Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Bekendheid cliënten ontslaat poortwachter niet van Wwft-plicht

Vastgoedbeheerders die hun wettelijke plichten als poortwachter van het financiële stelsel verwaarlozen, kunnen rekenen op stevige sancties, ook als zij een kleine organisatie zijn of hun cliënten persoonlijk kennen. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft terecht drie bestuurlijke boetes opgelegd aan een beheerder van een zevental vastgoedfondsen wegens ernstige en structurele tekortkomingen in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering.

Redactie PONT | Governance 1 juni 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

Uit de uitspraak blijkt dat de AFM na een controle ter plaatse concludeerde dat de beheerder uit Lisse jarenlang vrijwel geen enkele preventieve maatregel had getroffen. Het kantoor beschikte in de periode tussen 2017 en 2022 niet over een Wwft-beleid, voerde geen risicobeoordelingen uit en liet deugdelijk cliëntenonderzoek (inclusief checks op UBO's en politiek prominente personen) achterwege. Ook een sluitend beleid rondom de Sanctiewet ontbrak.

Vriendendienst is geen Wwft-beleid

In de rechtszaak voerde de vastgoedbeheerder aan dat de risico's op misstanden minimaal waren. De cliënten van de fondsen waren namelijk voornamelijk bekenden van de beleidsbepaler. Bovendien toonde het onderzoek van de AFM achteraf aan dat er geen criminele geldstromen door de fondsen waren gevloeid.

De Rotterdamse bestuursrechter maakt echter korte metten met dit verweer en benadrukt de zware verantwoordelijkheid van financiële poortwachters. De wettelijke onderzoeksplicht is strikt objectief en preventief. Het feit dat investeerders 'bekenden' zijn, ontslaat een beheerder op geen enkele wijze van de plicht om de identiteit en de herkomst van het vermogen grondig te controleren. Dat er achteraf geen sprake bleek te zijn van witwassen, doet niet af aan de ernst van het structureel negeren van de wet.

Bewust laag vermogen

De beheerder voerde daarnaast aan dat de boetes wegens een gebrek aan financiële draagkracht moesten worden gematigd. Ook daarin volgde de rechtbank haar niet. Uit de stukken bleek dat de aan de beheerder toekomende beheervergoedingen structureel werden betaald aan de persoonlijke beheermaatschappij van de beleidsbepaler. Volgens de rechtbank mocht de AFM dit aanmerken als een handelwijze waardoor het eigen vermogen van de beboete vennootschap zonder objectieve grond laag werd gehouden. Omdat de beheerder bovendien geen volledig en betrouwbaar inzicht gaf in haar financiële positie en de verwevenheid met de beheermaatschappij, slaagde het beroep op beperkte draagkracht niet. Daarbij woog mee dat de beleidsbepaler ter zitting had verklaard de boetes desnoods uit „eergevoel” zelf te zullen voldoen.

Boete

De AFM had de totale boetes aanvankelijk vastgesteld op € 156.000,-. Hoewel de rechtbank de boeteoplegging inhoudelijk volledig rechtmatig acht, krijgt de vastgoedbeheerder toch een kleine financiële meevaller. Omdat de juridische procedure tussen het eerste boetevoornemen en de uiteindelijke uitspraak ruim tweeënhalf jaar heeft geduurd, is de 'redelijke termijn' geschonden. De rechtbank heeft de boetes daarom ambtshalve gematigd. De beheerder moet nu in totaal € 148.500,- overmaken aan de toezichthouder.

Artikel delen