De overheid mag vertrouwelijke informatie over exportvergunningen voor goederen met zowel civiele als militaire toepassingen geheimhouden. Dat bevestigt de Raad van State in een uitspraak van 14 oktober 2026. Europese douaneregels kunnen openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) blokkeren. Ook staatsveiligheid en internationale betrekkingen kunnen reden zijn om documenten niet vrij te geven. Maar die geheimhouding kent grenzen.

De zaak begon met een informatieverzoek uit 2019 over verschillende exportvergunningen voor zogenoemde dual-use goederen. Dat zijn producten, software of technologieën die zowel voor civiele als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. De verzoeker wilde onder meer vergunningaanvragen, interne memo's, correspondentie en documenten over de beoordeling van de vergunningen inzien.
De minister weigerde aanvankelijk alle 89 aangetroffen documenten openbaar te maken. Na meerdere bezwaar- en beroepsprocedures werden alsnog documenten gedeeltelijk vrijgegeven. De vraag die uiteindelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State terechtkwam, was welke informatie de overheid mocht blijven achterhouden.
Een belangrijk onderdeel van de uitspraak betreft artikel 12 van het Douanewetboek van de Unie (DWU). Deze bepaling beschermt vertrouwelijke informatie die douaneautoriteiten bij hun werkzaamheden verkrijgen.
De Raad van State bevestigt dat informatie die onder deze geheimhoudingsbepaling valt, in dit geschil niet via de Woo openbaar hoeft te worden gemaakt. Dat geldt bijvoorbeeld voor vertrouwelijke gegevens uit vergunningaanvragen, zoals productspecificaties, gegevens over exporteurs en informatie over transacties.
Daarbij speelt mee dat een eerdere rechtbankuitspraak uit 2022, waarin de voorrang van het DWU op de nationale openbaarmakingsregels was vastgesteld, onherroepelijk was geworden. De Afdeling gaat daarom in deze procedure van dat eerdere oordeel uit.
Naast het douanegeheim beriep de minister zich op uitzonderingsgronden uit de Woo.
De Raad van State oordeelt dat openbaarmaking van bepaalde documenten inzicht kan geven in veiligheidsafwegingen rond export naar specifieke landen. Zelfs de informatie of een veiligheidsdienst bij een beoordeling betrokken is geweest, kan volgens de Afdeling de staatsveiligheid schaden.
Ook interne memo's over het exportbeleid richting bepaalde landen mogen geheim blijven. Openbaarmaking zou internationale betrekkingen kunnen schaden doordat andere landen inzicht krijgen in vertrouwelijke beleidsafwegingen.
Verder accepteert de Afdeling dat bepaalde interne werkwijzen en beoordelingscriteria niet openbaar worden gemaakt wanneer dit toekomstige vergunningprocedures kan bemoeilijken.
Toch krijgt de verzoeker op één punt gelijk. De minister had ook de nummers van verschillende exportvergunningen geheimgehouden met een beroep op het Europese douanegeheim.
Volgens de Raad van State is dat onterecht. De vergunningnummers zijn geen vertrouwelijk verstrekte informatie. Bovendien had de minister deze nummers zelf al op de website gepubliceerd.
De minister moet de nummers daarom alsnog openbaar maken. Een nieuw besluit is niet nodig, omdat de Raad van State zelf in de zaak voorziet.
Opvallend is dat een deel van de documenten inmiddels ouder was dan vijf jaar. De Woo verplicht bestuursorganen om bij dergelijke informatie extra te motiveren waarom bepaalde belangen nog steeds zwaarder wegen dan openbaarheid.
De minister had volgens de Afdeling voldoende uitgelegd waarom de interne beleidslijnen nog altijd actueel waren. Ook de veranderde verhouding met Rusland en de inmiddels geldende exportbeperkingen maken dat niet anders.
Deze tweedaagse basiscursus leert professionals in de publieke sector compliance- en integriteitsrisico’s herkennen en vertalen naar effectief beleid, toezicht, governance en dagelijks gedrag.