Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Geen sanctieovertreding bewezen, toch mag bank klantrelatie beëindigen

Een bank hoeft niet eerst vast te stellen dat een klant daadwerkelijk sancties heeft overtreden voordat zij de klantrelatie op grond van de Wwft beëindigt. De rechtbank Amsterdam oordeelt dat ABN AMRO afscheid mag nemen van een onderneming die handelt in chemische stoffen, omdat de onderneming de risico's op sanctieomzeiling onvoldoende onderkent. Daardoor kan de bank die risico's niet voldoende beheersen.

Redactie PONT | Governance 23 september 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

Een onderneming hield bij ABN AMRO zakelijke en privérekeningen aan en was actief in het transport en de distributie van chemische grondstoffen. Tot begin 2025 verzorgde het bedrijf vooral transporten met tankcontainers van en naar Rusland. Later verschoof de onderneming steeds meer naar de distributie van chemicaliën binnen Europa. Een deel van de verhandelde stoffen kan naast industriële toepassingen ook worden gebruikt voor militaire doeleinden. De levering van deze stoffen aan Rusland is sinds juli 2025 gesanctioneerd.

ABN AMRO startte eind 2025 een cliëntenonderzoek en stelde in meerdere rondes vragen over mogelijke sanctierisico's. De bank zag onder meer transacties met moeilijk verifieerbare tegenpartijen, betalingen vanuit andere landen dan waar afnemers waren gevestigd en klanten waarvan niet duidelijk was of zij de gekochte hoeveelheden chemicaliën daadwerkelijk konden verwerken.

Geen daadwerkelijke sanctieovertreding nodig

De bank besloot uiteindelijk de bancaire relaties te beëindigen. Volgens de onderneming was daarvoor onvoldoende grond. Zij stelde onder meer dat zij nauwelijks nog naar Rusland vervoerde en niet betrokken was geweest bij routes om sancties te omzeilen.

De voorzieningenrechter hoeft echter niet vast te stellen of daadwerkelijk sancties zijn overtreden. Banken moeten op grond van de Wwft voortdurend controleren of transacties passen bij wat zij van een klant en diens risicoprofiel weten. Kan een bank haar cliëntenonderzoek niet voltooien of ontstaat een onacceptabel risico op misbruik van de bankrekening, dan moet zij de relatie op grond van artikel 5 lid 3 Wwft beëindigen. Concrete bewijzen van criminele activiteiten zijn daarvoor niet noodzakelijk.

Onderneming onderschat sanctierisico's

In deze zaak speelt vooral mee dat de onderneming volgens de rechter onvoldoende oog heeft voor het risico op sanctieomzeiling. Zo ging zij ervan uit dat doorlevering aan Rusland vooral een risico vormt bij landen die aan Rusland grenzen. Bij Europese klanten vroeg zij daarom geen eindgebruikersverklaringen.

Ook was niet gebleken dat inmiddels controleerbaar beleid was ingevoerd om risico's op sanctieomzeiling te beoordelen. Evenmin was duidelijk dat de onderneming structureel eindgebruikersverklaringen bij Europese klanten opvroeg of derdenbetalingen weigerde wanneer daarvoor geen logische en gedocumenteerde verklaring bestond.

Daarmee bestond volgens de voorzieningenrechter een fundamenteel verschil tussen de risicoperceptie van de onderneming en die van de bank. Voor ABN AMRO was daardoor niet voldoende te overzien of de bankrekeningen voor sanctieomzeiling konden worden gebruikt.

De rechter acht het daarom aannemelijk dat de bank op grond van de Wwft verplicht is de relaties te beëindigen. Ook hoeft de bank de interne Client Acceptance en Anti-Money Laundering(CAAML)-registraties van de betrokken klanten niet te verwijderen.

Artikel delen

-->