Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Collectieve claim tegen ING en bunq om goudfraude mag door van rechtbank

Een stichting die ING en bunq aansprakelijk wil stellen voor de schade van honderden gedupeerden van goudfraude, mag haar collectieve actie voortzetten. De rechtbank Amsterdam vindt de belangen van de gedupeerden voldoende gelijksoortig en oordeelt dat de stichting voldoende representatief is. Of de banken daadwerkelijk hun zorgplicht hebben geschonden, moet later blijken.

Redactie PONT | Governance 10 augustus 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

a close up of a light fixture with a black background

De zaak draait om zogenoemde Forward Gold Sale-contracten. Tussen 2015 en 2019 konden klanten goud kopen dat tien maanden later geleverd zou worden vanuit goudmijnen in Tanzania en Ghana. De betalingen liepen via escrow-stichtingen met in totaal zeven bankrekeningen bij ING en bunq.

Aanvankelijk werd goud geleverd, maar vanaf juli 2018 stokten de leveringen. Volgens de rechtbank hebben ongeveer 700 personen die tussen 2017 en 2019 dergelijke contracten sloten geen of te weinig goud ontvangen. Naar de verkoop van de contracten loopt sinds 2018 ook een strafrechtelijk onderzoek.

Banken hadden volgens stichting moeten ingrijpen

Stichting Collectief Forward Gold Sale (FGS) wil de schade van de gedupeerden verhalen op ING en bunq. Volgens de stichting waren er verschillende red flags en hadden de banken daarom de rekeningen van de escrow-stichtingen niet mogen openen of deze later moeten blokkeren.

De stichting stelt onder meer dat de banken verplichtingen uit de Wet op het financieel toezicht en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) hebben geschonden. Daarnaast beroept zij zich op de bijzondere zorgplicht van banken.

De inhoudelijke beoordeling daarvan volgt later. Eerst moest de rechtbank bepalen of de stichting de zaak überhaupt als collectieve actie mag voeren.

Individuele verschillen staan collectieve actie niet in de weg

ING en bunq betoogden onder meer dat de situaties van de gedupeerden te veel van elkaar verschillen. Zo liepen de betalingen via zeven verschillende bankrekeningen en verschilt de geleden schade per persoon.

De rechtbank gaat daar in deze fase niet in mee. De hoofdvraag is volgens haar of de banken op basis van de omstandigheden rond de bankrekeningen hadden moeten ingrijpen. Die vraag is voor alle gedupeerden in voldoende mate vergelijkbaar.

Dat later mogelijk per bank of zelfs per rekening moet worden bekeken of aansprakelijkheid bestaat, maakt de belangen volgens de rechtbank niet ongeschikt voor collectieve behandeling. Ook mogelijke individuele verschillen bij de uiteindelijke schadeberekening staan ontvankelijkheid nu niet in de weg.

Stichting voldoende representatief

Ook aan het representativiteitsvereiste is voldaan. De stichting vertegenwoordigt 101 van de circa 700 gedupeerden, ruim 14 procent van het totaal. Zij vertegenwoordigen volgens de rechtbank ongeveer 19 procent van de totale betalingen waarvoor geen goud is teruggekregen.

De rechtbank wijst Stichting FGS daarom aan als exclusieve belangenbehartiger. Zowel Nederlandse gedupeerden als de groep buitenlandse gedupeerden – naar schatting 161 personen in België – krijgen de mogelijkheid om zich aan de collectieve procedure te onttrekken.

Daarmee is nog niet vastgesteld dat ING of bunq aansprakelijk is voor de schade. De rechtbank merkt bij de vorderingen tegen bunq zelfs op dat kan worden betwijfeld of deze kans van slagen hebben. Dat oordeel hoort volgens de rechtbank echter thuis in de inhoudelijke fase.

De procedure gaat op 2 september 2026 verder.

Artikel delen

Meer informatie
-->