Hoever reikt de bevoegdheid van een toezichthouder om interne onderzoeksrapporten op te vragen? Die vraag stond centraal in een procedure tussen AVROTROS en het Commissariaat voor de Media. De rechtbank Midden-Nederland maakt in haar uitspraak een duidelijk onderscheid tussen een onderzoek naar de governance van de omroep en een onderzoek naar de sociale veiligheid binnen de organisatie. Alleen het eerste valt volgens de rechtbank binnen de wettelijke toezichtstaak van het Commissariaat.

De zaak ontstond nadat de Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen (commissie-Van Rijn) begin 2024 had gerapporteerd over grensoverschrijdend gedrag binnen de publieke omroep. Naar aanleiding daarvan stelde AVROTROS een plan van aanpak op en liet zij twee onderzoeken uitvoeren. Het eerste betrof een inventarisatie van meldingen over de psychosociale veiligheid van medewerkers. Het tweede onderzocht de werking van de governance van de organisatie, onder meer aan de hand van de rol van bestuur en raad van toezicht bij verschillende bestuurlijke gebeurtenissen.
Het Commissariaat voor de Media verzocht beide rapporten te overleggen. Toen AVROTROS weigerde, volgde een formele informatievordering en uiteindelijk een last onder dwangsom. De omroep stelde dat het Commissariaat voor beide onderzoeken geen wettelijke bevoegdheid had, dat vertrouwelijkheid tegenover werknemers aan verstrekking in de weg stond en dat ook de AVG het delen van de rapporten niet toestond.
De rechtbank geeft AVROTROS gedeeltelijk gelijk. Volgens de rechtbank strekt de toezichtstaak van het Commissariaat op grond van de Mediawet zich niet uit tot de sociale veiligheid van werknemers. Hoewel er een verband kan bestaan tussen de organisatiecultuur en de publieke taak van een omroep, betekent dat nog niet dat het Commissariaat daarop toezicht mag houden. De Gedragscode Integriteit Publieke Omroep bevat volgens de rechtbank geen grondslag om ook psychosociale veiligheid onder het toezicht te brengen. Dat wordt volgens de rechtbank bevestigd door de totstandkomingsgeschiedenis van de gedragscode en verklaringen van de NPO, waarin is aangegeven dat sociale veiligheid destijds bewust buiten de gedragscode is gehouden. Het Commissariaat mocht het rapport over sociale veiligheid daarom niet opeisen.
Voor het governance-onderzoek ligt dat anders. De rechtbank oordeelt dat de Mediawet het Commissariaat wel bevoegd maakt toezicht te houden op de inrichting en werking van de bestuurlijke organisatie van publieke omroepen. Die bevoegdheid beperkt zich niet uitsluitend tot de besteding van publieke middelen, maar omvat ook de wijze waarop bestuur en intern toezicht zijn georganiseerd. Omdat het onderzoeksrapport juist daarop betrekking heeft, mocht het Commissariaat inzage verlangen. Dat het rapport daarnaast mogelijk ook informatie bevat die niet direct over governance gaat, doet daar volgens de rechtbank niet aan af.
Ook de overige bezwaren van AVROTROS slagen niet voor zover zij betrekking hebben op het governance-rapport. De rechtbank oordeelt dat toegezegde vertrouwelijkheid aan werknemers geen uitzondering vormt op de wettelijke medewerkingsplicht tegenover een toezichthouder. Wel merkt zij op dat persoonsgegevens waar mogelijk kunnen worden geanonimiseerd. Daarnaast biedt artikel 6, eerste lid, onder c, AVG volgens de rechtbank een toereikende grondslag voor het verstrekken van persoonsgegevens, omdat AVROTROS daarmee voldoet aan een wettelijke verplichting. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen. Volgens de rechtbank heeft het Commissariaat voldoende gemotiveerd waarom het volledige rapport noodzakelijk is om de kwaliteit van de governance en de getroffen verbetermaatregelen te kunnen beoordelen.
De rechtbank vernietigt de last onder dwangsom daarom uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op het rapport over sociale veiligheid. Het governance-rapport moet AVROTROS wel aan het Commissariaat verstrekken. Ook mag het Commissariaat het besluit tot oplegging van de last openbaar maken, voor zover dat ziet op de rechtmatige informatievordering met betrekking tot het governance-onderzoek.