Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBROT:2026:6387

De verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. De verdachte heeft de eed van trouw gezworen aan Islamitische Staat (IS) en daarnaast IS-propaganda verspreid. Daarmee heeft de verdachte gehoor gegeven aan de oproep van IS tot het voeren van de elektronische Jihad. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, wa...

Rechtbank Rotterdam 1 juni 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:6387 text/xml public 2026-06-01T16:44:38 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-21 71-205411-25 (voorheen: 71-140210-25) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:6387 text/html public 2026-06-01T16:43:48 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:6387 Rechtbank Rotterdam , 21-05-2026 / 71-205411-25 (voorheen: 71-140210-25)
De verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. De verdachte heeft de eed van trouw gezworen aan Islamitische Staat (IS) en daarnaast IS-propaganda verspreid. Daarmee heeft de verdachte gehoor gegeven aan de oproep van IS tot het voeren van de elektronische Jihad.

Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met algemene en bijzondere voorwaarden.

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 71-205411-25 (voorheen: 71-140210-25)

Datum uitspraak: 21 mei 2026

Datum zitting: 7 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. I. Saey.

Officier van justitie: mr. G. Sannes.

Kern van het vonnis

De verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. De verdachte heeft de eed van trouw gezworen aan Islamitische Staat (IS) en daarnaast IS-propaganda verspreid. Daarmee heeft de verdachte gehoor gegeven aan de oproep van IS tot het voeren van de elektronische Jihad.
<nr>1</nr>Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – in de periode van 1 januari 2024 tot en met 6 juli 2025 heeft deelgenomen aan de terroristische organisatie IS, dan wel ISIS of ISIL, althans een andere organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2024 tot en met 06 juli 2025 te Leiden, althans één of meer plaats(en) in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie, te weten Islamitische Staat (IS), danwel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans (een) organisatie(s) die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, welke organisatie(s) tot oogmerk had(den) en/of heeft/hebben het plegen van terroristische misdrijven, namelijk

A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht), en/of

B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), en/of

C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 juncto 83 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot

eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176b en/of 289a en/of 96

lid 2), en/of

E. het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie).
<nr>2</nr>Bewijs 2.1.
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het feit moet worden veroordeeld.
2.2.
Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte niet behoort tot IS. Hij heeft nooit trouw gezworen aan IS of de kalief, maar aan de profeet Mohammed. De verdachte heeft een verklaring gegeven voor eerder geuite standpunten die in het dossier naar voren zijn gekomen Hij is geïnteresseerd in het Islamitisch geloof, in zijn geboorteland Syrië en in de conflicten en situatie in het Midden Oosten. Daar discussieert hij graag over. Puur omwille van dergelijke discussies uit hij soms een andere mening dan zijn gesprekspartner, maar dat is dan niet zijn eigen mening. De artikelen uit de Al Naba, die de verdachte heeft doorgestuurd, kunnen gelet op de inhoud ervan niet gelden als IS propaganda.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Het feit is bewezen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

In de periode van 1 januari 2024 tot en met 6 juli 2026 heb ik meerdere artikelen uit de Al-Naba verstuurd naar bepaalde mensen die ik ken. Ik deed dat onder meer via Facebook. Ik weet dat de Al-Naba een aan IS verbonden media kanaal is dat wekelijks wordt verspreid en dat de berichten die erin staan afkomstig zijn van IS. Het klopt dat ik op Facebook heb vermeld dat ik trouw zweer aan de [naam 2] . Ik wilde zo in contact komen met mensen die hetzelfde denken. Op Simplex was ik lid van twee chatgroepen genaamd ‘ [naam chatgroep] ’ en op Elements was ik lid van een chatgroep waarin nieuwsbrieven van IS werden gedeeld. Ik ben een moslim en bereid voor mijn geloof te sterven. De islam is het juiste geloof, ik hoor bij de Islamic State. Ik moet mijn islam verdedigen. Ik maak gebruik van de telefoonnummers [gsm-nummer 1] en [gsm-nummer 2] en van het Facebook account [account ID nummer] .

2. Proces-verbaal van de politieInhoud van de chat tussen [accountnaam 2] (owner) en [gsm-nummer 3] [ [naam 1] ], gevoerd op 9 augustus 2024 en de duiding daarvan door een Midden-Oostendeskundige.

Op 9 augustus 2024, schrijft owner: Ik heb trouw gezworen en de kalief zei: “Er is geen bestand” en dat betekent dat er geen bestand bestaat”.

Duiding: Het “trouwzweren” verwijst naar het afleggen van de bay’a [eed van trouw] van de moslim aan wie hij/zij erkent als leider van de gelovigen. In 2014 riep de Islamitische Staat (IS) een kalifaat uit en riep de moslims op om de bay’a af te leggen aan de leider van IS, aangeduid als khalifa [kalief]. De gebruiker stelt dat hij de bay’a heeft afgelegd. Gezien de context is dit op te vatten als een bevestiging dat de gebruiker de eed van trouw aan de kalief van IS heeft afgelegd, over wie de gebruikers spreken. De gebruiker voegt daaraan toe een verwijzing naar zijn gehoorzaamheid: de kalief aan wie hij trouw heeft gezworen (een naam wordt niet genoemd, maar weer op te vatten als "de kalief van IS") heeft gesteld dat er geen bestand is (Ar.: 'ahd, gezien de context hier te verstaan als: een vredesbestand of vredesverdrag met de ongelovigen). De gebruiker erkent de autoriteit van de kalief en accepteert dat er geen bestand is: "dus er is geen bestand". Hoewel hij het hier niet expliciet noemt is dit op te vatten als een legitimering van de gebruiker voor de gewapende strijd in het heden tegen de ongelovigen, waar de discussie over gaat. Volgens de kalief is er nu geen vredesbestand, dus mogen de ongelovigen bestreden worden.

3. Proces-verbaal van de politie

Op 11 en 12 december 2024 vond er een chatgesprek plaats tussen [accountnummer 1] (de verdachte) en [accountnummer 2] ( [zus verdachte] ). Door de Midden-Oostendeskundige zijn deze verder geduid.

[accountnummer 1] chat: De Islamitische Staat is de waarheid. En deze afvallige politici wiens woorden jullie bewonderen zullen geen enkele rol spelen onder het Islamitische Kalifaat.

Duiding: Gebruiker [accountnummer 1] spreekt zich in dit bericht uit als een voorstander van de Islamitische Staat. In lijn met de ideologie van de Islamitische Staat, zegt hij (moslim)politici die niet regeren aan de hand van de shari’a [islamitische wetgeving] te beschouwen als afvalligen.

[accountnummer 1] chat: Ik sta aan de kant van de Islamitische Staat.

[accountnummer 1] chat: Ik ga jou de tijdschrift Al Naba’ sturen. Ik lees het al twee jaar elke vrijdag. Ze laten welke vrijdag zien wat ze aan operaties hebben gedaan.

Duiding: Al-Naba’ is een wekelijkse nieuwsbrief die wordt uitgegeven door de Islamitische staat. Er zijn inmiddels al 500 edities verschenen. Naast langere artikelen over de denkbeelden van IS, bevat Al-Naba’ ook overzichten van de ‘operaties’ [aanslagen] die door IS worden uitgevoerd in verschillende strijdgebieden.

[accountnummer 1] chat: Met Godswil gaan we overwinnen, overwinnen, overwinnen.

Duiding: Met “we” wordt in dit bericht bedoeld de stichters van het kalifaat; ook op te vatten als de Islamitische Staat.

[accountnummer 1] chat: Hoe bestaat het dat mensen zonder geloof, christenen en alawieten deze vlag dragen.

Duiding: Gebruiker [accountnummer 1] geeft aan dat hij christenen en alawieten beschouwt als ‘mensen zonder geloof’. Deze opvatting past in de ideologie van de Islamitische staat, waarin zij als ongelovige vijanden worden beschouwd.

[accountnummer 1] chat: Nu kan ik het met woorden doen totdat God het mij toestaat om deel te nemen aan de Jihad dan ga ik er wel heen. Als God het toestaat.

Duiding: Gebruiker [accountnummer 1] zegt in dit bericht dat hij bereid is de jihad [in de betekenis van de gewapende strijd] te voeren, met de toestemming van God.

4. Proces-verbaal van de politie

Op het Facebookaccount met [account ID nummer] zijn meerdere berichten geplaatst

die passen binnen het jihadi-salafistische gedachtegoed, en waarin steun wordt uitgesproken aan de Islamitische Staat. De gebruiker heeft op 27 juni 2025 in totaal 630 Facebookvrienden. Bij de informatie over de gebruiker staat bij “werkt bij”: “Trouw zwerend aan de [naam 2] ”. De huidige kalief [leider] van de Islamitische Staat heet [naam 2] . Ik maak hieruit op dat de gebruiker van het account de kalief van IS volgt. Er zijn berichten waarin andersgelovigen [onder andere sjiitische moslims en Alawieten] als ongelovigen worden aangeduid, en berichten waarin de gebruiker van het account aangeeft achter (de oprichting van) een kalifaat te staan waarin wordt geregeerd op basis van de shari'a.

5. Proces-verbaal van de politie

Bevindingen van de berichten en de bijbehorende bijlagen/afbeeldingen die op het Facebookaccount [account ID nummer] zijn geplaatst en de duiding ervan door een Midden-Oosten deskundige.

Op 9 juli 2024 plaatst de gebruiker van het Facebookaccount een afbeelding met de tekst #de islamitische staat #het kalifaat naar de methode van de profeet. Het is een pamflet “de baard, kenmerk van de moslims” gepubliceerd door [naam 3] . Dit is bekend als een officiële mediaorganisatie van de Islamitische Staat die met name geschreven propaganda publiceert. De tekst zet uiteen wat naar de opvatting van IS de voorschriften zijn voor het dragen van de baard en snor.

Op 28 juni 2024 plaatst de gebruiker van het Facebookaccount een afbeelding van [naam 3] met de tekst #de legitieme lijfstraffen en #de islamitische staat. Het is een pamflet getiteld “De legitieme lijfstraffen” waarin wordt uiteengezet voor welke vergrijpen, naar de opvattingen van IS, lijfstraffen zoals kruisiging en steniging van toepassing zijn, zoals voor het drinken van wijn, stelen en sodomie.

Op 19 oktober 2024 plaatst de gebruiker van het Facebookaccount een afbeelding van Al-Naba.

6. Proces-verbaal van de politie

Ik deed onderzoek naar de bij de verdachte inbeslaggenomen telefoon Samsung S8. Aan deze telefoon was een whatsappaccount [accountnaam 1] gekoppeld.

Door de gebruiker werd in een chat op 27 oktober 2024 een artikel gedeeld uit Al-Naba' nr. 466, gepubliceerd op 25 oktober 2024, getiteld [vertaald uit het Arabisch] "De man strijdt moedig". De gebruiker van dit account chat hierbij: “Het verschil tussen jou en mij is dat ik lees” [daarmee zeggend dat hij in ieder geval dit artikel uit Al-Naba heeft gelezen].

Op 2 november 2024 wordt door de gebruiker in een chat een artikel gedeeld uit Al-Naba nr. 467, gepubliceerd op 1 november 2024, getiteld [vertaald uit het Arabisch] “Zij willen Zijn gezicht”.

Ik zag dat op de telefoon een chatgesprek stond waarbij gebruik werd gemaakt van Facebook Messenger. Ik zag dat de gebruiker van de telefoon met Facebook account [accountnummer 1] in dit gesprek op 1 november 2024 een artikel deelde uit Al-Naba’ nr. 467, gepubliceerd op 1 november 2024, getiteld [vertaald uit het Arabisch] “ [naam 4] – moge God tevreden met hem zijn – jihadstrijder en leraar”.

7. Proces-verbaal van de politie

Ik deed onderzoek naar de bij de verdachte inbeslaggenomen telefoon Samsung S21 met nummer [gsm-nummer 1] . Daarop stond een groepschat met naast de verdachte drie andere deelnemers. Op 26 januari 2025 verstuurde de verdachte daarin twee artikelen uit Al-Naba en op 4 april 2025 nog een artikel uit Al-Naba.
2.3.2.
Bewijsmotivering

Volgens vaste jurisprudentie wordt Islamitische Staat (“IS”) gezien als een organisatie als bedoeld in artikel 140a Sr die het plegen van terroristische misdrijven tot oogmerk heeft. Van ‘deelneming’ aan een dergelijke organisatie kan slechts dan sprake zijn als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte trouw heeft gezworen aan de kalief van IS en dat hij zich gedurende een periode van ruim anderhalf jaar heeft bezig gehouden met jihadisme.

Uit het digitale onderzoek van zijn gegevensdragers blijkt dat de verdachte op verschillende social media accounts propagandamateriaal van IS heeft geplaatst, gedeeld en verspreid. Het openbare facebookaccount van de verdachte had veel volgers. De verdachte heeft verklaard dat hij door zijn uitingen op dat account in contact wilde komen met mensen die hetzelfde denken. Ook voerde de verdachte via zijn social media accounts gesprekken met andere sympathisanten, waarin werd gesproken over het deelnemen aan de jihad. Daarin gaf hij aan dat hij achter de oprichting van het kalifaat staat. Het handelen van de verdachte past naadloos in de mediastrategie van IS. Daarbij wordt vooropgesteld dat IS niet alleen een fysieke strijd op het slagveld voert maar ook een ideologische oorlog via de (sociale) media. In verschillende officiële oproepen van IS wordt media-activisme zelfs gelijkgesteld aan de strijd op het slagveld.

De verdachte heeft op de terechtzitting erkend dat hij dergelijke content op zijn gegevensdragers had en ook verspreidde. Hij heeft daarbij gezegd dat alle chats en contacten slechts ten grondslag liggen aan zijn wens om zich te informeren over IS en te communiceren over het geloof. De rechtbank is van oordeel dat die opvattingen worden weersproken door de inhoud van de chat tussen de verdachte en zijn zus [zus verdachte] op 11 en 12 december 2025, waaruit zonder twijfel blijkt dat hij zich verbonden voelt met IS en bereid is om daarvoor te strijden. De afkeurende manier waarop de zus de verdachte aanspreekt – zij noemt hem onder meer een schande voor de familie – weerlegt de verklaring van de verdachte dat hij slechts omwille van het voeren van een discussie standpunten inneemt die passen binnen de denkwijze van IS.

Door gedurende een langere periode via zijn openbare accounts propaganda van IS te verspreiden, heeft de verdachte op een zodanige manier en in een zodanige mate gehoor gegeven aan de oproep van IS om deel te nemen aan de elektronische jihad, dat hij niet slechts als sympathisant van IS is aan te merken, maar is gaan behoren tot het samenwerkingsverband van IS. Hij heeft met het verspreiden van de IS-ideologie ook een bijdrage geleverd aan de terroristische oogmerken van IS. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat de verdachte heeft deelgenomen aan de terroristische organisatie IS.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij in de periode van 01 januari 2024 tot en met 06 juli 2025 te Leiden, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie, te weten Islamitische Staat (IS), danwel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), welke organisaties tot oogmerk hadden en/of hebben het plegen van terroristische misdrijven, namelijk

A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht), en

B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), en

C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 juncto 83 van het Wetboek van Strafrecht), en

D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot

eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176b en/of 289a en/of 96

lid 2), en

E. het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie).
<nr>3</nr>Kwalificatie en strafbaarheid 3.1.
Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
<nr>4</nr>Straffen 4.1.
Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest en oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht).
4.2.
Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit, mocht de rechtbank tot een veroordeling komen, om mede gelet op de lagere straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en het gegeven dat de verdachte op het punt staat om zijn huurhuis definitief kwijt te raken, een deels voorwaardelijke straf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk deel ervan gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Mocht de rechtbank bijzondere voorwaarden opleggen, dan zal de verdachte daaraan meewerken.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een terroristische organisatie (Islamitische Staat). Hij heeft zich het extremistische gedachtegoed van IS eigen gemaakt, de eed van trouw gezworen en via zijn social media accounts over een langere periode propaganda van IS gedeeld en verspreid. De verdachte heeft hierdoor telkens bijgedragen aan de terroristische oogmerken van IS.

Dit betreft een zeer ernstig strafbaar feit, met een groot gevaarzettend karakter. Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 16 april 2026 staat onder meer het volgende.

Uit het onderzoek blijkt dat de verdachte tot zijn 17e jaar in Syrië verbleef en dat hij slachtoffer is geweest van het hardhandige en strenge regime van Assad. Daardoor heeft hij diepgewortelde haatgevoelens gekregen tegen Assad en alle groeperingen of landen, die aan diens kant stonden, wat mogelijke trauma’s heeft veroorzaakt. Hij laat zich mede hierdoor in sterke mate leiden door vijanddenken. Dit heeft een cognitieve opening tot stand gebracht, waarmee een kritiekloze houding is ontstaan ten opzichte van de groeperingen die (in eerste instantie) zijn medestanders waren tegen het Assad-regime; zo ook IS/ISIS. Uit het duidingsonderzoek van NTA blijkt dat de verdachte, onder andere door het sterke vijanddenken, deels beïnvloed is geraakt door de gewelddadige propaganda van IS/ISIS, maar daadwerkelijk extremistisch handelen niet goedkeurt. Het risico op gewelddadig extremisme wordt door de reclassering op matig ingeschat.

Voor zijn aanhouding had de verdachte, mede door hulpverlening en begeleiding, stabiliteit op de meeste leefgebieden. Tijdens zijn detentie werd hierin een kentering waargenomen. Er zijn grieven ontstaan richting instanties, de rechtbank en het openbaar ministerie, omdat hij door de detentie onder andere zijn woning dreigt kwijt te raken. De verdachte legt daarvan de verantwoordelijkheid buiten zichzelf.

Op basis van het onderzoek ziet de reclassering de noodzaak tot het inzetten van interventies. Mocht de verdachte veroordeeld worden, bestaan er twijfels over de responsiviteit en daarmee de uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling, het meewerken aan een gemeentelijk traject en het meewerken aan (theologische) gesprekken met een Midden-Oosten-deskundige.

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat, mocht door de rechtbank voorwaarden worden opgelegd, hij zich daar aan zal houden.
4.3.3.
Oplegging straffen

Straf

Gelet op de ernst van het feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Anders dan door de officier van justitie is gevorderd, komt de rechtbank tot oplegging van een lagere straf en een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank neemt hierbij een aantal omstandigheden in overweging.

Er zijn zorgen zijn over het gedachtegoed van de verdachte. Hij heeft gedurende anderhalf jaar wekelijks het gedachtengoed van IS tot zich genomen en gelezen over door IS gepleegde aanslagen en hoe deze te verrichten. Ook zijn er aanwijzingen in het dossier dat de verdachte bereid is in de strijd als martelaar te sterven. Om de kans op recidive te beperken acht de rechtbank het van groot belang dat de verdachte wordt begeleid en behandeld, waarbij ook uitgebreid aandacht moet zijn voor de geloofsbeleving. Deze begeleiding en behandeling kan plaatsvinden in het kader van bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal daarom een substantieel deel van de voorgenomen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met de kanttekening dat het eventueel innemen van medicatie in het kader van de ambulante behandeling niet als onderdeel van de voorwaarden wordt overgenomen. Het voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank legt de verdachte geen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op. De grondslag daarvoor of strekking daarvan zijn ter zitting niet geconcretiseerd en de rechtbank ziet ook anderszins geen aanleiding daartoe.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar met de algemene en hierna te noemen bijzondere voorwaarden en de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op de ernst van het feit en de inhoud van voornoemde rapportage, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Dit is ook gebleken na zijn eerdere vrijlating in deze zaak in juni 2025. Hij heeft begin juli 2025 wederom IS propaganda verspreid. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.
<nr>5</nr>In beslag genomen voorwerpen 5.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen op de beslaglijst vermeld onder 1 t/m 4, 8 en 10 worden verbeurdverklaard en dat de onder 9 en 14 vermelde voorwerpen worden teruggegeven aan de verdachte.
5.2.
Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft teruggave van alle inbeslaggenomen voorwerpen bepleit.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf worden de drie in beslag genomen mobiele telefoons, een Samsung S21 (nr. 1), een Samsung S8 (nr. 2) en een Samsung S9+ (nr. 10), een laptop van het merk Asus (nr. 3), een schrift (nr. 4) en een fotolijst (nr. 8) verbeurd verklaard. Deze voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien het strafbare feit met betrekking tot deze voorwerpen is gepleegd.
5.3.2.
Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen laptop van het merk Asus (nr. 9) en de laptop van het merk Lenovo (nr. 14) aan de verdachte.
<nr>6</nr>Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a en 140a van het Wetboek van Strafrecht.
<nr>7</nr>Beslissingen
De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van achttien (18) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat van deze gevangenisstraf zes (6) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op drie jaren, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. Meldplicht
de verdachte meldt zich binnen drie dagen na het onherroepelijke vonnis dan wel vrijlating

uit detentie bij Reclassering Nederland ( [gsm-nummer 4] of [gsm-nummer 5] ) en blijft zich melden

zo vaak en zolang de reclassering dat nodig acht. Hieronder valt ook het meewerken aan

huisbezoeken. De meldplicht heeft tot doel de verdachte te kunnen begeleiden bij en

controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden. De reclassering

bepaalt welke gespreksonderwerpen van belang zijn om een inschatting te kunnen maken

van de recidive- en veiligheidsrisico’s, waarbij de privacy van de verdachte zoveel mogelijk

gerespecteerd zal worden. Hij moet op een constructieve wijze meewerken aan deze

gesprekken en openheid van zaken geven over de door de reclassering bepaalde

gespreksonderwerpen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
2. Ambulante behandeling
de verdachte werkt mee aan een psychodiagnostisch onderzoek door een

door de reclassering aan te wijzen zorgverlener. Als uit dit onderzoek een behandelaanbod

volgt, dan moet de verdachte hieraan meewerken, zoals de reclassering dat nodig acht;
3. Andere voorwaarden het gedrag betreffende
de verdachte verricht een actieve inspanning voor (een traject gericht op) het verkrijgen en

het behouden van woonruimte, een legaal inkomen, een structurele en zinvolle (betaalde)

dagbesteding en een eventueel buddy/maatje-project. Indien de reclassering dit nodig acht,

zal hij hierbij samenwerken met de gemeente waarin hij woont of met andere instanties. De

verdachte zal in dit verband toestemming geven voor uitwisseling van informatie tussen de

betrokken instanties en de reclassering;
4. Meewerken aan (theologische) gesprekken
indien door de reclassering geïndiceerd, wordt de verdachte verplicht om gesprekken aan te

gaan met een deskundige van NTA op het gebied van het Midden-Oosten voor theologische

vragen en de religieuze vorming van de verdachte;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

In beslag genomen voorwerpen

verklaart verbeurd:

nr. 1 - GSM (omschrijving: [goednummer 1] Samsung S21)

nr. 2 - GSM (omschrijving: [goednummer 2] Samsung S8)

nr. 3 - Computer (omschrijving: [goednummer 3] Laptop inclusief muis, ASUS)

nr. 4 - Schrift (omschrijving: [goednummer 4] Schrift)

nr. 8 - Fotolijst (omschrijving: [goednummer 5] Fotolijst met erop Arabische tekst)

Nr. 10 - GSM (omschrijving: [goednummer 6] Samsung S9+ met bruin (lederen) hoes, simkaart is verwijderd)

beveelt de teruggave van aan de verdachte van:

nr. 9 - Computer (omschrijving: [goednummer 7] Laptop inclusief lader, ASUS)

nr. 14 – Computer (omschrijving: [goednummer 8] Laptop met oplader, LENOVO)

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.
<nr>8</nr>Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 mei 2026.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [dossiernummer] .

Verklaard tijdens de zitting van 7 mei 2026.

Proces-verbaal nummer [nummer proces-verbaal 1] , vanaf pagina 253.

Proces-verbaal nummer [nummer proces-verbaal 2] , vanaf pagina 215.

Proces-verbaal nummer [nummer proces-verbaal 3] vanaf pagina 211.

Proces-verbaal nummer [nummer proces-verbaal 4] , vanaf pagina 350.

Proces-verbaal nummer [nummer proces-verbaal 5] , vanaf pagina 445.

Proces-verbaal nummer [nummer proces-verbaal 6] , vanaf pagina 354.

Artikel delen