Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Boetes onderwijsaanbieders om informatie over masteropleidingen van tafel

De Inspectie van het Onderwijs controleerde meerdere onderwijsaanbieders drie keer en concludeerde uiteindelijk dat hun websites studenten nog altijd onvoldoende duidelijk informeerden. De minister legde daarop forse boetes op. Maar toen de zaak bij de Raad van State belandde, bleek een belangrijk probleem: waar was het concrete bewijs van wat er destijds op die websites stond?

Redactie PONT | Governance 7 oktober 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

De zaak draait om een groep onderwijsaanbieders die volgens de Inspectie van het Onderwijs onduidelijke informatie gaf over opleidingen en de graden die daaraan waren verbonden. Sommige aanbieders zouden bovendien ten onrechte mastergraden hebben verleend voor opleidingen zonder de vereiste accreditatie.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap legde daarom bestuurlijke boetes op. Eén onderwijsaanbieder kreeg aanvankelijk zelfs een boete van ruim 200.000 euro voor meerdere overtredingen. De rechtbank liet de sancties grotendeels in stand, maar in hoger beroep komt de Afdeling bestuursrechtspraak tot een ander oordeel.

Wanneer is een 'master' ook echt een graad?

Een deel van de zaak draait om diploma's waarop aanduidingen als professional master en executive master stonden. Volgens de minister hadden de onderwijsaanbieders daarmee graden verleend terwijl de opleidingen niet waren geaccrediteerd.

Maar zo eenvoudig ligt het volgens de Afdeling niet. Dat het woord master in de naam van een opleiding of op een diploma voorkomt, betekent nog niet dat daarmee de wettelijk beschermde graad Master is verleend.

Mogelijk wekken dergelijke diploma's wel die indruk. Alleen is het wekken van die indruk niet strafbaar gesteld in de bepaling waarop de minister de boetes baseerde. Ook deze boetes kunnen daarom niet in stand blijven.

Duidelijke norm, onvoldoende bewijs

Bij de informatieplicht krijgen de onderwijsaanbieders op een ander punt gelijk. Zij voerden aan dat de wettelijke norm zelf te vaag was om een bestuurlijke boete op te baseren. Dat argument wijst de Afdeling af.

De WHW maakt voldoende duidelijk welke informatie onderwijsinstellingen aan studenten en aspirant-studenten moeten verstrekken. Zij moeten onder meer informatie krijgen over opleidingen en de daaraan verbonden graden, zodat zij opleidingen kunnen vergelijken en een goed oordeel kunnen vormen.

De minister liep echter tegen een ander probleem aan: het bewijs van de overtredingen.

De inspectie had wel vastgesteld dat de websites niet aan de informatieplicht voldeden, maar had haar constateringen niet per opleiding geconcretiseerd. Ook ontbraken bewijsstukken, zoals screenshots van de websites op de verschillende beoordelingsmomenten.

Dat is extra belangrijk omdat de onderwijsaanbieders stelden dat zij hun websites tussentijds juist hadden aangepast. Zonder vastlegging van wat er op het relevante moment online stond, kon de Afdeling niet beoordelen of de informatieplicht daadwerkelijk was geschonden.

Geen overtreding vastgesteld, dus geen boete

Daarmee trekt de Afdeling een duidelijke grens voor bestuurlijke handhaving. Dat een wettelijke norm duidelijk genoeg is om een boete mogelijk te maken, betekent nog niet dat een toezichthouder ook daadwerkelijk kan sanctioneren. De concrete overtreding moet voldoende worden vastgesteld en onderbouwd.

Omdat dat hier niet was gebeurd, kon niet worden aangenomen dat de minister bevoegd was de boetes op te leggen. De boetebesluiten worden herroepen.

Artikel delen