Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Hof legde lat voor terrorismefinanciering mogelijk te hoog bij geldstromen naar Syrië

De advocaat-generaal (AG) bij de Hoge Raad adviseert om een vrijspraak voor terrorismefinanciering en opzettelijke overtreding van de Sanctiewet te vernietigen. De zaak draait om een vader die tussen 2014 en 2017 via tussenpersonen geld overmaakte naar zijn dochter en schoonzoon in Syrië. De schoonzoon stond op een sanctielijst vanwege betrokkenheid bij Islamitische Staat (IS). Volgens de AG heeft het gerechtshof Den Haag een te beperkte uitleg gegeven aan het vereiste opzet.

Redactie PONT | Governance 1 juni 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

Geldstromen naar Syrisch strijdgebied

De verdachte maakte in totaal ruim € 4.500 over aan tussenpersonen in Turkije en Libanon, die het geld vervolgens doorsluisden naar zijn dochter en haar echtgenoot in Syrië. Het openbaar ministerie vervolgde hem voor terrorismefinanciering en overtreding van de Sanctiewet. Het hof sprak hem vrij van terrorismefinanciering omdat niet kon worden vastgesteld dat hij wist dat zijn dochter en schoonzoon waren aangesloten bij een terroristische organisatie. Voor de sanctieovertredingen volgde slechts een veroordeling in de overtredingsvariant.

Voorwaardelijk opzet centraal

Volgens de AG heeft het hof daarbij onvoldoende aandacht besteed aan het begrip voorwaardelijk opzet. Voor strafbaarheid is niet vereist dat de verdachte met zekerheid wist dat zijn geld bij een terroristische organisatie terechtkwam. Voldoende kan zijn dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit zou gebeuren. Daarbij wijst de AG erop dat het hof nauwelijks heeft betrokken dat de geldstromen waren gericht op personen die verbleven in een actief Syrisch strijdgebied. Ook had het hof volgens de AG kunnen onderzoeken of op de verdachte een onderzoeksplicht rustte om zich te verdiepen in de situatie van zijn dochter en schoonzoon.

Relevantie voor poortwachters

De conclusie is relevant voor instellingen die onder de Wwft vallen en voor andere poortwachters die transacties moeten beoordelen op sanctie- en terrorismefinancieringsrisico's. De AG benadrukt dat risicosignalen, zoals geldstromen naar conflictgebieden of naar personen met mogelijke banden met terroristische organisaties, niet zonder meer kunnen worden genegeerd. De zaak onderstreept daarmee het belang van zorgvuldig cliëntenonderzoek, sanctiescreening en alertheid op indirecte geldstromen via tussenpersonen.

Vervolg

De conclusie is niet bindend. De Hoge Raad zal later beslissen of het arrest van het hof in stand blijft of dat de zaak opnieuw moet worden beoordeeld.

Artikel delen