Recent heeft de rechter uitspraak gedaan tegen zes verdachten in het onderzoek Babydraak. Dit betreft een omvangrijke strafzaak rondom een criminele organisatie die zich jarenlang bezighoudt met de grootschalige teelt van hennep en het witwassen van de opbrengsten daarvan.

De organisatie gebruikt de winsten uit de illegale hennepteelt om systematisch onroerend goed in Nederland aan te kopen, waarbij de panden vervolgens vaak weer worden ingericht als hennepkwekerij of dienen als opslagplaats. De kern van de organisatie bestaat uit een centraal drietal dat alle belangrijke beslissingen neemt en de operationele leiding heeft over de hennepkwekerijen en de financiën. Om de criminele herkomst van het geld en de werkelijke eigendomsverhoudingen te verhullen, worden familieleden en andere bekenden ingezet als stromannen. Panden worden op hun naam gezet, terwijl zij feitelijk geen zeggenschap hebben en de panden worden beheerd en gefinancierd door de organisatie. Direct na aankoop vindt er meestal geen inschrijving in de Basisregistratie Personen plaats en is er geen sprake van feitelijke bewoning.
De aankoop van de panden vertoont een consistent patroon dat volgens de rechtbank duidt op witwaspraktijken:
Een opvallend aspect in de financiering van het vastgoed is het gebruik van zogenoemde paspoortrekeningen in Armenië. Dit zijn bankrekeningen die direct gekoppeld zijn aan een paspoortnummer in plaats van aan een regulier bankrekeningnummer en bankrekeninghouder. Voor de betalingen die in Nederland worden ontvangen vanaf deze rekeningen kan geen tegenrekening worden gevonden. Hierdoor kunnen transacties worden verricht zonder dat de herkomst van het geld of de identiteit van de uiteindelijke verstrekker eenvoudig te achterhalen is voor de Nederlandse autoriteiten. Na uitvoering van een internationaal rechtshulpverzoek werd uiteindelijk achterhaald welke identiteit er aan een paspoortrekening gekoppeld was.
De verdachten hebben diverse verklaringen gegeven voor de herkomst van de grote geldbedragen, maar de rechtbank bestempelt deze nagenoeg allemaal als ongeloofwaardig. Veel verdachten verklaren dat zij grote sommen geld hebben ontvangen als schenking of lening van een broer of ander familielid in het buitenland. De rechtbank oordeelt dat deze leningen op geen enkele wijze worden onderbouwd met verifieerbare documenten, zoals bankafschriften of een plausibele verklaring hoe deze familieleden zelf aan dergelijke bedragen zijn gekomen. Sommige verdachten stellen dat het geld afkomstig is van decennialang gespaard salaris uit banen als docent of ondernemer in de bouw, dat altijd contant zou zijn uitbetaald. De rechtbank verwerpt dit, omdat informatie over de hoogte van de salarissen ontbreekt en de enorme uitgaven in Nederland niet in verhouding staan tot hun legale inkomenspositie. Tijdens het onderzoek wordt een veelheid aan valse identiteitsbewijzen en huurcontracten aangetroffen. Verdachten probeerden hiermee na de ontdekking van een hennepkwekerij de schijn te wekken dat het pand was verhuurd aan een derde partij (vaak een fictieve buitenlander), om zo hun eigen betrokkenheid te verhullen.
Concluderend stelt de rechtbank vast dat de legale inkomens van de betrokkenen op geen enkele manier een verklaring bieden voor de enorme investeringen in onroerend goed. Bij gebrek aan een concrete, verifieerbare legale herkomst concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat de panden en geldbedragen afkomstig zijn uit misdrijf. De verdachten worden veroordeeld voor (gewoonte)witwassen en de betreffende panden worden verbeurd verklaard.