De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft afgelopen week geoordeeld dat de gemeente Vlissingen onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij weigerde een intern auditrapport openbaar te maken over bouwfouten aan een schoolgebouw. Het beroep van de verzoeker werd gegrond verklaard en het weigeringsbesluit vernietigd.

De zaak draait om een Woo-verzoek dat in september 2024 werd ingediend. De verzoeker wilde inzage in een intern auditonderzoek naar de "procesmatige gang van zaken" rondom de bouw van een school die – opvallend genoeg – omgekeerd was gebouwd. Naast het auditrapport vroeg hij ook om bijbehorende correspondentie tussen de gemeente, de aannemer en andere betrokken partijen.
De gemeente weigerde dit aanvankelijk volledig, een beslissing die in bezwaar werd gehandhaafd – zij het in afwijking van het advies van de eigen bezwaarcommissie, die de weigering te ver vond gaan.
De rechtbank is op twee punten kritisch. Ten eerste heeft de gemeente onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke documenten er überhaupt zijn. Bij een nadere zoekslag bleken maar liefst 33.000 documenten binnen de reikwijdte van het verzoek te vallen, maar een inventarislijst ontbrak volledig. Dat maakt het onmogelijk te beoordelen welke stukken op welke grond zijn geweigerd.
Ten tweede heeft de gemeente de weigering van het conceptrapport zelf onvoldoende onderbouwd. De gemeente beriep zich op vier weigeringsgronden uit de Wet open overheid: het goed functioneren van de overheid, economische en financiële belangen, de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen (intern beraad) en de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank constateert dat al deze gronden te algemeen zijn toegepast.
Zo had de gemeente per alinea of onderdeel van het rapport moeten motiveren welke weigeringsgrond van toepassing is, in plaats van het document als geheel te weigeren. Ook had zij concreter moeten aangeven hoe openbaarmaking de onderhandelingspositie van de gemeente zou schaden, en waarom anonimisering van persoonsgegevens niet als alternatief volstond. Bovendien wijst de rechtbank erop dat het conceptrapport weinig persoonsgegevens bevat, wat de integrale weigering op die grond al evenmin rechtvaardigt.
De gemeente moet nu opnieuw beslissen op het bezwaar, met inachtneming van het oordeel van de rechtbank. De rechtbank ziet af van een zogenoemde bestuurlijke lus – een procedure waarbij fouten direct worden hersteld – omdat de omvang van de zaak daarvoor te groot is.
Wel geeft de rechtbank partijen uitdrukkelijk in overweging om met elkaar in gesprek te gaan. De beoordeling van tienduizenden documenten zal veel tijd en kosten vergen, terwijl het de verzoeker naar alle waarschijnlijkheid in de eerste plaats te doen is om het auditrapport zelf. De gemeente vergoedt het griffierecht van €194 aan de verzoeker.