Een zelfstandig boekhouder en belastingconsulent is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens onder meer structurele overtreding van de Wwft, illegale trustdienstverlening, ondergronds bankieren en witwassen. Volgens het hof was hij niet slechts nalatig in zijn rol als poortwachter, maar vormde hij een onmisbare schakel in verschillende witwasconstructies.

De verdachte exploiteerde een boekhoud- en administratiekantoor met enkele honderden cliënten. Als belastingadviseur viel hij onder de Wwft en moest hij onder meer cliëntenonderzoek verrichten en ongebruikelijke transacties melden.
Volgens het hof schoot het kantoor daarin structureel tekort. Bij verschillende cliënten was het cliëntenonderzoek onvolledig en waren onder meer gegevens over uiteindelijk belanghebbenden (UBO's) niet voldoende vastgesteld, geverifieerd of vastgelegd.
Van belang is dat binnen het kantoor geen richtlijnen of beleid aanwezig waren om naleving van de Wwft te waarborgen. Ook ontbrak een risicoprofiel van de dienstverlening en de cliënten en was van Wwft-opleiding geen sprake.
Dat rekent het hof de ondernemer zelf aan. Op hem rustte de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat ook zijn werknemers de Wwft naleefden. Door jarenlang nauwelijks beleid te voeren, aanvaardde hij volgens het hof ten minste de aanmerkelijke kans dat de wettelijke verplichtingen niet volledig werden nageleefd. Daarmee was sprake van voorwaardelijk opzet.
Ook onbekendheid met de Wwft biedt geen uitweg. Van een ondernemer mag volgens het hof worden verwacht dat hij zelf nagaat welke wettelijke verplichtingen op hem rusten of daarvoor een deskundige raadpleegt.
Ook de meldplicht werd geschonden. Het ging onder meer om omvangrijke contante stortingen en betalingen van tienduizenden euro's.
Het hof benadrukt daarbij de ruime reikwijdte van de subjectieve indicator voor ongebruikelijke transacties. Er hoeft niet vast te staan dat daadwerkelijk sprake is van witwassen. Een melding kan al noodzakelijk zijn wanneer een transactie verband kan houden met witwassen.
Dat de verdachte naar eigen zeggen niet persoonlijk op de hoogte was van sommige transacties, hielp hem niet. Medewerkers hadden de transacties gezien en hun wetenschap kon volgens het hof aan de onderneming worden toegerekend.
De zaak ging verder dan gebrekkige Wwft-compliance. De boekhouder stelde zonder vergunning zijn kantooradres aan cliënten ter beschikking in combinatie met administratieve en fiscale dienstverlening en verrichtte daarmee volgens het hof illegale trustdiensten. Ook hield hij zich bezig met ondergronds bankieren.
Daarnaast werd hij veroordeeld voor meerdere gevallen van witwassen. Daarbij speelden grote hoeveelheden contant geld en vastgoedconstructies een belangrijke rol. Zo werd in een kluis € 316.500 aangetroffen, waarvan het hof uiteindelijk € 246.000 als witgewassen beschouwde.
Bij andere constructies werden contante bedragen, buitenlandse vennootschappen, particuliere financieringen en vastgoedtransacties gecombineerd. De verdachte vervulde volgens het hof daarin een veel grotere rol dan die van enkel tussenpersoon of doorgeefluik.
Het hof noemt hem bij de strafmotivering een 'spin in het web' en een onmisbare schakel bij verschillende vastgoedconstructies.
Het hof achtte in beginsel een gevangenisstraf van 40 maanden passend. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep werd die verminderd tot 36 maanden.
De uitspraak onderstreept daarmee dat Wwft-compliance voor professionele dienstverleners niet alleen een administratieve verplichting is. Het ontbreken van beleid, risicobeoordeling, opleiding en adequate meldprocedures kan onder omstandigheden bijdragen aan strafrechtelijke aansprakelijkheid – zeker wanneer de dienstverlener vervolgens zelf betrokken raakt bij constructies waarmee crimineel vermogen wordt verhuld.