Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Raad van State 18 februari 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:850
Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-02-2026
Datum publicatie
18-02-2026
Zaaknummer
BRS.26.000734
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
ECLI:NL:RVS:2026:850text/xmlpublic2026-02-18T10:34:202026-02-13Raad voor de RechtspraaknlRaad van State2026-02-13BRS.26.000734UitspraakVoorlopige voorzieningNLBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:850text/htmlpublic2026-02-13T17:25:552026-02-18Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RVS:2026:850 Raad van State , 13-02-2026 / BRS.26.000734 Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
BRS.26.000734
ECLI:NL:RVS:2026:850
Datum uitspraak: 13 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[betrokkene 1] zich noemende [naam] ,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 november 2025 in zaak nr. NL25.47816 in het geding tussen:
[betrokkene 1] zich noemende [naam]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 27 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2. Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter van de Afdeling een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.