Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Bestuurder aansprakelijk voor failliet restaurant, ook al deed ander de boekhouding

Een bestuurder van een failliet restaurant moet het volledige faillissementstekort betalen omdat de administratie niet op orde was en jaarrekeningen niet waren gepubliceerd. Dat een andere bestuurder volgens hem feitelijk de leiding had en verantwoordelijk was voor de boekhouding, maakt volgens de rechtbank Overijssel geen verschil. Ook ziet de rechtbank geen reden om het bedrag dat de bestuurder moet betalen te verlagen.

Redactie PONT | Governance 27 oktober 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

focused photo of wine glasses lined on table

De zaak draait om een restaurantvennootschap die op 25 juni 2025 failliet werd verklaard. Een van de betrokkenen stond van september 2023 tot maart 2025 als bestuurder ingeschreven in het Handelsregister. De curator stelde hem persoonlijk aansprakelijk voor het faillissementstekort, omdat de onderneming niet had voldaan aan de wettelijke administratie- en publicatieplicht.

De betrokkene betwistte dat hij bestuurder was geweest. Volgens hem lag de feitelijke leiding bij een andere bestuurder en had hij zich alleen ingeschreven om inkopen voor het restaurant te kunnen doen.

De rechtbank volgt dit verweer niet. Hoewel een inschrijving in het Handelsregister tegenover de betwistende bestuurder niet zonder meer voldoende is, bleek uit verklaringen en correspondentie dat het de bedoeling was dat hij bestuurder zou worden. Dat een ander de dagelijkse leiding voerde, doet niet af aan zijn formele bestuurderspositie.

Schending administratieplicht leidt tot aansprakelijkheid

Op grond van artikel 2:248 BW kan een bestuurder bij faillissement aansprakelijk zijn voor het volledige faillissementstekort als sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

Wanneer een onderneming niet voldoet aan de wettelijke administratieplicht of de verplichting om jaarrekeningen te publiceren, staat kennelijk onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

In deze zaak stond vast dat vrijwel geen administratie was gevoerd en dat nooit jaarrekeningen waren gepubliceerd. Volgens de bestuurder was een ander hiervoor verantwoordelijk. De rechtbank wijst erop dat bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW een collectief karakter heeft.

De bestuurder probeerde daarnaast aannemelijk te maken dat het faillissement was veroorzaakt door het handelen van zijn medebestuurder, die volgens hem geld aan de onderneming had onttrokken en met activa had geschoven. Hij onderbouwde echter onvoldoende hoe deze handelingen het faillissement hadden veroorzaakt. Daarmee slaagde hij er niet in het wettelijke vermoeden te weerleggen.

Geen verlaging van het te betalen bedrag

De bestuurder verzocht de rechtbank zijn aansprakelijkheid te beperken. Hij wees onder meer op zijn beperkte betrokkenheid bij de onderneming, de relatief korte periode waarin hij bestuurder was en de slechte financiële situatie waarin het restaurant volgens hem verkeerde.

Ook daarin gaat de rechtbank niet mee. De bestuurder was ongeveer anderhalf jaar in functie, meer dan de helft van het bestaan van de onderneming. Gedurende die periode had hij niet gezorgd voor een deugdelijke administratie of de publicatie van jaarrekeningen. Bovendien kon hij door het ontbreken van financiële stukken niet aantonen dat het restaurant structureel verliesgevend was.

De rechtbank veroordeelt hem daarom tot betaling van het volledige faillissementstekort, waarvan de definitieve hoogte nog moet worden vastgesteld. Het tekort wordt voorlopig begroot op ruim € 207.000, exclusief aanvullende faillissementskosten. De bestuurder moet alvast een voorschot van € 32.625 betalen.

De vorderingen tegen een andere vennootschap, die het restaurant had overgenomen, worden afgewezen. De curator had onvoldoende onderbouwd dat deze vennootschap onrechtmatig tegenover de schuldeisers had gehandeld.

Wat betekent dit voor bestuurders?

De uitspraak laat zien dat een bestuurder zich niet eenvoudig aan zijn wettelijke verantwoordelijkheden kan onttrekken door te verwijzen naar een medebestuurder die de administratie verzorgt of de dagelijkse leiding heeft.

Voor bestuurders is het daarom van belang om actief te controleren of de financiële administratie op orde is en jaarrekeningen tijdig worden gepubliceerd. Gebrekkige naleving van deze verplichtingen kan bij een faillissement verstrekkende persoonlijke financiële gevolgen hebben.

Artikel delen