Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RVS:2026:4988

Raad van State 26 augustus 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RVS:2026:4988 text/xml public 2026-08-26T10:33:15 2026-08-26 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-08-26 202502847/4/A3 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4988 text/html public 2026-08-26T10:16:22 2026-08-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:4988 Raad van State , 26-08-2026 / 202502847/4/A3
Bij tussenuitspraak van 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6191, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Weert opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, de gebreken in het besluit gedateerd op 31 november 2022 te herstellen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het college onbevoegd was om een besluit te nemen op het verzoek van [partij] op grond van de Woo, voor zover dat verzoek ziet op aangelegenheden die alleen de burgemeester betreffen. Ook heeft zij geoordeeld dat het college de besluiten onzorgvuldig heeft voorbereid, omdat het college het Woo-verzoek ten onrechte niet heeft doorgezonden aan de burgemeester, nu het verzoek uitsluitend betrekking heeft op e-mails die zich in de functionele mailbox van de burgemeester bevinden en deze e-mails kan bevatten die betrekking hebben op de burgemeester anders dan als deel van het college, op andere bestuurlijke activiteiten of op privézaken. De burgemeester, dat wil zeggen de persoon die dit ambt op dat moment vervult, had een inventarisatie van de inhoud van de mails moeten maken om te bepalen welke informatie onder welk orgaan berust.

202502847/4/A3.

Datum uitspraak: 26 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Stramproy, gemeente Weert,

appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 6 mei 2025 in zaak 22/2998 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Weert.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6191, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, de gebreken in het besluit gedateerd op 31 november 2022 te herstellen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

Bij beschikking van 11 maart 2026, in zaak nr. 202502847/5/A3, heeft de Afdeling de termijn tot en met 22 april 2026 verlengd.

Bij besluit van 20 april 2026 heeft de burgemeester van Weert, mede in mandaat namens het college, de door [appellant] en [partij] tegen het besluit van 14 juli 2022 gemaakte bezwaren gegrond verklaard voor zover het college het verzoek op grond van de Wet op overheid (Woo) niet heeft doorgezonden aan de burgemeester en voor zover het college onbevoegd heeft beslist ten aanzien van de documenten die alleen tot de bevoegdheid van de burgemeester behoren. De burgemeester heeft de bezwaren voor het overige ongegrond verklaard.

[appellant] heeft hierover een zienswijze ingediend.

De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere behandeling van de zaak op een zitting achterwege blijft, waarna zij het onderzoek met toepassing van het derde lid van dat artikel heeft gesloten.

Overwegingen

Tussenuitspraak van 17 december 2025

1.       In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het college onbevoegd was om een besluit te nemen op het verzoek van [partij] op grond van de Woo, voor zover dat verzoek ziet op aangelegenheden die alleen de burgemeester betreffen. Ook heeft zij geoordeeld dat het college de besluiten onzorgvuldig heeft voorbereid, omdat het college het Woo-verzoek ten onrechte niet heeft doorgezonden aan de burgemeester, nu het verzoek uitsluitend betrekking heeft op e-mails die zich in de functionele mailbox van de burgemeester bevinden en deze e-mails kan bevatten die betrekking hebben op de burgemeester anders dan als deel van het college, op andere bestuurlijke activiteiten of op privézaken. De burgemeester, dat wil zeggen de persoon die dit ambt op dat moment vervult, had een inventarisatie van de inhoud van de mails moeten maken om te bepalen welke informatie onder welk orgaan berust. Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat [appellant] zijn standpunt dat door openbaarmaking van de 1.105 documenten zijn veiligheid in het geding is, onvoldoende heeft onderbouwd.

De Afdeling heeft het college opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

Besluit van 20 april 2026

2.       Bij het besluit van 20 april 2026 heeft de burgemeester, mede in mandaat namens het college, opnieuw op de bezwaren van [appellant] en [partij] beslist.

De burgemeester heeft namens het college de bezwaren gegrond verklaard voor zover het college het Woo-verzoek niet heeft doorgezonden aan de burgemeester en voor zover het college onbevoegd heeft beslist ten aanzien van de documenten die alleen tot de bevoegdheid van de burgemeester behoren.

Verder heeft de burgemeester het besluit van 14 juli 2022 van het college voor zijn rekening genomen, voor zover het ziet op de documenten die alleen de bevoegdheid van de burgemeester betreffen. De burgemeester heeft dit besluit in heroverweging ongewijzigd in stand gelaten.

Voor het overige heeft de burgemeester, mede namens het college, de bezwaren ongegrond verklaard. Ook heeft de burgemeester, mede namens het college, het verzoek van [appellant] om toepassing te geven aan artikel 7:6, vierde lid, van de Awb ten aanzien van het verslag van de hoorzitting van 26 februari 2026 afgewezen.

De burgemeester heeft, gelet op het voorgaande, mede namens het college, het besluit van 31 november 2022 herroepen voor zover het ziet op de documenten die de bevoegdheid van de burgemeester betreffen en het besluit voor het overige in stand gelaten. Verder heeft de burgemeester het verzoek van [appellant] om vergoeding van zijn proceskosten afgewezen.

2.1.    Het besluit van 20 april 2026 is op grond van artikel 6:19 van de Awb mede onderwerp van het geding. Het beroep van [appellant] is van rechtswege mede gericht tegen dit besluit.

Beoordeling beroep

3.       [appellant] kan zich niet vinden in het besluit van 20 april 2026, omdat het college en de burgemeester volgens [appellant] niet aan de opdracht in de tussenuitspraak hebben voldaan. De burgemeester heeft namelijk ten onrechte geen inventarisatie gemaakt van de inhoud van de mailbox, om te bepalen welke informatie onder welk orgaan berust. Hierdoor kon [appellant] niet in de gelegenheid worden gesteld zijn standpunten over mogelijke openbaarmaking, mede met het oog op zijn persoonlijke veiligheid, uitsluitend tegenover de burgemeester toe te lichten. Verder betoogt [appellant] dat de burgemeester hem ten onrechte niet de gelegenheid heeft geboden zijn veiligheidssituatie, voorzien van de benodigde waarborgen, toe te lichten. [appellant] heeft bij aanvang van de hoorzitting gevraagd om de toezegging dat wat hij zou willen toelichten vertrouwelijk zou blijven en niet met derden zou worden gedeeld. De burgemeester heeft een toezegging vooraf geweigerd. Door de vertrouwelijkheid niet tot uitgangspunt te nemen, heeft de burgemeester de informatieverstrekking die hij van [appellant] verwachtte, feitelijk onmogelijk gemaakt.

3.1.    Anders dan [appellant] is de Afdeling van oordeel dat het college aan de opdracht in de tussenuitspraak heeft voldaan. Het college heeft het Woo-verzoek aan de burgemeester doorgezonden en heeft hem in de gelegenheid gesteld om een nieuw besluit te nemen. De burgemeester heeft kennis genomen van alle e-mails en vervolgens beslist op het Woo-verzoek ten aanzien van de e-mails die alleen betrekking hebben op zijn rol als burgemeester. Hiermee is het bevoegdheidsgebrek van het college hersteld. Verder is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester het zorgvuldigheidsgebrek dat bestond uit het niet maken van een onderscheid tussen aangelegenheden van het college en die van de burgemeester en het niet doorzenden van het verzoek voor zover het een aangelegenheid van de burgemeester betreft, heeft hersteld. Nu de burgemeester alle e-mails bij zijn beoordeling heeft betrokken en hierover in bezwaar bevoegd heeft beslist, zelf dan wel namens het college, dient het maken van een inventarisatie geen doel. Hierbij is van belang dat [appellant] kennis draagt van alle e-mails.

3.2.    Verder is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester [appellant] voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt over zijn veiligheid naar voren te brengen. Op 26 februari 2026 is [appellant] door zowel het college als de burgemeester apart gehoord als bedoeld in artikel 7:6, tweede lid, van de Awb. [appellant] is tijdens de gehele procedure meerdere keren in de gelegenheid gesteld om zijn standpunten over zijn veiligheid toe te lichten, maar heeft dat niet gedaan. Hij heeft wel verwezen naar een aantal specifieke e-mails, maar over die e-mails heeft de Afdeling al in de tussenuitspraak, onder 6.1, overwogen dat het zonder nadere toelichting van [appellant] niet duidelijk is waarom bij openbaarmaking van de documenten de veiligheid van [appellant] in het geding is. Om die reden mocht de burgemeester het verzoek van [appellant] om geheimhouding van het verslag als bedoeld in het vierde lid van artikel 7:6 van de Awb afwijzen. De Afdeling betrekt daarbij dat de burgemeester bij Politie Basisteam Weert en de gouverneur van de provincie Limburg navraag heeft gedaan over de veiligheidsrisico’s met betrekking tot [appellant] en de openbaarmaking van de stukken en dat daaruit geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat met de openbaarmaking van de e-mails de veiligheid van [appellant] in het geding is.

Het betoog slaagt niet.

Proceskosten in bezwaar

4.       [appellant] betoogt dat in het besluit van 20 april 2026 ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend voor de door hem gemaakte proceskosten in bezwaar.

4.1.    Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb worden de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende, voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

4.2.    Bij het besluit op bezwaar van 20 april 2026 heeft de burgemeester de gemaakte bezwaren gegrond verklaard en het besluit van 14 juli 2022 herroepen voor zover het ziet op de documenten die de bevoegdheid van de burgemeester betreffen. Hieraan ligt ten grondslag dat het college het Woo-verzoek ten onrechte niet heeft doorgezonden aan de burgemeester en het college onbevoegd heeft beslist ten aanzien van de documenten die alleen tot de bevoegdheid van de burgemeester behoren. Gelet daarop is het besluit van 14 juli 2022 herroepen wegens een aan het college te wijten onrechtmatigheid. Dit betekent dat de burgemeester, namens het college, de door [appellant] gemaakte proceskosten in bezwaar had moeten vergoeden. Dit heeft de burgemeester ten onrechte niet gedaan.

Het betoog slaagt.

Conclusie beroep

5.       Het beroep tegen het besluit van 20 april 2026 is gegrond, omdat de burgemeester ten onrechte niet de voor vergoeding in aanmerkende proceskosten van de bezwaarprocedure aan [appellant] heeft vergoed.

Slotsom

6.       Uit de tussenuitspraak volgt dat het hoger beroep van [appellant] gegrond is. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellant] tegen het besluit van 31 november 2022 ingestelde hoger beroep gegrond verklaren en dat besluit wegens strijd met artikel 4.2, eerste lid, van de Woo en de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb vernietigen.

7.       Het college heeft de in de tussenuitspraak vastgestelde gebreken met het besluit van 20 april 2026 hersteld. Maar omdat de burgemeester, namens het college, ten onrechte niet de voor vergoeding in aanmerkende proceskosten van de bezwaarprocedure aan [appellant] heeft vergoed, is het beroep tegen dat besluit gegrond.

8.       Het college moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Limburg van 6 mei 2025 in zaak nrs. 22/3016 en 22/2998;

III.      verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV.      vernietigt het besluit gedateerd op 31 november 2022;

V.       verklaart het beroep tegen het besluit van de burgemeester van Weert van 20 april 2026 gegrond;

VI.      vernietigt dat besluit, voor zover de burgemeester van Weert daarbij niet de voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten van [appellant] in de bezwaarprocedure heeft vergoed;

VII.     veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Weert tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het bezwaar opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 666,00;

VIII.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Weert tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 5.200,72;

IX.      gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Weert aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 473,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E. de Bakker, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. De Bakker

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2026

1031

Artikel delen