Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBROT:2024:13531

Rechtbank Rotterdam 18 februari 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2024:13531 text/xml public 2025-02-18T14:31:14 2025-02-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2024-12-24 83-057044-22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13531 text/html public 2025-02-18T14:26:33 2025-02-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2024:13531 Rechtbank Rotterdam , 24-12-2024 / 83-057044-22
Vrijspraak medeplegen valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften.
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1

Parketnummer: 83-057044-22

Datum uitspraak: 24 december 2024

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1960,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [postcode] , te [woonplaats] ,

raadsman mr. H. Sytema, advocaat te ’s-Gravenhage.
<nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 december 2024.
<nr>2</nr>Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
<nr>3</nr>Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. V.E. Broeders. heeft gevorderd:

bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

ontzetting uit het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder en aandeelhouder van een vennootschap voor de duur van 5 jaren;

- publicatie van het vonnis op niet-geanonimiseerde wijze op rechtspraak.nl.
<nr>4</nr>Waardering van het bewijs 4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie

De verdachte was 98% aandeelhouder van [bedrijf] B.V. (hierna [bedrijf] of de B.V.) en was sinds 1 november 2020 ook bestuurder hiervan. De aanvraag Tegemoetkoming Vaste Lasten Q1 2021 (hierna TVL-aanvraag) is op 14 mei 2021 bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna RVO) ingediend middels eHerkenning van KPN. Dit is een account met persoonlijke gebruikersnaam en een persoonlijk wachtwoord waarmee ingelogd kan worden op diverse overheidssites. EHerkenning is persoonsgebonden en kan niet worden gedeeld of overgedragen. Er moet in beginsel dus van uitgegaan worden dat de verdachte de aanvragen TVL bij de RVO heeft ingediend. Het indienen van een aanvraag TVL vraagt van de indiener dat deze zich ervan vergewist dat de aanvraag naar waarheid ingediend is. De verdachte heeft de aanvraag desondanks zo ingediend, terwijl in één oogopslag voor hem klip en klaar was dat die inhoudelijk niet juist kon zijn. Er werd een omzet van € 1.700.000,- voor Q1 2019 en een omzet van nihil in Q1 2021 ingediend. Dit zijn zaken die een 98% aandeelhouder bij het invullen van een formulier niet kunnen ontgaan. Op basis hiervan kan niet anders dan worden geconcludeerd dat de verdachte, als bestuurder en grootaandeelhouder van de vennootschap, op de hoogte was van het feit dat door het bedrijf onware stukken zijn opgesteld ten behoeve van de TVL-aanvraag en hij heeft de aanvraag en die stukken zelf ook feitelijk ingediend. Ook heeft hij niet ingegrepen om te voorkomen dat een onjuiste TVL-aanvraag gedaan zou worden terwijl hij wel in de positie en gehouden was om dat te doen. Kortom, de verdachte had opzet op de verboden gedraging van de rechtspersoon. Gelet op het vorenstaande kan het onder feit 1 primair en feit 2 primair wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.
4.1.2.
Beoordeling

Feitelijk leidinggeven (feit 1 en 2 primair)

Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte van november 2020 tot en met in ieder geval 6 mei 2022 statutair bestuurder was van [bedrijf] ( DOC-010-1 ). In de periode dat de in de dagvaarding genoemde suppletieaangifte (respectievelijk 14 maart 2020) en de aangifte omzetbelasting (29 april 2020) zijn ingediend en waar de strafbare gedragingen deels op zijn gebaseerd, was de verdachte geen formeel bestuurder. Wel was de verdachte statutair bestuurder ten tijde van het indienen van de aanvraag Tegemoetkoming Vaste Lasten d.d. 14 mei 2021, waar de voorgaande aangiftes ook bij zijn gevoegd.

Echter, uit het dossier komt verder naar voren dat [bedrijf] B.V. een bedrijf was van medeverdachte [medeverdachte] en dat de verdachte met de dagelijkse bedrijfsvoering niets had te maken. De verdachte heeft wel verklaard dat hij gebruik maakte van de diensten van [medeverdachte] als boekhouder. Van enige verdere feitelijke bemoeienis van de verdachte bij [bedrijf] is niet gebleken. Dat verdachte voor 98% aandeelhouder van [bedrijf] was, bewijst evenmin dat de verdachte feitelijk leiding gaf aan de ten laste gelegde gedragingen van de rechtspersoon. Alles lijkt er juist op te wijzen dat de medeverdachte [medeverdachte] altijd de feitelijk leidinggevende is geweest van [bedrijf] . Voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde is dan ook onvoldoende bewijs in het dossier voorhanden.

Feit 1 en 2 subsidiair

Het feit dat de TVL-aanvraag is ingediend via de aan de verdachte toegekende eHerkenning, een persoonsgebonden account voor een onderneming (vergelijkbaar met een DigiD) waarvan het nadrukkelijk niet de bedoeling is dat daarvan de inloggegevens aan derden worden gegeven, geeft een begin van bewijs dat het de verdachte is die de aangifte tegemoetkoming vaste lasten heeft ingediend ten name van [bedrijf] . Immers, ook eHerkenning geeft juist aan de gebruiker de mogelijkheid om een derde te machtigen, zodat het ook niet nodig is om de eigen gegevens te verstrekken.

Dit bewijs wordt echter ontkracht door de volgende omstandigheden.

Ter zitting heeft de verdachte screenshots van appjes overgelegd ter onderbouwing van de stelling van de verdachte dat hij vaker zijn gegevens voor het inloggen in belastingzaken verstrekte aan de medeverdachte [medeverdachte] die immers van meerdere van zijn bedrijven de belastingaangiften verzorgde. Dit bewijs wordt ook ontkracht doordat over de medeverdachte [medeverdachte] bekend is, door het vandaag gelijktijdig gewezen vonnis, dat hij bij aanspraken tegenover de overheid veelvuldig bewust een verkeerde voorstelling van zaken gaf. Daar komt bij dat de aanvraag niet het telefoonnummer vermeldt van de verdachte, maar van de medeverdachte [medeverdachte] ( [telefoonnummer] ). De verdachte wijst er verder op dat geld vaak een spoor achterlaat en vertelt wat er feitelijk is gebeurd (follow the money) en dat er in tegenstelling tot bij de medeverdachte [medeverdachte] (een auto ter waarde van € 60.000,-) geen bewijs is dat er vanwege deze malversaties geld terecht is gekomen bij de verdachte. Deze omstandigheden maken het door de verdachte geschetste scenario dat de medeverdachte [medeverdachte] de aanvraag en aangiftes onverplicht, uit eigen beweging en zonder wetenschap bij de verdachte heeft gedaan, niet zonder meer onaannemelijk.
4.1.3.
Conclusie

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is gelet op het voorgaande niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
<nr>5</nr>Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
<nr>6</nr>Beslissing
De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Daum, voorzitter,

en mrs. C.M. Derijks en J.J. Klomp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier,

en uitgesproken op 24 december 2024.

De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

[bedrijf] B.V.

op één of meer tijdstippen op of omstreeks 29 april 2019 tot en met 14 mei 2021 te

’s-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Rotterdam en/of Apeldoorn, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans

eenmaal,

(een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te

dienen, te weten

e) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-009) en/of

f) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-026) en/of

g) een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvraag over het eerste kwartaal van

2021 ten name van [bedrijf] B.V. (DOC-024) en/of

h) een aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2019 ten name van [bedrijf]

B.V. (DOC-025)

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft

doen vervalsen,

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk –

immers opzettelijk in strijd met de waarheid – op genoemde geschriften – zakelijk

weergeven – vermeld en/of doen vermelden:

ad a) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of

ad b) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of de afdrukdatum 14 maart 2020 betreft

ad c) dat de omzet over het eerste kwartaal van 2019 € 1.679.421,- bedroeg en/of dat

de aanvraag Tegemoetkoming Vaste Lasten naar waarheid is ingevuld en/of

ad d) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 1.679.421,-

bedroeg(en) en/of de omzetbelasting € 352.678,- bedroeg en/of de voorbelasting

€ 8.674,- bedroeg en/of de aangifte op 29 april 2019 was verzonden

zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens)

opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en)

verdachte feitelijke leiding heeft gegeven

(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Sr

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

Hij, op één of meer tijdstippen op of omstreeks 29 april 2019 tot en met 14 mei 2021

te ’s-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Rotterdam en/of Apeldoorn, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans

eenmaal,

(een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te

dienen, te weten

a. a) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-009) en/of

b) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-026) en/of

c) een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvraag over het eerste kwartaal van

2021 ten name van [bedrijf] B.V. (DOC-024) en/of

d) een aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2019 ten name van [bedrijf]

B.V. (DOC-025)

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft

doen vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk –

immers opzettelijk in strijd met de waarheid – op genoemde geschriften – zakelijk

weergeven – vermeld en/of doen vermelden:

ad a) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of

ad b) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of de afdrukdatum 14 maart 2020 betreft

ad c) dat de omzet over het eerste kwartaal van 2019 € 1.679.421,- bedroeg en/of dat

de aanvraag Tegemoetkoming Vaste Lasten naar waarheid is ingevuld en/of

ad d) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 1.679.421,-

bedroeg(en) en/of de omzetbelasting € 352.678,- bedroeg en/of de voorbelasting

€ 8.674,- bedroeg en/of de aangifte op 29 april 2019 was verzonden

zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken

(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

[bedrijf] B.V.

op één of meer tijdstippen op of omstreeks 14 mei 2021 te ’s-Gravenhage en/of

Rijswijk en/of Rotterdam en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans

eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en)

dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

als ware deze echt en onvervalst, doordat zij en/of haar mededader(s)

a. a) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-009) en/of

b) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-026) en/of

c) een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvraag over het eerste kwartaal van

2021 ten name van [bedrijf] B.V. (DOC-024) en/of

d) een aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2019 ten name van [bedrijf]

B.V. (DOC-025)

heeft/hebben opgestuurd/ingestuurd naar/aan de Belastingdienst en/of de

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat in strijd met de waarheid –

zakelijk weergeven – was vermeld

ad a) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of

ad b) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of de afdrukdatum 14 maart 2020 betreft

ad c) dat de omzet over het eerste kwartaal van 2019 € 1.679.421,- bedroeg en/of dat

de aanvraag Tegemoetkoming Vaste Lasten naar waarheid is ingevuld en/of

ad d) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 1.679.421,-

bedroeg(en) en/of de omzetbelasting € 352.678,- bedroeg en/of de voorbelasting €

8.674,- bedroeg en/of de aangifte op 29 april 2019 was verzonden

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens)

opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en)

verdachte feitelijke leiding heeft gegeven

(art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

Hij, op één of meer tijdstippen op of omstreeks 14 mei 2021 te ’s-Gravenhage en/of

Rijswijk en/of Rotterdam en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans

eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en)

dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

als ware deze echt en onvervalst, doordat hij en/of zijn mededader(s)

a. a) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-009) en/of

b) een suppletieaangifte over het jaar 2019 ten name van [bedrijf] B.V.

(DOC-026) en/of

c) een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvraag over het eerste kwartaal van

2021 ten name van [bedrijf] B.V. (DOC-024) en/of

d) een aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2019 ten name van [bedrijf]

B.V. (DOC-025)

heeft/hebben opgestuurd/ingestuurd naar/aan de Belastingdienst en/of de

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat in strijd met de waarheid –

zakelijk weergeven – was vermeld

ad a) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of

ad b) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 10.987.542,-

bedroeg(en) en/of dat de (verschuldigde) omzetbelasting/voorbelasting €

2.307.384,- bedroeg en/of de afdrukdatum 14 maart 2020 betreft

ad c) dat de omzet over het eerste kwartaal van 2019 € 1.679.421,- bedroeg en/of dat

de aanvraag Tegemoetkoming Vaste Lasten naar waarheid is ingevuld en/of

ad d) dat de leveringen/diensten belast met hoog tarief en/of omzet € 1.679.421,-

bedroeg(en) en/of de omzetbelasting € 352.678,- bedroeg en/of de voorbelasting €

8.674,- bedroeg en/of de aangifte op 29 april 2019 was verzonden

(art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Artikel delen