Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Naam ambtenaar blijft geheim ondanks gestelde integriteitsschending

Een vermoeden dat een ambtenaar een integriteitsschending heeft begaan, is niet genoeg om diens naam via de Wet open overheid openbaar te krijgen. Wie openbaarmaking verlangt, moet aannemelijk maken waarom het belang van openbaarheid in het concrete geval zwaarder weegt dan de persoonlijke levenssfeer van de ambtenaar. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Redactie PONT | Governance 14 september 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

De zaak draait om een Woo-verzoek bij de gemeente Noord-Beveland. De verzoeker wilde de naam weten van een ambtenaar die onder een intern mailbericht uit 2012 stond vermeld. Uit dat bericht bleek volgens hem dat de ambtenaar had besloten een bepaalde brief niet aan een dossier toe te voegen. Volgens de verzoeker wees dat op een mogelijke integriteitsschending en woog het belang van openbaarheid daarom zwaarder dan de privacy van de ambtenaar.

Het college weigerde de naam openbaar te maken op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo. Volgens het college woog de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de ambtenaar zwaarder.

Interne rol maakt ambtenaar nog niet openbaar

De Afdeling bevestigt dat oordeel. Als uitgangspunt geldt dat namen van medewerkers die niet wegens hun functie in de openbaarheid treden niet openbaar hoeven te worden gemaakt. Dat kan anders zijn als de verzoeker aannemelijk maakt dat het openbaarheidsbelang in het concrete geval zwaarder weegt.

Dat een ambtenaar kon beslissen om een document niet aan een dossier toe te voegen, is daarvoor onvoldoende. Die omstandigheid betekent volgens de Afdeling niet dat de ambtenaar als vertegenwoordiger van de gemeente in de openbaarheid trad.

De Afdeling maakt daarbij onderscheid met ambtenaren die krachtens mandaat een besluit ondertekenen. Zij moeten in beginsel wel accepteren dat hun naam naar buiten komt, omdat burgers moeten kunnen controleren of zij bevoegd waren het besluit te ondertekenen. In deze zaak ging het alleen om een naam onder een intern mailbericht.

Beschuldiging van integriteitsschending onvoldoende

Ook het beroep op een mogelijke integriteitsschending leidt niet tot openbaarmaking. De Afdeling beoordeelt nadrukkelijk niet of de betrokken ambtenaar daadwerkelijk een integriteitsschending heeft begaan. De procedure gaat uitsluitend over de vraag of diens naam openbaar moet worden.

Volgens de Afdeling heeft de verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat daarvoor een zwaarder openbaarheidsbelang bestaat. Een mogelijke integriteitsschending kan ook via een klacht bij de gemeente of de Nationale Ombudsman aan de orde worden gesteld. Daarvoor hoeft de naam van de ambtenaar niet voor iedereen openbaar te worden.

Het college mocht daarom ook meewegen dat de ambtenaar bescherming verdient tegen speculaties over diens integriteit. De naam blijft geheim en het hoger beroep is ongegrond.

Artikel delen