenheid bij hun eigen leefomgeving. Ze willen invloed uitoefenen op concrete besluiten die zichtbaar worden in hun eigen straat of wijk.
Tegelijk is haar advies richting twijfelende kandidaten realistisch: niet iedereen hoeft raadslid te willen zijn. “Het blijft toch vrijwilligerswerk. Je moet er net zoveel energie van krijgen als dat je erin steekt.” Wie structureel meer energie verliest dan wint, moet zichzelf serieus nemen.
Maar wie de stap zet, hoeft het niet alleen te doen. En één laatste oproep heeft ze ook: maak gebruik van de griffie. “We zijn er voor de raad. Niet alleen bij agressie, maar ook bij debat, instrumenten, draagvlak en het stellen van vragen. Soms is er nog terughoudendheid, maar wij zijn er echt voor hen.”
Klik hier voor meer informatie over het boek Handboek raadsleden
