Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Geen spoedeisend belang bij herstel bankrelatie ING: hof bekrachtigt afwijzing

Een groep van vijf gelieerde ondernemingen en hun bestuurder heeft ook in hoger beroep bot gevangen in hun poging de beëindigde bankrelatie met ING te herstellen. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 19 mei 2026 dat appellanten geen spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen — en bekrachtigde daarmee het eerdere vonnis van de Amsterdamse voorzieningenrechter.

Redactie PONT | Governance 1 juni 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting
silver samsung galaxys 7 edge

Achtergrond

ING voerde tussen oktober 2023 en augustus 2024 een uitgebreid cliëntenonderzoek uit bij de vijf appellanten, alle gelieerd via één bestuurder en aandeelhouder. De bank stelde vragen over onder andere de constructie waarbij personeel werd ingeleend via een derde bedrijf waarbij de bestuurder eerder nauw betrokken was, het ontbreken van bewijs van girale betalingen aan medewerkers, en opvallende geldstromen richting privérekeningen en crypto-exchanges. Omdat de antwoorden de bank niet tevreden stelden, zegde ING in augustus 2024 alle bankrelaties op en registreerde de partijen voor zeven jaar in haar intern verwijzingsregister (IVR).

In eerste aanleg wees de voorzieningenrechter de vorderingen tot herstel van de bankrelatie en verwijdering uit het IVR al af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. In hoger beroep probeerden appellanten dit oordeel te keren.

Het oordeel van het hof

Het hof volgde de redenering van de rechtbank. Doorslaggevend was dat appellanten voor hun dagelijkse bankzaken helemaal niet meer afhankelijk bleken te zijn van ING. Twee van de vijf partijen hadden elders al bankrekeningen, het betalingsverkeer van twee andere partijen was nagenoeg opgedroogd, en de vijfde had haar ING-rekening zelf al opgezegd. Wie elders gewoon kan bankieren, heeft geen spoedeisend belang bij herstel van een oude bankrelatie.

Ten aanzien van de IVR-registratie wezen appellanten erop dat de opgeslagen informatie via wet- en regelgeving — zoals de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden — alsnog bij andere banken of toezichthouders terecht zou kunnen komen. Het hof verwierp dit argument bij gebrek aan concrete onderbouwing. Het IVR is een intern register dat alleen door ING zelf raadpleegbaar is. Dat derden naar aanleiding van het gepubliceerde vonnis vragen stelden, betekende evenmin dat appellanten feitelijk werden belemmerd in hun bankzaken — zulke vragen kunnen immers worden beantwoord.

Belang van de uitspraak

De uitspraak illustreert een praktisch maar cruciaal drempelcriterium in dit soort zaken: wie elders succesvol vervangende bankdiensten heeft gevonden, kan in kort geding doorgaans geen herstel van de oude bankrelatie afdwingen. De urgentie die inherent is aan een kort geding ontbreekt dan simpelweg. Of de opzegging inhoudelijk rechtmatig was, komt pas aan de orde in een eventuele bodemprocedure.

Artikel delen