Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Rechtbank: bestuurders zorgbedrijf aansprakelijk voor faillissementstekort en vijf jaar bestuursverbod

Rechtbank Overijssel heeft vorige week geoordeeld dat de bestuurders van een failliete zorgonderneming persoonlijk aansprakelijk zijn voor alle schulden in het faillissement. Daarnaast legt de rechtbank hen een bestuursverbod op van vijf jaar. De bestuurders voerden aan dat het faillissement te wijten was aan het onterecht opzeggen van een contract door de opdrachtgever, maar de rechtbank volgt dat verweer niet.

Redactie PONT | Governance 22 juni 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

De besloten vennootschap leverde zorg op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in opdracht van meerdere gemeenten. Een samenwerkingsverband van acht gemeenten, de Zorgregio Midden-IJssel/Oost Veluwe, was haar belangrijkste opdrachtgever. De vennootschap werd bestuurd door een holding-B.V., waarvan de feitelijk leidinggevende — een vrouwelijke bestuurder — enig aandeelhouder en bestuurder was.

Begin 2024 voerde de Zorgregio een rechtmatigheidsonderzoek uit naar de declaraties van de zorgonderneming over de periode 2021 tot en met 2023. De bevindingen waren ernstig: structureel niet-herleidbare declaraties, uren geboekt op naam van voormalige medewerkers die verklaard hadden daar niets van te weten en handtekeningen op contracten die zij niet als de hunne herkenden. Toezichthouders spraken van sterke vermoedens van vervalsing. In totaal ging het om ruim 2.400 onrechtmatig gedeclareerde uren met een waarde van bijna € 179.000. Op basis hiervan ontbond de Zorgregio in juni 2024 de raamovereenkomst. Twee maanden later, in augustus 2024, werd de vennootschap failliet verklaard.

Administratieplicht geschonden

De curator baseerde zijn vorderingen primair op artikel 2:248 BW, dat bestuurders aansprakelijk stelt voor het faillissementstekort bij kennelijk onbehoorlijk bestuur. Schending van de wettelijke administratieplicht — artikel 2:10 BW — levert daarvoor een wettelijk vermoeden op.

De rechtbank oordeelt dat de administratie van de zorgonderneming structureel tekortschoot. Niet alleen voldeed die niet aan de contractuele eisen van de Zorgregio — die herleidbaarheid en navolgbaarheid van zorguren verlangde — maar ook aan de algemene wettelijke norm van artikel 2:10 BW. De uren waren niet transparant geregistreerd: ze werden achteraf handmatig aangepast en bijgeschreven op naam van medewerkers die de betreffende zorg niet hadden geleverd. De bestuurder legde daarvoor de verklaring dat spoedeisende zorg nu eenmaal snel geleverd moest worden en de administratie later werd bijgewerkt. De rechtbank vindt dat onvoldoende. Rechten en verplichtingen moeten te allen tijde uit de boeken kenbaar zijn — niet pas na raadpleging van privacygevoelige zorgdossiers.

Bovendien was de jaarrekening over 2022 nooit gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel, wat een schending oplevert van de publicatieplicht uit artikel 2:394 BW. Geen onbelangrijk verzuim, oordeelt de rechtbank.

Verweer verworpen: ontbinding raamovereenkomst was gerechtvaardigd

De bestuurders voerden aan dat het faillissement niet aan hen te wijten was, maar aan de Zorgregio die ten onrechte het raamcontract had opgezegd. De rechtbank verwerpt dat verweer. De voorzieningenrechter had in een eerder kortgeding al geoordeeld dat de ontbinding gerechtvaardigd was. De bestuurders zijn daartegen niet in hoger beroep gegaan en hebben ook geen bodemprocedure gestart. De administratieve misstanden die tijdens het toezichtonderzoek aan het licht kwamen, hebben de ontbinding veroorzaakt — en daarmee indirect het faillissement.

Bestuursverbod van vijf jaar

Naast de aansprakelijkheid voor het faillissementstekort — waarvoor de rechtbank een voorschot van € 1 miljoen toewijst — legt de rechtbank de bestuurders een bestuursverbod op van vijf jaar. De rechtbank weegt daarbij zwaar dat het gaat om gemeenschapsgeld bestemd voor kwetsbare zorgontvangers. Ook de omstandigheid dat de bestuurder direct na het faillissement haar activiteiten onder een gewijzigde bedrijfsnaam voortzette, speelt mee. Dat zij inmiddels had aangekondigd haar bestuurstaken neer te leggen, biedt onvoldoende tegenwicht.

Artikel delen