Zwangerschap mag op de werkvloer geen nadeel opleveren. Toch blijkt in de praktijk telkens weer hoe dun de scheidslijn kan zijn tussen toegestane keuzes van werkgevers en verboden onderscheid op grond van geslacht. In dit artikel staan twee recente uitspraken centraal die die spanning scherp blootleggen.

In de eerste zaak trekt de Hoge Raad een duidelijke grens: een cao-regeling die ertoe leidt dat zwangere werkneemsters vrije dagen verliezen, is in strijd met het gelijkebehandelingsrecht. In de tweede zaak oordeelt de kantonrechter juist dat het niet verlengen van een tijdelijk contract géén zwangerschapsdiscriminatie oplevert, ook al viel dat besluit samen met het zwangerschapsverlof.
Samen laten deze uitspraken zien wanneer zwangerschap wel en wanneer niet een juridisch relevante factor is en welke lessen daaruit volgen voor werkgevers, werknemers en cao-partijen.
Een docente bij een MBO nam in 2022 zwangerschaps- en bevallingsverlof op. In de cao-MBO is vastgelegd dat docenten 30 vakantiedagen hebben, maar daarnaast zijn er nog ongeveer 30 "overige dagen" per jaar waarop zij niet hoeven te werken (omdat zij hun jaaruren al op 200 dagen hebben gemaakt).
Het verlof van de docente viel voor 13 dagen samen met deze "overige dagen". Volgens de cao-regels kreeg zij hiervoor geen compensatie. De vraag was: is dit een verboden vorm van discriminatie tussen mannen en vrouwen?
De Hoge Raad toetst de situatie aan de hand van de volgende wetgeving:
De Hoge Raad heeft de gestelde vragen als volgt beantwoord:
Ja. Hoewel de MBO stelde dat deze dagen "arbeidsrechtelijk geen betekenis hebben", oordeelt de Hoge Raad dat het begrip arbeidsvoorwaarde ruim moet worden uitgelegd. Omdat deze dagen vallen binnen de normale 5-daagse werkweek en de werknemer dan vrijgesteld is van werk, verschillen ze in wezen niet van vakantiedagen. Het zijn dagen die werknemers normaal gesproken naar eigen keuze kunnen invullen.
Ja. Een werknemer die niet met verlof is, kan deze 30 dagen vrij besteden. Een zwangere werkneemster "verliest" deze vrije dagen echter omdat ze samenvallen met haar zwangerschapsverlof. Hierdoor wordt zij minder gunstig behandeld dan haar mannelijke collega's.
Nee. Of de cao deze dagen nu bestempelt als "vakantie", "compensatieverlof" of simpelweg dagen waarop de jaartaak niet wordt ingezet, is niet relevant. Het gaat erom dat het een vrijetijdsaanspraak is die door de samenloop verloren gaat.
De Hoge Raad concludeert dat de huidige regeling in de cao-MBO (Art. 8.1 lid 10) in strijd is met het dwingend recht (gelijke behandeling), voor zover deze compensatie voor die 'overige dagen' uitsluit.
Gevolg: De bepaling is weliswaar niet direct in zijn geheel nietig, maar de werkgever moet het recht op compensatie uitbreiden. Vrouwen wiens zwangerschapsverlof samenvalt met deze vrije dagen, hebben dus recht op extra vrije dagen ter compensatie.
Onderwijsinstellingen en sociale partners zullen hun cao-bepalingen moeten herzien om te voorkomen dat vrouwen in de toekomst benadeeld worden door de specifieke planning van de jaartaak en schoolvakanties.
Een wijkbeheerder bij een woningcorporatie ([gedaagde]) heeft een tijdelijk contract dat op 1 augustus 2024 afloopt. In februari 2024 maakt zij bekend dat zij zwanger is. In mei 2024 wordt besloten haar contract met een half jaar te verlengen (tot februari 2025), zodat de nieuwe manager haar beter kan beoordelen.
Echter, terwijl de werknemer nog met verlof is (oktober 2024), laat de werkgever weten dat het contract daarna niet meer zal worden verlengd. De werkneemster stapt naar de rechter en eist een schadevergoeding van € 40.000,- wegens zwangerschapsdiscriminatie.
De kantonrechter wijst de eisen van de werknemer af. Er is volgens de rechter geen sprake van verboden onderscheid.
Hoewel de werknemer de zaak verliest, krijgt de werkgever een 'tik op de vingers' voor de gebrekkige communicatie. Omdat de onduidelijke houding van de werkgever de aanleiding was voor dit proces, hoeft de werknemer de proceskosten van de tegenpartij niet te betalen (terwijl dat normaal gesproken wel moet als je verliest).