Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

Bank mag klantrelatie beëindigen als Wwft-onderzoek vastloopt

Een bank hoeft niet te bewijzen dat een klant betrokken is bij witwassen voordat zij een bankrelatie beëindigt. Als na zorgvuldig cliëntenonderzoek onvoldoende duidelijkheid bestaat over integriteitsrisico's en het onderzoek daardoor niet positief kan worden afgerond, verplicht de Wwft de bank om de relatie te beëindigen. Dat oordeelt de rechtbank Midden-Nederland in een kort geding tegen ABN AMRO.

Redactie PONT | Governance 11 september 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

De zaak draait om een echtpaar met gezamenlijke privérekeningen bij ABN AMRO. De man is daarnaast enig bestuurder en aandeelhouder van een onderneming die onder meer hypothecaire kredieten verstrekt.

De bank deed vanaf 2023 onderzoek naar een groter netwerk van personen en ondernemingen waartussen financiële transacties plaatsvonden. Daarbij ontstonden volgens ABN AMRO zorgen over moeilijk te doorgronden geldstromen en mogelijke integriteitsrisico's.

Uiteindelijk beëindigde de bank zowel de relatie met de onderneming als die met de bestuurder en zijn partner. Ook werden zij opgenomen in het interne Client Acceptance and Anti-Money Laundering-register (CAAML).

Geen bewijs van witwassen vereist

De rechtbank zet eerst uiteen wanneer een bank een relatie op grond van de Wwft moet beëindigen. Banken moeten hun klanten onderzoeken en controleren of transacties passen bij wat zij over een klant en diens risicoprofiel weten.

Kan dat cliëntenonderzoek niet met een positief resultaat worden afgerond, dan verplicht artikel 5 lid 3 Wwft de bank om de klantrelatie te beëindigen.

Daarvoor hoeft volgens de rechtbank niet vast te staan dat de klant daadwerkelijk bij witwassen of andere criminaliteit betrokken is. Ook wanneer een klant antwoorden en documenten verstrekt, kan de bank tot de conclusie komen dat bestaande zorgen daarmee onvoldoende zijn weggenomen.

Daar staat tegenover dat de bank zorgvuldig onderzoek moet doen. De klant moet voldoende gelegenheid krijgen om vragen te beantwoorden en zich uit te laten over de feiten die de bank zorgen baren. Ook moet de bank haar uiteindelijke beslissing voldoende motiveren.

Risico's onderneming werken door naar privérekeningen

In deze zaak mochten de problemen rond de onderneming volgens de rechtbank ook worden betrokken bij de beoordeling van de particuliere klanten.

De bestuurder was niet alleen enig bestuurder en uiteindelijk belanghebbende van de onderneming, maar had ook zelf contact met de bank over de onderzochte transacties. Bovendien liepen volgens de bank zakelijke geldstromen via de gezamenlijke privérekeningen en was een aanzienlijk deel van de daarop ontvangen gelden afkomstig van de onderneming.

Ook de partner kon volgens de rechtbank niet volledig los van deze risico's worden gezien. Zij was medeverantwoordelijk voor de gezamenlijke rekeningen. Wanneer haar bankrelatie zou blijven bestaan, zou bovendien de mogelijkheid ontstaan dat de beëindiging van de relatie met haar partner feitelijk werd omzeild.

De rechtbank vindt de geconstateerde omstandigheden daarom ernstig genoeg om de beëindiging van beide klantrelaties te rechtvaardigen.

Beëindiging wordt wettelijke plicht

Relevant is dat de rechter bij een terecht beroep op artikel 5 lid 3 Wwft vervolgens geen gewone belangenafweging meer maakt.

Als een bank na zorgvuldig onderzoek terecht concludeert dat zij het cliëntenonderzoek niet positief kan afronden, vloeit de beëindiging voort uit de wet. De vraag of de klant bijvoorbeeld nog ergens anders een bankrekening heeft, geeft dan niet alsnog de doorslag.

Dat betekent volgens de rechtbank nadrukkelijk niet dat vaststaat dat het echtpaar bewust aan witwassen of andere strafbare activiteiten heeft meegewerkt. De bank mocht wel concluderen dat zij de integriteitsrisico's onvoldoende kon beheersen en daarom de relatie moest beëindigen.

Ook de interne CAAML-registratie hoeft ABN AMRO niet te verwijderen. De vorderingen van het echtpaar worden volledig afgewezen.

Artikel delen

-->