DNB mocht een trustkantoor beboeten omdat het in zes cliëntendossiers onvoldoende cliëntenonderzoek had verricht voordat diensten werden verleend. De Rechtbank Rotterdam bevestigt daarbij verschillende strenge eisen aan onder meer transactieprofielen, UBO-onderzoek en identiteitsverificatie, maar corrigeert DNB ook op onderdelen. De boete wordt verlaagd van €467.180 naar €373.750.

De Nederlandsche Bank (DNB) legde het trustkantoor een bestuurlijke boete op wegens overtreding van het verbod op vroegtijdige dienstverlening uit de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018). Bij onderzoek naar zes dienstverleningsdossiers constateerde de toezichthouder in totaal 37 tekortkomingen in het cliëntenonderzoek.
De rechtbank oordeelt dat de overtreding overeind blijft. Zes tekortkomingen waren niet bestreden en van de overige 31 heeft DNB er 25 buiten redelijke twijfel aangetoond. Volgens de rechtbank gaat het bovendien om een ernstige overtreding van een kernbepaling van de Wtt 2018 die rechtstreeks raakt aan de poortwachtersfunctie van trustkantoren.
Een belangrijk onderdeel van de uitspraak betreft het transactieprofiel. Het trustkantoor gebruikte in bepaalde gevallen een werkwijze waarbij transacties individueel werden gemonitord wanneer vooraf geen concrete bedragen en frequenties konden worden vastgesteld.
Dat is volgens de rechtbank onvoldoende. Het opstellen van een transactieprofiel is een zelfstandige wettelijke verplichting en moet voorafgaan aan de voortdurende transactiemonitoring. Wanneer een trustkantoor geen transactieprofiel kan vaststellen dat aan de wettelijke eisen voldoet, mag het de zakelijke relatie niet aangaan of moet het een bestaande relatie beëindigen.
Ook moet het profiel voldoende specifiek zijn. Ruime bandbreedtes en frequenties moeten inhoudelijk kunnen worden onderbouwd.
De rechtbank trekt eveneens een duidelijke grens bij identiteitsverificatie. Alleen beschikken over een kopie van een paspoort is onvoldoende om de identiteit van een vertegenwoordiger van een cliënt te verifiëren.
Volgens de rechtbank bevat zo'n kopie geen controleerbare echtheidskenmerken, kunnen fysieke gegevens relatief eenvoudig worden aangepast en zijn eventuele biometrische gegevens niet uitleesbaar. Dat een dergelijke werkwijze mogelijk vaker in de financiële sector voorkomt, verandert volgens de rechtbank niets aan de wettelijke verplichting.
Ook bevestigt de rechtbank dat trustkantoren de vermogenspositie van een pseudo-UBO zoveel mogelijk met zekerheid moeten vaststellen. Dat een pseudo-UBO zelf geen vermogen in een structuur heeft ingebracht, maakt dit niet anders.
Niet alle interpretaties van DNB houden echter stand. Zo volgt volgens de rechtbank niet uit de Wtt 2018 dat beheersmaatregelen onderdeel moeten zijn van het integriteitrisicoprofiel. Die maatregelen moeten elders in het dossier worden vastgelegd.
Ook hoeft een trustkantoor niet onder alle omstandigheden oude brondocumenten te achterhalen. In één dossier verlangde DNB een document uit 1988. Omdat de herkomst van het vermogen voldoende uit andere stukken kon worden afgeleid, vond de rechtbank die eis in dit specifieke geval onredelijk en disproportioneel.
Daarnaast kunnen geconsolideerde jaarrekeningen onder omstandigheden voldoende zijn om de herkomst van vermogen vast te stellen. DNB had volgens de rechtbank onvoldoende onderbouwd waarom dat in een van de onderzochte dossiers niet mogelijk was.
Hoewel de overtreding ernstig genoeg is voor een boete, gaat de rechtbank niet mee in het oordeel van DNB dat sprake was van bovengemiddelde verwijtbaarheid. Het trustkantoor had organisatorische veranderingen doorgevoerd, aanzienlijke inspanningen geleverd om aan de regelgeving te voldoen en zijn werkwijze aangepast wanneer bleek dat eerdere keuzes niet voldeden.
Daarom kwalificeert de rechtbank de verwijtbaarheid als gemiddeld. De verhoging van 25 procent die DNB had toegepast vervalt en de boete daalt van €467.180 naar €373.750.
Deze tweedaagse basiscursus leert professionals in de publieke sector compliance- en integriteitsrisico’s herkennen en vertalen naar effectief beleid, toezicht, governance en dagelijks gedrag.