Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBROT:2026:6847

Kort geding. Aanbesteding. Aanbestedende dienst heeft de inschrijving terecht terzijde mogen leggen.

Rechtbank Rotterdam 3 juli 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:6847 text/xml public 2026-07-03T09:52:17 2026-06-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-21 C/10/713674 /KG ZA 26-60 Uitspraak Kort geding NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:6847 text/html public 2026-07-03T09:51:19 2026-07-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:6847 Rechtbank Rotterdam , 21-04-2026 / C/10/713674 /KG ZA 26-60
Kort geding. Aanbesteding. Aanbestedende dienst heeft de inschrijving terecht terzijde mogen leggen.
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/713674 / KG ZA 26-60

Vonnis in kort geding van 21 april 2026

in de zaak van

SANO ACADEMY B.V.,

te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

hierna te noemen: Sano,

advocaten: mrs. J.W.A. Meesters en L. Bras-Snijdewind,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaat: [naam] ,

waarin zijn tussengekomen:

PARTICIBAAN B.V.,

te Rijswijk,

hierna te noemen: Particibaan,

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema,

en

[stichting A] ,

te [plaats] ,

hierna te noemen: [stichting A] ,

advocaat: mr. L. Bozkurt.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 januari 2026

- de akte overlegging producties 1 tot en met 13 van Sano

- de conclusie van antwoord van de gemeente met één productie- de incidentele conclusie tot tussenkomst (primair) en voeging (subsidiair) van Particibaan met twee producties

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, van [stichting A]- de mondelinge behandeling van 7 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de pleitnota van Sano- de pleitnota van de gemeente- de pleitnota van Particibaan.
<nr>2</nr>De incidenten 2.1.
Ter zitting is, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak, eerst op de primaire vorderingen tot tussenkomst beslist. Artikel 217 Rv bepaalt dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen daarin te mogen tussenkomen.
2.2.
Zowel Particibaan als [stichting A] vorderen te mogen tussenkomen in de procedure tussen Sano en de gemeente. Sano en de gemeente hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst van Particibaan en [stichting A] . Het belang van Particibaan en [stichting A] bij de tussenkomst is erin gelegen dat zij, als de partijen aan wie voorlopig is gegund, nadelige gevolgen kunnen ondervinden van een voor de gemeente ongunstige uitkomst van dit kort geding. Het spoedeisend belang en de goede procesorde staan niet in de weg aan toewijzing. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen tot tussenkomst daarom toegewezen. Deze beslissing is al tot uitdrukking gebracht in de kop van dit vonnis. Verder geldt dat voor toewijzing van een verzoek tot tussenkomst niet is vereist dat Particibaan en [stichting A] zelfstandige vorderingen indienen. Op de in de incidentele conclusie van [stichting A] voorwaardelijk tegen de gemeente ingestelde vordering behoeft daarom niet te worden beslist.
2.3.
Particibaan en [stichting A] vorderen ieder om Sano in de proces- en nakosten van het incident te veroordelen, vermeerderd met de wettelijke rente. Hierover wordt verderop in dit vonnis beslist.
<nr>3</nr>De feiten 3.1.
De gemeente heeft medio september 2025 de Europese openbare aanbestedingsprocedure ‘Kindaanpak Toeslagen’ uitgeschreven. De aanbesteding is uitgeschreven voor een ‘Sociale en Andere Specifieke (SAS)’-dienst en strekt tot het in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen leveren van brede individuele ondersteuning aan jongeren in de leeftijd van 16 tot 30 jaar wiens (pleeg-)ouders erkend zijn als gedupeerden van het kinderopvang toeslagenschandaal. De ondersteuning is vrijwillig, gericht op eigen regie en een zelfstandige toekomst en bedoeld om problemen en belemmeringen in het heden veroorzaakt door het toeslagenschandaal op te lossen. De ondersteuning richt zich op de leefgebieden gezin, gezondheid, financiën, participatie-werk-opleiding en wonen. Doel van de aanbesteding is het sluiten van een raamovereenkomst met maximaal vijf opdrachtnemers voor een initiële looptijd van twee jaar, waarna de overeenkomst maximaal driemaal kan worden verlengd voor de duur van één jaar. De inschrijvingen worden beoordeeld op de economisch meest voordelige inschrijving op basis van het gunningscriterium ‘de beste prijs-kwaliteitsverhouding’ (‘value for money’). De uiterste inschrijfdatum is vastgesteld op 24 november 2025 om 12:00 uur.
3.2.
Tot de aanbestedingsdocumentatie behoren onder andere:

het beschrijvend document (BD);

bijlage 7 (het prijzenformulier);

- de Nota’s van Inlichtingen van 20 oktober en (uitgesteld) 20 november 2025 (de NvI’s).
3.3.
In het BD staat onder meer:

“3.1 Planning van de aanbesteding

Hieronder is de globale planning voor deze aanbestedingsprocedure weergegeven:

U kunt als Ondernemer aan deze planning geen rechten ontlenen. De Aanbestedende Dienst behoudt zich, met inachtneming van de wettelijk vastgestelde minimumtermijnen, het recht voor de aangegeven planning te wijzigen. In dat geval worden Ondernemers over een wijziging van de planning geïnformeerd.”

“3.2 Inlichtingen inschrijvingsfase

Dit Beschrijvend Document, inclusief alle bijbehorende Bijlagen, is met grote zorg samengesteld.

Constateert u toch onduidelijkheden, fouten, tekortkomingen of tegenstrijdigheden, dan verwacht de Aanbestedende Dienst dat u daarover tijdig vragen stelt op de manier zoals in § 3.2.1 ‘Vragen’ is omschreven. Alle vragen moet u zo vroeg mogelijk indienen en in ieder geval voorafgaand aan de uiterste datum van Inschrijving.

Het proces van vragen stellen is er op gericht onduidelijkheden in de aanbestedingsdocumenten weg

te nemen, onjuiste interpretaties van de documenten te voorkomen en de inhoud van de Inschrijving

en het Beschrijvend Document zo goedmogelijk op elkaar af te stemmen. De Aanbestedende Dienst

ontleent aan het uitblijven van vragen of klachten het vertrouwen dat er onvoorwaardelijk tot ontvangst van de inschrijvingen kan worden overgegaan.”

“3.2.1 Vragen

Vragen over deze aanbestedingsprocedure, inclusief alle bijbehorende documenten, dienen uitsluitend via de Vraag & Antwoord module op het Aanbestedingsplatform te worden gesteld. De uiterste datum en het tijdstip van de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen is vermeld in § 3.1 ‘Planning van de aanbesteding’.

Vragen kunnen doorlopend worden gesteld. Deze dienen helder en eenduidig te worden geformuleerd. (…)

In deze aanbestedingsprocedure verloopt het stellen van vragen via twee inlichtingenrondes. De tweede vragenronde is bedoeld voor vervolgvragen naar aanleiding van de eerste nota van inlichtingen. Dit betekent dat wij u verzoeken om uw vragen in beginsel tijdens de eerste vragenronde te stellen.”

“6.1 Minimumeisen

Om in aanmerking te komen voor beoordeling dient uw Inschrijving te voldoen aan de volgende minimumeisen:

1. Compleetheid van uw Inschrijving

De Inschrijver moet alle vragen op het Aanbestedingsplatform beantwoorden en de gevraagde documenten indienen. Als het Uniform Europees Aanbestedingsdocument of de bewijsmiddelen één of meer gebreken bevatten krijgt de betreffende Inschrijver de gelegenheid om het gebrek te herstellen binnen een termijn van twee (2) werkdagen, gerekend vanaf de dag van verzending van een verzoek daartoe. Hieronder vallen ook gebreken in (of het onverhoopt ontbreken van) de Ter beschikkingsstellingsverklaring of Uniform Europees Aanbestedingsdocument van een derde waarop door de Inschrijver een beroep wordt gedaan. De Gemeente verzendt het bericht met herstelgelegenheid via het Aanbestedingsplatform. Als de Gemeente het gevraagde niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ontvangen of het gebrek niet door het antwoord is hersteld, komt de Inschrijver niet in aanmerking voor verdere deelname aan de procedure.

2. Overeenstemming eisen en voorwaarden

Uw Inschrijving dient in overeenstemming te zijn met alle vermelde eisen en voorwaarden die zijn opgenomen in dit Beschrijvend Document, inclusief alle bijbehorende Bijlagen.

(…).”

“6.4 Beschrijving van de financiële aspecten

Naast de kwalitatieve aspecten dient u ook een prijs en/of tarieven aan te bieden door middel van het invullen van het Prijzenformulier. Daarbij gelden de volgende instructies:

1. U vermeldt alle tarieven in Euro's, exclusief btw;

2. U dient alle gemarkeerde velden in het prijzenformulier in te vullen;

3. U vermeldt geen negatieve bedragen, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan;

4. U hanteert geen prijzen en/of tarieven die de beoordelingssystematiek misbruiken of het gebruik ervan onmogelijk maken;

5. U verwerkt alle in dit Beschrijvend Document, inclusief alle bijbehorende Bijlagen, beschreven eisen in de aangeboden prijzen en/of tarieven. De Aanbestedende Dienst vergoedt geen kosten die niet zijn opgenomen in de prijzen en/of tarieven, tenzij uitdrukkelijk in dit Beschrijvend Document is aangegeven; en

6. U, of een daartoe bevoegde vertegenwoordiger, ondertekent rechtsgeldig het prijzenformulier.

7. Er geldt een maximaal uurtarief van € 87,- ex btw.

Alle bovenstaande instructies zijn bindend. Als de Inschrijver hiervan afwijkt, wordt de Inschrijving terzijde gelegd en komt de Inschrijver niet voor gunning in aanmerking. Over de ingevulde prijzen en/of tarieven gaat de Aanbestedende Dienst geen onderhandeling aan.

(…).”

“6.5 Beoordeling financiële aspecten

De beoordeling van de financiële aspecten geschied op basis van het invullen van Bijlage 7 Prijzenformulier. In deze Bijlage ziet u hoe de berekening van de totale inschrijfprijs tot stand is gekomen.”
3.4.
In (de bij de NvI verstrekte nieuwe versie van) het prijzenformulier staat onder meer:
3.5.
In de NvI van 20 oktober 2025 zijn onder meer de volgende vragen over het prijzenformulier gesteld en beantwoord:


3.6.1.
Sano heeft aan de gemeente, aanvankelijk per rechtstreekse e-mail van 21 november 2025 en vervolgens via het aanbestedingsplatform Mercell, de volgende vraag gesteld:

“ (…) In bijlage 7 (Prijzenformulier)) lijkt de gehanteerde formule voor het berekenen van de inschrijfprijs voor 2 jaar, zoals deze in Mercell moet worden overgenomen, niet geheel correct te zijn.

Is het toegestaan om deze formule aan te passen, zodat de inschrijfprijs overeenkomt met het daadwerkelijk correct berekende bedrag?

Wij stellen deze vraag omdat in het document expliciet wordt vermeld dat afwijking van de instructies in het bestand kan leiden tot uitsluiting van verdere beoordeling.”
3.6.2.
De gemeente heeft op die vraag van Sano als volgt gereageerd:

“De termijn voor het stellen van vragen is verstreken. Nieuwe vragen worden niet meer in behandeling genomen. De strekking van de vraag geeft daar ook geen aanleiding toe omdat u het antwoord kunt opmaken uit alle beschikbare stukken.”
3.7.
In Mercell staat in de vragenlijst bij 4 over de ‘Financiële aspecten - Prijs’ vermeld: “Let op dat de ingediende prijs en de prijsbijlage overeenkomen met het bedrag voor gunning. De ingediende prijs is hierbij leidend.”
3.8.
Sano heeft later op 21 november 2025 haar inschrijving (tijdig) ingediend. Het prijzenformulier heeft zij als volgt ingevuld (deels zwartgelakt):

Sano heeft in Mercell niet, zoals in het paarse veld is opgedragen, de inschrijfprijs in het paarse veld van het prijzenformulier overgenomen, maar een daarvan afwijkende prijs.
3.9.1.
In het bericht van 8 december 2025 (‘Urgent: onvolledige aanmelding’) van de gemeente aan Sano, waarin de gemeente verduidelijkingsvragen stelt, staat onder andere:

“Op basis van de door u ingediende stukken in uw inschrijving voor de aanbesteding Kindaanpak Toeslagen kunnen wij op dit moment niet overgaan tot een volledige beoordeling.

(…)

Daarnaast zien wij dat u in Mercell een andere prijs heeft opgenomen dan de uitkomst uit het prijzenblad. Kunt u bevestigen dat de uitkomst uit het prijzenblad uw inschrijfprijs moet zijn? Graag alleen antwoorden met “ja dat bevestigen wij” of “nee de prijs in mercell betreft onze inschrijfprijs”.

Wij benadrukken dat dit verzoek uitsluitend ziet op verduidelijking. (…).”
3.9.2.
Sano heeft deze vraag diezelfde dag beantwoord met: “nee, de prijs in mercell betreft onze inschrijfprijs.”
3.10.
De gemeente heeft Sano bij brief van 11 december 2025 ervan in kennis gesteld dat de inschrijving van Sano niet aan de gestelde eisen voldeed en daarom als ongeldig terzijde is gelegd. De gemeente heeft aangegeven voornemens te zijn de opdracht te gunnen aan Particibaan, Stichting [stichting B] en Stichting [stichting C] (de gunningsbeslissing).

In de gunningsbeslissing staat onder meer:

“(…) In het kader van deze aanbesteding zijn er dertien (13) inschrijvingen ontvangen. Bij de beoordeling van uw inschrijving heeft de gemeente Rotterdam geconstateerd dat deze niet voldoet aan minimumeis 2, zoals beschreven in paragraaf 6.1 van het beschrijvend document. Immers: Uw inschrijving stemt niet overeen met de gestelde eisen en voorwaarden die zijn opgenomen in het beschrijvend document, namelijk: uw inschrijfprijs voldoet niet aan de gestelde eisen op het prijzenblad en daarmee maakt u het gebruik van de beoordelingssystematiek onmogelijk.

Bij uw inschrijving heeft u het prijzenblad ingeleverd met daarin een opmerking en een verwijzing naar een hogere inschrijfprijs op Mercell. Omdat de inschrijfprijs op uw prijzenblad wel correct is, hebben wij u in de gelegenheid gesteld om dit te corrigeren door middel van een verduidelijkingsvraag op 8 december 2025.

De door ons gestelde vraag: “Daarnaast zien wij dat u in Mercell een andere prijs heeft opgenomen dan de uitkomst uit het prijzenblad. Kunt u bevestigen dat de uitkomst uit het prijzenblad uw inschrijfprijs moet zijn?

Uw antwoord daarop: “Nee, de prijs in mercell betreft onze inschrijfprijs”.

Hiermee voldoet uw inschrijfprijs niet aan de gestelde eisen en is deze niet op een uniforme en objectieve manier vergelijkbaar met de overige inschrijvingen. Hierdoor komt uw inschrijving niet voor gunning in aanmerking.

(…).”
3.11.
In de brief van 19 december 2025 heeft Sano bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. Kort gezegd stelt Sano zich op het standpunt dat de ongeldigverklaring van haar inschrijving in strijd met de beginselen van zorgvuldigheid, transparantie en proportionaliteit is.
3.12.
De gemeente heeft bij brief van 16 januari 2026 de bezwaren van Sano tegen de gunningsbeslissing als ongegrond aangemerkt. De gemeente stelt zich daarbij op het standpunt dat de instructies in het BD, het prijzenformulier, Mercell en de toelichting in de NvI’s helder waren voor een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver. De gemeente heeft een verduidelijkingsvraag gesteld waarop Sano heeft geantwoord dat de prijs uit Mercell haar inschrijfprijs was. Er is in de visie van de gemeente geen sprake van een kennelijke vergissing en herstel zou leiden tot een ontoelaatbare materiële wijziging van de inschrijving. De gemeente handhaaft de ongeldigverklaring van de inschrijving van Sano.
3.13.
De gemeente heeft op 16 januari 2026 meegedeeld dat zij de gunningsbeslissing heeft herzien. Volgens de gemeente waren, na beoordeling van bezwaren van andere inschrijvers tegen hun ongeldigverklaring, (o.a.) de inschrijvingen van iHub Zorg B.V. en [stichting A] alsnog geldig. Dat heeft er, na beoordeling van die inschrijvingen, toe geleid dat de gemeente de voorlopig gegunde partijen heeft uitgebreid met iHub Zorg en [stichting A] (de herziene gunningsbeslissing).
3.14.
[stichting A] staat in de rangorde op de eerste positie en Particibaan op de vijfde.
<nr>4</nr>Het geschil 4.1.
Sano vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ook voor

wat betreft de proces- en nakosten:

primair

de gemeente te gebieden de herziene gunningsbeslissing binnen vijf dagen na het wijzen van het vonnis in te trekken, althans hier geen verdere uitvoering aan te geven;

de gemeente te gebieden de inschrijving van Sano alsnog als geldig aan te merken, althans Sano de kennelijke omissie in haar inschrijving te laten herstellen, vervolgens Sano’s inschrijving te betrekken bij de inhoudelijke beoordeling van de inschrijvingen en - indien en voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen - met inachtneming hiervan een nieuwe gunningsbeslissing te nemen;

subsidiair

3. de gemeente te gebieden de herziene gunningsbeslissing binnen vijf dagen na het wijzen van het vonnis in te trekken, althans hier geen verdere uitvoering aan te geven, de lopende aanbesteding te staken en gestaakt te houden en, indien en voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen, een nieuwe aanbesteding uit te schrijven met inachtneming van de Aanbestedingswet 2012;

primair en subsidiair

4. de gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen veertien kalenderdagen na dagtekening van het vonnis in onderhavige procedure zijn voldaan, de gemeente zonder nadere sommatie wettelijke rente ingevolge artikel 6:119 BW is verschuldigd.
4.2.
De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sano, met veroordeling van Sano in de kosten van deze procedure.
4.3.
Particibaan voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sano, met veroordeling van Sano in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.4.
[stichting A] stelt zich in haar verweer materieel op hetzelfde standpunt als de gemeente en Particibaan. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sano dan wel tot afwijzing van in elk geval de subsidiaire vordering van Sano, met veroordeling van Sano in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
In dit kort geding ligt de vraag voor of de gemeente de inschrijving van Sano terecht terzijde heeft mogen leggen, omdat Sano niet heeft voldaan aan minimumeis 2 uit paragraaf 6.1 BD.
5.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit het geval is, omdat is voldaan aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden:

1. de eisen en voorwaarden van de aanbestedingsprocedure zijn duidelijk geformuleerd;

2. de inschrijving van Sano beantwoordt niet aan de eisen en voorwaarden van de aanbestedingsprocedure;

3. herstel is niet toegestaan, omdat het gebrek in de inschrijving volgens de aanbestedingsprocedure op straffe van terzijdelegging is, terwijl, als dat niet het geval was geweest, herstel van het gebrek in werkelijkheid tot een nieuwe inschrijving zou leiden.
5.3.
De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt.
5.4.
Voorwaarden 1 en 2.

Het geschil tussen partijen betreft een uitlegvraag. Uitleg dient hier plaats te vinden aan de hand van de zogenoemde CAO-norm. Deze norm houdt in dat een bepaling naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overige (relevante) aanbestedingsstukken, van doorslaggevende betekenis zijn, met dien verstande dat het daarbij aankomt op wat de normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver daaruit mocht begrijpen. Voor subjectieve invullingen of interpretaties door inschrijvers is geen ruimte.
5.5.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de instructies voor het invullen van de prijs op het prijzenformulier ondubbelzinnig en eenduidig vermeld in paragrafen 6.1 sub 2, 6.4 en 6.5 van het BD en in de paarse en lichtgroene velden in het prijzenformulier. Hieruit volgt onmiskenbaar dat een inschrijver 1) het prijzenformulier op de voorgeschreven wijze moet invullen, 2) dit formulier niet mag aanpassen, 3) de inschrijfprijs in het paarse veld van het prijzenformulier moet overnemen in Mercell (“Inschrijfprijs voor 2 jaar (graag overnemen in Mercell)”) en dat 4) de prijs in Mercell wordt beoordeeld in het kader van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitverhouding. In Mercell en de aanvullende toelichting op de vragen 46 en 49 in de NvI’s worden deze instructies onderschreven. Ook kan een en ander worden afgeleid uit het voorbeeld dat is opgenomen in het (bij de NvI’s verstrekte nieuwe) prijzenformulier. De instructies zijn daarmee voor een goed geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver duidelijk te achten en overigens door alle andere inschrijvers ook zo begrepen. Verder blijkt uit de aanbestedingsstukken ondubbelzinnig dat als de inschrijver afwijkt van deze - bindende - instructies zijn inschrijving terzijde wordt gelegd, en hij niet voor gunning in aanmerking komt. Uit de inhoud van de vraag die Sano op 21 november 2025 aan de gemeente stelde (zie 3.6.1) blijkt dat dit alles voor Sano ook duidelijk was.

Dat de gemeente in de aanbestedingsstukken over het uiterste tijdstip van het stellen van vragen helderder had kunnen communiceren (zie 3.2 BD: “Alle vragen moet u zo vroeg mogelijk indienen en in ieder geval voorafgaand aan de uiterste datum van Inschrijving” en 3.2.1 BD: “Vragen kunnen doorlopend worden gesteld”) doet in fundamentele zin hieraan niet af. In de slotalinea van 3.2.1 BD staat immers ook dat, zoals te doen gebruikelijk is in aanbestedingsprocedures: “ (…) het stellen van vragen via twee inlichtingenrondes [verloopt]. (…)”, terwijl de in paragraaf 3.1 BD opgenomen aanbestedingsplanning voor Sano bekend mocht worden verondersteld. Sano erkent ook wel dat zij haar vraag te laat heeft ingediend, omdat zij pas op dat moment toekwam aan het invullen van het prijzenformulier en dus ook pas toen werd geconfronteerd met de door haar beweerde onduidelijkheid. Dat kan niet op het conto van de gemeente worden geschreven. De gemeente heeft bovendien onverplicht toch nog gereageerd op de vraag.
5.6.
Het voorgaande kan tot geen andere conclusie leiden dan dat met inachtneming van de objectieve uitlegmethode van de CAO-norm onmiskenbaar is dat de (invul-)instructies over de inschrijfprijs moeten worden uitgelegd zoals de gemeente voorstaat. Geconcludeerd kan worden dat, overeenkomstig het transparantiebeginsel, de eisen en voorwaarden die betrekking hebben op de inschrijfprijs zijn geformuleerd op een zodanig duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, dat behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers voor de opdracht de juiste reikwijdte ervan hebben kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier hebben kunnen interpreteren.
5.7.
Sano heeft desondanks in strijd met die duidelijk geoordeelde instructies een opmerkingenkader in het prijzenformulier toegevoegd en daarmee dus het formulier aangepast. In het opmerkingenkader geeft zij aan dat volgens haar de formule niet klopt, omdat deze niet het totaalbedrag van haar inschrijving over de looptijd van het contract (twee jaar) weergaf en dat zij een andere inschrijfprijs in Mercell zal overnemen dan de automatisch in het paarse veld gegenereerde prijs. Dat heeft zij vervolgens ook daadwerkelijk zo gedaan. Dat is evident in strijd met de instructie in het paarse gedeelte van het prijzenformulier. Bovendien heeft Sano in strijd met de in het prijzenformulier bindend voorgeschreven invulinstructies gehandeld, omdat zij volgens die instructies alleen de geel gearceerde gedeeltes mocht invullen en de overige velden niet mocht invullen of wijzigen. Hierdoor heeft Sano feitelijk niet ingestemd met de in deze aanbesteding ten aanzien van de inschrijfprijs geldende (bindende) eisen/instructies. De inschrijfprijs van Sano in Mercell gaat uit van de ‘aangeboden inzet fte per jaar x aangeboden uurtarief per aangeboden fte x aantal uren per aangeboden fte x 2’, terwijl de automatisch in het paarse veld gegenereerde prijs in het prijzenformulier de gemiddelde kostprijs per fte op basis van 1400 uur per jaar gedurende twee contractjaren betreft. Sano heeft in haar antwoord op de verduidelijkingsvraag van de gemeente van 8 december 2025 (die de gemeente uit zorgvuldigheid over (onder meer) de inschrijfprijs heeft gesteld) bevestigd dat het expliciet haar bedoeling was om dit zo te doen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter komt die handelwijze van Sano materieel neer op het wijzigen van de formule die leidt tot de automatisch gegenereerde prijs in het paarse veld van het prijzenformulier die de grondslag van de beoordeling in de aanbesteding vormt. De inschrijving van Sano is hierdoor niet meer objectief vergelijkbaar met die van de andere twaalf inschrijvers die zich (op dit punt) wel hebben gehouden aan de invulinstructies van de gemeente. Sano heeft daarmee het gebruik van de beoordelingssystematiek bij haar inschrijving, zoals die bij sluiting van de inschrijvingstermijn is ingediend, zelf onmogelijk gemaakt door een inschrijfprijs te hanteren die strijdig was met de duidelijk geformuleerde bindende instructies in het prijzenformulier en het BD. Haar verantwoordelijkheid voor de juistheid en de compleetheid van haar inschrijving, en daaraan voorafgaand de plicht tot zorgvuldige kennisname van de aanbestedingsstukken en voldoende proactief handelen, kan zij niet afwentelen op de gemeente. De voorzieningenrechter acht het verder weinig zinvol om in te gaan op de, hypothetische, situatie dat Sano de verduidelijkingsvraag met “ja dat bevestigen wij” had beantwoord. Dat heeft zij nu eenmaal, zoals aannemelijk is: bewust, niet gedaan.
5.8.
Voorwaarde 3.

De gemeente moet als aanbestedende dienst uitgaan van de inschrijvingen zoals zij die op het moment van sluiten van de inschrijftermijn heeft ontvangen. Na het verstrijken van de inschrijftermijn is een aanvulling/precisering van (één van die) inschrijvingen vanuit het oogpunt van gelijke behandeling in beginsel niet meer toegestaan. Uit vaste rechtspraak volgt dat slechts een eenvoudige precisering of het herstel van een kennelijke materiële fout is toegestaan, mits dat er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt gedaan. Het bieden van herstel is geen verplichting van de aanbestedende dienst, maar een bevoegdheid.
5.9.
Uit de aanbestedingsstukken blijkt duidelijk dat zowel het aanpassen van het prijzenformulier door het toevoegen van een opmerkingenkader, als het niet in Mercell overnemen van de prijs in het paarse veld van het prijzenformulier, leidt tot terzijdelegging van de inschrijving omdat hierdoor niet aan de eisen en voorwaarden die met betrekking tot de inschrijfprijs zijn opgenomen in het BD en het prijzenformulier is voldaan (zie paragrafen 6.1 en 6.4 BD en het prijzenformulier zelf). Wanneer een gebrek met terzijdelegging is gesanctioneerd, bestaat er geen ruimte voor een verdere (inhoudelijke) beoordeling en laten de beginselen van gelijke behandeling en transparantie geen ruimte voor herstel.
5.10.
Zelfs als aan de handelwijze van Sano niet de consequentie van terzijdelegging was verbonden, was herstel van het vermeende gebrek niet toegestaan.
5.10.1.
Feitelijk komt dat er immers op neer dat Sano achteraf - na terzijdelegging - op haar inschrijving wenst terug te komen en een nieuwe inschrijving wenst te doen door de eerder bij inschrijving bewust ingevulde inschrijfprijs in Mercell te wijzigen naar de prijs die door haar is ingevuld in het paarse veld van het prijzenformulier. Dat heeft effect op de ‘totaalprijs van het subgunningscriterium prijs’ en daarmee op de inhoudelijke beoordeling van de inschrijving op het gunningscriterium ‘beste prijs-kwaliteitverhouding’. De prijs vormt een wezenlijk element van de inschrijving. Van een eenvoudige precisering of het rechtzetten van een kennelijke materiële fout is dan geen sprake. Dit geldt ook in de, gegeven, situatie dat de gemeente in de gunningsbeslissing heeft gezegd dat de door Sano in het paarse veld ingevulde prijs “correct” is. Het in dat geval toestaan van herstel zou strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel opleveren.
5.10.2.
Bovendien kan van een fout die zich leent voor herstel slechts dan sprake zijn, indien op het moment van inschrijven voor de gemeente volstrekt duidelijk was wat de bedoeling van Sano als inschrijver was en op basis van de inschrijving aldus onmiskenbaar was dat daarin een vergissing is gemaakt. Van die situatie is geen sprake. Uit de vraag van Sano van 21 november 2025 en het op eigen initiatief toegevoegde tekstkader in het prijzenformulier blijkt dat Sano zich focust op de jaarlijkse omzet die zij met de opdracht wenst te behalen en dat zij om die reden bewust in Mercell heeft ingeschreven met een prijs die afwijkt van de prijs in het paarse veld (en de in de inschrijving gevraagde gegevens). Sano twijfelde over de correctheid van de in het prijzenformulier gehanteerde formule en daarmee over het begrip (totale) ‘inschrijfprijs’. Aan de afwijking in Mercell houdt zij ook vast nadat de gemeente om verduidelijking vroeg (en feitelijk gelegenheid bood tot herstel op dit punt). Dat Sano zich zou hebben vergist, zoals zij nu betoogt, ligt dan niet voor de hand. Integendeel, hoewel enigszins speculatief, valt niet uit te sluiten dat Sano met een andere dan de door haar aangeboden fte’s, het door haar aangeboden uurtarief, het door haar aangeboden aantal uren per fte en dus met een andere inschrijfprijs had ingeschreven als zij niet van de onjuiste aanname was uitgegaan dat de gehanteerde formule in het prijzenformulier een fout bevatte.

Onder die omstandigheden en na de gevraagde verduidelijking kan niet worden ingezien dat het voor de gemeente onmiskenbaar was dat Sano in haar inschrijving een vergissing had gemaakt. Het kan de gemeente daarom niet worden verweten dat zij Sano niet alsnog in de gelegenheid heeft gesteld het vermeende gebrek in de inschrijving te herstellen. Van een schending van het proportionaliteits- en gelijkheidsbeginsel aan de zijde van de gemeente is dan ook geen sprake. In het licht van de door de gemeente ter zitting gegeven toelichting op het door haar gebruikelijk gehanteerde beleid in aanbestedingsprocedures, aan welke toelichting de voorzieningenrechter geen reden heeft te twijfelen, blijkt dat de gemeente met het stellen van de verduidelijkingsvraag heeft bedoeld zorgvuldig te handelen om tot een volledig afgewogen inhoudelijke beoordeling van de inschrijving van Sano te kunnen komen (zoals ook in de eerste alinea van het bericht van 8 december 2025 staat).

Overigens doet aan het voorgaande niet af dat het hier een SAS-procedure betreft, zoals Sano meent. Sano miskent dat de gemeente de keuze heeft gemaakt voor het volgen van een volledig openbare en niet van een verlichte aanbestedingsprocedure en dat de aanbestedingsbeginselen van gelijke behandeling, transparantie en proportionaliteit ook in SAS-procedures onverkort gelden.
5.11.
De gemeente heeft de inschrijving van Sano terecht terzijde gelegd. De (primaire en subsidiaire) vorderingen moeten daarom worden afgewezen.

Proces- en nakosten, de wettelijke rente
5.12.
Sano is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.

De proceskosten van de gemeente worden begroot op:

- griffierecht



735,00

- salaris advocaat



1.177,00

- nakosten



189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



2.101,00
5.13.
Sano wordt in de verhouding tot Particibaan aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Particibaan was immers de herziene gunningsbeslissing van de gemeente in stand te houden en de opdracht definitief aan (o.a.) haar te gunnen, indien en voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te verstrekken. Dat doel is bereikt. Hetzelfde geldt in de verhouding tussen Sano en [stichting A] .

Sano wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van Particibaan respectievelijk [stichting A] , die voor beide in de incidenten worden begroot op nihil en in de hoofdzaak op:

- griffierecht



735,00

- salaris advocaat



1.177,00

- nakosten



189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



2.101,00
5.14.
De door Particibaan en [stichting A] gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
<nr>6</nr>De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Sano af,
6.2.
veroordeelt Sano in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Sano niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Sano in de proceskosten van Particibaan, tot op heden begroot op nihil in het incident en op € 2.101,00 in de hoofdzaak, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Sano niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt Sano in de proceskosten van [stichting A] , tot op heden begroot op nihil in het incident en op € 2.101,00 in de hoofdzaak, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Sano niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt Sano tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten van Particibaan en [stichting A] als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026. 1734/2009

De doorlooptijd is in het nieuwe prijzenformulier (3.4) veranderd naar twee jaar.

Artikel delen