De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Claudia van Bruggen, heeft Tweede Kamervragen beantwoord over een verontrustend probleem in de Nederlandse strafrechtketen: foutieve tenaamstellingen in onherroepelijke vonnissen. Daardoor zijn onschuldige mensen vastgezet, terwijl veroordeelde daders vrijuit gingen.

Het debat werd aangewakkerd door een bericht in De Telegraaf van 23 februari 2026, waarin klokkenluiders alarm sloegen over vermeend massale fouten in vonnissen. VVD-Kamerlid Ellian stelde naar aanleiding daarvan Kamervragen aan de staatssecretaris.
In de media werd gesproken over maar liefst 50.000 gevallen van foutieve tenaamstellingen. Van Bruggen nuanceert dit cijfer. Volgens haar gaat het om een herkenbaar maar beperkter probleem: gemiddeld zo'n 50 keer per jaar blijkt na het onherroepelijk worden van een vonnis dat er een probleem is met de vastgestelde identiteit. Eerder waren al 876 strafzaken geregistreerd waarin sprake was van een onjuiste tenaamstelling.
Ter vergelijking: de rechtspraak doet jaarlijks uitspraak in ruim 85.000 strafzaken. De Matching Autoriteit van de Justitiële Informatiedienst (Justid) stelt voor meer dan 175.000 personen per jaar een administratieve identiteit vast, waarbij in circa 14.000 gevallen extra beoordeling nodig is.
In vier extra gevallen bleek dat een vonnis op naam van de verkeerde persoon stond. Het ging om uiteenlopende delicten: gebruik van een vals rijbewijs, poging tot diefstal met inbraak, diefstal en mishandeling, en openlijke geweldpleging. In twee van deze gevallen zijn mensen daadwerkelijk kort vastgezet, nadat zij werden gecontroleerd op hun identiteit. Zodra duidelijk werd dat zij niet de gezochte daders waren, werden ze vrijgelaten.
Minstens één veroordeelde is er tot nu toe in geslaagd zijn straf volledig te ontlopen als gevolg van een foutieve tenaamstelling. Het vonnis kon niet worden betekend omdat de betreffende persoon onvindbaar was. De veroordeelde staat inmiddels gesignaleerd, maar zijn straf is nog niet ten uitvoer gelegd.
Een extra gevoelig onderdeel van de kwestie betreft de werkcultuur binnen Justid. Uit evaluatieonderzoek van de Auditdienst Rijk (ADR) bleek dat medewerkers die het probleem intern aankaartten, onvoldoende werden gehoord. Bovendien voelden medewerkers zich niet vrij om openlijk te spreken met onderzoekers van de Algemene Rekenkamer en de ADR zelf.
De ADR heeft achttien aanbevelingen gedaan om dit te verbeteren. Van Bruggen laat weten dat deze aanbevelingen worden uitgevoerd en dat er binnen Justid meer aandacht komt voor de zorgen van medewerkers. Aanvullend onafhankelijk onderzoek naar sociale veiligheid acht zij niet nodig.
Justid doet momenteel aanvullend onderzoek naar historische zaken om te achterhalen of de omvang van het probleem groter is dan tot nu toe bekend. De staatssecretaris benadrukt dat zodra er aanwijzingen zijn dat een foutieve tenaamstelling ertoe leidt dat een straf niet wordt uitgevoerd, ketenpartners zoals het Openbaar Ministerie direct worden ingeschakeld.
De zaak roept fundamentele vragen op over de betrouwbaarheid van de Nederlandse strafrechtketen en de bescherming van burgers tegen gerechtelijke fouten.
