Wie bewust geen vragen stelt over het gebruik van zijn bankrekening, kan zich niet verschuilen achter onwetendheid. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel. Volgens de rechtbank heeft een verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetwitwassen, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn rekening voor criminele doeleinden werd gebruikt. De uitspraak biedt daarmee een duidelijke illustratie van hoe rechters het begrip voorwaardelijk opzet toepassen.

De zaak draaide om een 45-jarige man die op verzoek van een ander een bankrekening op zijn naam opende. In een periode van nog geen twee maanden kwamen op die rekening 1.606 Tikkiebetalingen binnen, met een gezamenlijke waarde van ruim € 109.000. De verdachte nam een deel van het geld contant op en vergokte een ander deel. Voor iedere opname ontving hij een vergoeding van € 50.
Volgens de rechtbank had de verdachte daarmee de beschikking over het volledige bedrag en heeft hij het geld voorhanden gehad, omgezet en gebruikt, terwijl hij wist dat het afkomstig was uit enig misdrijf.
De verdachte voerde aan dat hij niet wist waarvoor de bankrekening werd gebruikt. Hij verklaarde dat hij er bewust niet naar had gevraagd waarom hij deze handelingen voor een ander moest verrichten.
Juist die verklaring speelde een belangrijke rol in het oordeel van de rechtbank. De rechters stelden vast dat de verdachte zijn bankrekening beschikbaar stelde aan een ander, geld opnam tegen betaling en ervoor koos geen vragen te stellen over de achtergrond van de transacties. Daarmee heeft hij volgens de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn rekening voor criminele doeleinden werd gebruikt. Dat is voldoende om voorwaardelijk opzet op witwassen aan te nemen.
De uitspraak onderstreept dat voor een veroordeling wegens opzetwitwassen niet noodzakelijk is dat een verdachte precies weet uit welk misdrijf het geld afkomstig is. Doorslaggevend is of iemand willens en wetens het risico accepteert dat sprake is van crimineel geld.
De uitspraak laat zien dat het bewust achterwege laten van vragen onder omstandigheden kan bijdragen aan het bewijs van voorwaardelijk opzet. Volgens de rechtbank had de verdachte de aanmerkelijke kans dat zijn bankrekening voor criminele doeleinden werd gebruikt bewust aanvaard door zijn rekening ter beschikking te stellen en geen vragen te stellen over de achtergrond van de transacties.