Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Goudhandelaar onder verdenking witwassen verliest bankrekeningen bij ABN AMRO

Een Utrechtse goudhandelaar die weigerde openheid van zaken te geven over een groot contant geldbedrag en cryptovermogen dat bij een politieinval werd aangetroffen, heeft zijn strijd om zijn bankrekeningen bij ABN AMRO te behouden verloren. De Amsterdamse voorzieningenrechter wees op 7 april 2026 alle vorderingen af.

Redactie PONT | Governance 1 juni 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

De eiser drijft een eenmanszaak in de aan- en verkoop van goud en zilver en had zowel een privé- als een zakelijke rekening bij ABN AMRO. De situatie escaleerde nadat de politie in juli 2025 invallen deed op zijn bedrijfspand en privéwoning op verdenking van witwassen. Daarbij werd ruim €180.000 aan contant geld en cryptovaluta in beslag genomen. Bovendien sloot de burgemeester van Utrecht het bedrijfspand voor twaalf maanden.

ABN AMRO stelde daarop vragen over de verdenking en de herkomst van de aangetroffen middelen, en herhaalde die vragen meermaals met expliciete waarschuwingen dat de relatie anders zou worden beëindigd. De goudhandelaar beriep zich op de lopende strafzaak en leverde slechts een aangifte inkomstenbelasting aan. Over ruim €143.000 aan stortingen van cryptoplatform Coinbase bleef een volledige verantwoording uit. Het aangeleverde CSV-bestand was leeg, en een ingevulde versie werd beloofd maar nooit verstuurd. In december 2025 zegde ABN de relatie op, met ingang van februari 2026.

Het oordeel van de rechter

De voorzieningenrechter oordeelde dat ABN AMRO niet alleen contractueel bevoegd was de bankrelatie op te zeggen, maar daartoe op grond van de Wwft zelfs wettelijk verplicht was. Als een bank haar cliëntenonderzoek niet kan afronden omdat een klant onvoldoende meewerkt, schrijft artikel 5 lid 3 Wwft beëindiging voor. Dat de eiser een strafzaak als reden aanvoerde om geen informatie te verstrekken, deed daar niet aan af.

De stelling dat de opzeggingsbrieven hem niet hadden bereikt, hielp hem evenmin. De rechter stelde vast dat hij in ieder geval tijdig op de hoogte raakte van de opzegging, maar nooit om verlenging van de opzegtermijn had gevraagd, wat hij eenvoudig had kunnen doen.

Ook de registratie op de interne CAAML-lijst van ABN AMRO bleef in stand. Dit is een intern systeem dat bijhoudt van welke klanten de bank afscheid moest nemen vanwege Wwft-verplichtingen. De rechtbank benadrukte dat deze lijst uitsluitend intern wordt gebruikt en niet wordt gedeeld met andere financiële instellingen, zodat de goudhandelaar daar in de praktijk weinig hinder van zou ondervinden.

Belang van de uitspraak

De zaak laat zien hoe zwaar een lopend strafrechtelijk onderzoek kan doorwegen in de beoordeling van bancaire relaties. Wie zich op een strafzaak beroept om informatieverstrekking te weigeren, neemt daarmee het risico dat de bank haar wettelijke onderzoeksplicht niet kan nakomen en dus moet opzeggen. Een beroep op privacy of zwijgrecht biedt in dat kader geen bescherming tegen de Wwft.

Artikel delen