Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor beleggingsadvies zonder AFM-vergunning

Een vermogensbegeleider die zonder AFM-vergunning gepersonaliseerd beleggingsadvies gaf, handelde in strijd met de Wet op het financieel toezicht. De bestuurder en indirect bestuurder kunnen daarvoor persoonlijk aansprakelijk worden gehouden, oordeelt de rechtbank Den Haag. Ook het niet naleven van de wettelijke verplichtingen bij de latere turboliquidatie levert een onrechtmatige daad op.

Redactie PONT | Governance 18 augustus 2026

Een vermogensbegeleider begeleidde sinds 2019 het vermogen van een zakelijke cliënt. In de opdrachtbevestiging presenteerde de onderneming zich onder meer als 'vermogensregisseur' die cliënten op maat ontzorgde bij beleggingen en investeringen. De werkzaamheden omvatten onder andere onderzoek naar investeringsmogelijkheden die pasten bij vooraf afgesproken investeringscriteria.

Via de vermogensbegeleider investeerde de cliënt € 150.000 in een beleggingsfonds. Kort daarna bleek dat het fonds moest worden geliquideerd. De cliënt kreeg haar investering niet terug. In 2023 liet de AFM bovendien weten dat de vermogensbegeleider geen vergunning had voor het geven van beleggingsadvies.

Geen vermogensbeheer, wel beleggingsadvies

Volgens de rechtbank was geen sprake van vermogensbeheer in de zin van de Wft. De onderneming kon namelijk niet zelfstandig over het vermogen van de cliënt beschikken: voor investeringen waren concrete opdrachten van de cliënt nodig.

Dat betekent volgens de rechtbank echter niet dat geen beleggingsdienst werd verleend. De onderneming gaf wel degelijk gepersonaliseerd beleggingsadvies.

Daarvoor is onder meer van belang dat zij zichzelf presenteerde als een partij die cliënten 'op maat' begeleidde en onderzoek deed naar investeringsmogelijkheden die aan hun criteria voldeden. In een e-mail werd bovendien expliciet verwezen naar investeringen 'binnen jouw risicovoorkeur'.

Volgens de rechtbank mocht de cliënt daarom verwachten dat de voorgestelde beleggingen op haar persoonlijke situatie waren afgestemd. Dat mogelijk dezelfde investering aan andere cliënten werd voorgesteld, maakt dat niet anders.

Daarmee was sprake van beleggingsadvies waarvoor op grond van artikel 2:96 Wft een AFM-vergunning nodig was. Die vergunning ontbrak.

Bestuurders persoonlijk aansprakelijk

Niet alleen de onderneming handelde daardoor onrechtmatig. Ook de bestuurder en indirect bestuurder kunnen volgens de rechtbank persoonlijk aansprakelijk worden gehouden.

Zij hadden de volledige zeggenschap over de onderneming en waren juridisch en feitelijk verantwoordelijk voor de dienstverlening. Van bestuurders van een professionele financiële dienstverlener met ruime ervaring mocht volgens de rechtbank worden verwacht dat zij wisten dat de onderneming voor deze activiteiten een Wft-vergunning nodig had.

Dat raakt volgens de rechtbank bovendien de kern van de bedrijfsvoering. De bestuurders kan daarom een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt.

De mogelijkheid dat de cliënt hierdoor schade heeft geleden, is voldoende aannemelijk. Zonder het onrechtmatige beleggingsadvies zou zij naar alle waarschijnlijkheid niet in het betreffende fonds hebben geïnvesteerd.

Ook regels turboliquidatie geschonden

De rechtbank beoordeelt daarnaast de turboliquidatie van de vermogensbegeleider in december 2024. Daarbij waren de deponeringsplicht en mededelingsplicht uit artikel 2:19b BW niet nageleefd.

Ook dat is volgens de rechtbank onrechtmatig tegenover de cliënt.

De regels moeten onder meer de transparantie bij turboliquidaties vergroten en schuldeisers beter beschermen. De bestuurders wisten bovendien dat de cliënt mogelijke vorderingen tegen de onderneming wilde instellen. Zij hadden haar daarom tijdig over de ontbinding moeten informeren.

Doordat dit niet gebeurde, ontdekte de cliënt pas maanden later via het Handelsregister dat haar debiteur niet meer bestond. Daardoor ontbrak ook de mogelijkheid om tijdig maatregelen te treffen om eventueel verhaal veilig te stellen.

Niet iedere turboliquidatie leidt tot bestuurdersaansprakelijkheid

De rechtbank brengt wel een belangrijke nuance aan. Het uitvoeren van een turboliquidatie terwijl er nog schulden bestaan, leidt niet automatisch tot persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders.

Voor aansprakelijkheid wegens benadeling van een schuldeiser zijn aanvullende omstandigheden nodig. Denk bijvoorbeeld aan betalingsonwil, ongeoorloofde selectieve betalingen of het wegsluizen van activa.

Daarvoor zag de rechtbank in deze zaak onvoldoende aanwijzingen.

De bestuurders zijn uiteindelijk wel hoofdelijk aansprakelijk vanwege het beleggingsadvies zonder de vereiste AFM-vergunning én vanwege het niet naleven van de wettelijke verplichtingen bij de turboliquidatie. De omvang van de schade moet in een afzonderlijke schadestaatprocedure worden vastgesteld.

Artikel delen