De EU mocht de Hongaarse Universiteit van Debrecen uitsluiten van nieuwe Europese financiering zonder eerst aan te tonen dat binnen de universiteit zelf sprake was van een belangenconflict. Volgens het Gerecht van de EU waren de problemen in het Hongaarse stelsel zo structureel dat maatregelen tegen alle betrokken instellingen gerechtvaardigd waren. De uitspraak laat zien hoe ver de EU mag gaan bij het beschermen van haar begroting tegen risico's door belangenverstrengeling en politieke invloed.

De zaak draait om maatregelen die de Raad van de EU eind 2022 tegen Hongarije nam op grond van het Europese conditionaliteitsregime. Met dat instrument kan de EU maatregelen nemen wanneer schendingen van rechtsstatelijke beginselen voldoende rechtstreeks gevolgen hebben of dreigen te hebben voor de Uniebegroting.
Een van die maatregelen verbiedt de Europese Commissie nieuwe juridische verplichtingen aan te gaan met bepaalde Hongaarse trusts van openbaar belang en instellingen die door zulke trusts worden beheerd. Daaronder valt ook de Universiteit van Debrecen.
De universiteit vocht de maatregel aan. Een belangrijk argument was dat binnen de universiteit en de trust die haar beheert geen sprake was van het politieke belangenconflict waarop de Europese maatregel was gebaseerd. De Raad had volgens de universiteit eerst haar individuele situatie moeten onderzoeken.
Het Gerecht volgt die redenering niet. Het probleem waarop de Raad zijn maatregel baseerde, zit volgens de rechters niet in individuele overtredingen door afzonderlijke universiteiten, maar in het Hongaarse wettelijke stelsel voor de trusts.
Dat stelsel bood onvoldoende waarborgen tegen belangenconflicten. Hoge ambtenaren en politieke bestuurders konden zitting nemen in besturen van trusts die publieke activa beheren. Daardoor konden politieke bestuurders betrokken raken bij besluitvorming over publieke middelen voor entiteiten waarin zij zelf een belangrijke bestuurspositie bekleedden.
Volgens het Gerecht gaat het daarmee om een systemisch probleem. De Commissie en de Raad hoefden daarom niet bij iedere trust en iedere universiteit afzonderlijk vast te stellen dat daadwerkelijk sprake was van een belangenconflict.
Ook het argument dat de universiteiten feitelijk collectief worden gestraft, slaagt niet. Het conditionaliteitsregime is volgens het Gerecht niet bedoeld om Hongarije of afzonderlijke instellingen te bestraffen. Het doel is de Europese begroting te beschermen tegen risico's die voortvloeien uit schendingen van rechtsstatelijke beginselen.
Het Gerecht vindt de gekozen maatregel bovendien evenredig. Bestaande financiële verplichtingen werden niet beëindigd: het verbod ziet op het aangaan van nieuwe verplichtingen. Daarmee koos de Raad volgens de rechters voor de minst belastende van de beschikbare maatregelen.
De Universiteit van Debrecen stelde daarnaast dat uitsluiting van onder meer Horizon Europa en Erasmus+ de academische vrijheid aantast. Ook dat argument wijst het Gerecht af.
Een tijdelijke beperking van Europese financiering vanwege systemische rechtsstaatproblemen vormt volgens het Gerecht op zichzelf geen aantasting van de academische vrijheid. Opvallend genoeg draait het Gerecht het argument deels om: maatregelen tegen politieke belangenconflicten kunnen juist bijdragen aan de autonomie van universiteiten door de mogelijkheden voor politieke inmenging te beperken.
Het beroep van de Universiteit van Debrecen wordt daarom volledig verworpen.