Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBOVE:2026:2504

Deze uitspraak gaat over de aan eiser toegekende uitkering in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Eiser is het niet eens met de hoogte van het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage en stelt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Klachten van ASS en hyperacusis.

Rechtbank Overijssel 13 mei 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:2504 text/xml public 2026-05-13T18:00:29 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-08 ak_25_3373 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2504 text/html public 2026-05-11T10:50:59 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2504 Rechtbank Overijssel , 08-05-2026 / ak_25_3373
Deze uitspraak gaat over de aan eiser toegekende uitkering in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Eiser is het niet eens met de hoogte van het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage en stelt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Klachten van ASS en hyperacusis.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/3373
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. N.J. Brouwer),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. Y.A. van Veelen).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de aan eiser toegekende uitkering in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Eiser is het niet eens met de hoogte van het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage en stelt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage op de juiste wijze heeft vastgesteld. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 30 april 2024 met ingang van 29 februari 2024 ingewilligd. Daarbij is eiser volledig arbeidsongeschikt geacht, maar niet duurzaam. De ex-werkgever van eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het bestreden besluit van 27 oktober 2025 op het bezwaar van de ex-werkgever heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser gewijzigd vastgesteld op 49,28%.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiser werkte als [functie] ([functie]) bij DHL voor 40 uur per week. Op 3 maart 2023 viel hij voor deze werkzaamheden uit als gevolg van lichamelijke en psychische klachten.

Per einde wachttijd heeft een verzekeringsgeneeskundige en vervolgens in bezwaar een verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling plaatsgevonden.

Besluitvorming heeft plaatsgevonden zoals weergegeven onder het kopje ‘procesverloop’.

Beroepsgronden

4. Eiser stelt dat hij meer beperkingen heeft dan in bezwaar is aangenomen en dat hij daarom niet geschikt is voor de geselecteerde functies.4.1. Volgens eiser hadden er in de eerste plaats op het psychische vlak meer beperkingen aangenomen moeten worden als gevolg van de geconstateerde autisme spectrum stoornis (ASS). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft niet gemotiveerd waarom deze psychiatrische aandoening niet tot meer beperkingen leidt dan de dwangmatige persoonlijkheidsstoornis waar eerder vanuit werd gegaan.Dit klemt temeer nu het om wezenlijk andere aandoeningen gaat. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is onvoldoende ingegaan op de verschillen tussen de diagnoses en het feit dat ASS veel meer problemen geeft in de sociale interactie en communicatie en dus op een andere wijze het werk beïnvloedt dan de dwangmatige persoonlijkheidsstoornis.
4.2.
Verder stelt eiser dat het UWV onvoldoende is ingegaan op hetgeen eiser heeft aangevoerd ten aanzien van zijn klachten en beperkingen als gevolg van de bij hem gestelde diagnose hyperacusis. De overgevoeligheid voor geluid wordt als duidelijk symptoom benoemd. Het is niet inzichtelijk dat slechts geadviseerd wordt om gehoorbescherming te dragen vanaf de norm die al wettelijk is vastgesteld voor iedereen en dat eiser tot 80 decibel niet beperkt zou zijn. Ook bij geluid onder de 80 decibel is sprake van forse problematiek.
4.3.
Volgens eiser heeft het UWV ook onvoldoende rekening gehouden met het feit dat sprake is van een scala aan aandoeningen en problemen die elkaar logischerwijs op negatieve wijze beïnvloeden. De mate van arbeidsongeschiktheid zou alsnog op 80-100% moeten worden gesteld.
4.4.
Met betrekking tot de geduide functies voert eiser aan dat niet geloofwaardig en voorstelbaar is hoe eiser in deze functies, waarbij zeker met grote regelmaat geluid aan de orde is waar hij sterk last van heeft, constant met gehoorbescherming kan rondlopen. Het is de vraag of de machines die bediend moeten worden in de geduide functies überhaupt met gehoorbescherming bediend kunnen worden of dat dit onveilige situaties oplevert in die zin dat eiser dan bijvoorbeeld signalen mist. Ook mondelinge instructies en gewoon collegiaal met elkaar omgaan vormen een probleem wanneer telkens gehoorbescherming gedragen moet worden. Ook samenwerken zal zeer moeilijk zijn.
4.5.
Ter onderbouwing van zijn betoog heeft eiser verwezen naar een verwijsbrief voor regulier generalistische basis GGZ van 27 juli 2022 van [huisarts], huisarts, een brief van 2 februari 2023 van [naam 1], maatschappelijk werker Pento (audiologisch centrum) gericht aan [naam 2], KNO-arts Isala Zwolle, een brief van 5 april 2023 van [naam 3], KNO-arts Deventer Ziekenhuis, gericht aan huisarts [huisarts], een behandelovereenkomst van 24 januari 2023 van [naam 4], verpleegkundig specialist GGZ Mindfit Kring Deventer West, en een brief van 17 februari 2023 van [naam 4], gericht aan huisarts [huisarts].

Bestreden besluit 5. Het UWV stelt zich op het standpunt dat eiser met zijn klachten en beperkingen niet in staat is om de maatgevende arbeid te verrichten, maar wel in staat is om de geduide functies te verrichten. Zijn arbeidsongeschiktheidspercentage is terecht vastgesteld op 49,28%.
Beoordeling door de rechtbank
6. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het bestreden besluit. In geschil is of eiser per 29 februari 2024 voor 49,28% arbeidsongeschikt is. Zij beoordeelt dit aan de hand van de beroepsgronden.

Zorgvuldigheid van het onderzoek

7. De arts heeft eiser zelf gesproken op het telefonisch spreekuur van 26 april 2024. Zijn conclusies heeft de arts neergelegd in de rapportage van 26 april 2024. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een dossieronderzoek verricht en eiser onderzocht op zijn spreekuur van 31 maart 2025. Verder heeft hij informatie opgevraagd bij de behandelaar van eiser bij Dimence. De informatie die door Dimence is verstrekt bij brief van 17 april 2025 is bij de beoordeling betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zijn visie neergelegd in de rapportage van 10 juli 2025. Voorts heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanvullende gerapporteerd in de rapportage van 21 oktober 2025. Uit hetgeen eiser aanvoert volgt niet dat de wijze van onderzoek, in zijn geheel bezien, gebreken vertoont. De medische grondslag

8. De verzekeringsarts heeft destijds aangenomen dat eiser klachten en beperkingen heeft als gevolg van een somatoforme pijnstoornis, posttraumatische stress stoornis (PTSS), gegeneraliseerde angst, dwangstoornis, autistische stoornis, depressieve episode, hyperacusis en post covid klachten. Per datum einde wachttijd heeft de verzekeringsarts eiser als volledig arbeidsongeschikt aangemerkt.

9. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft na eigen onderzoek en informatie opvragen bij de huidige behandelaar van eiser de bezwaren van de ex-werkgever gegrond bevonden.

Hyperacusis 9.1 De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het volgende gerapporteerd en bij zijn beoordeling betrokken. Eiser is eind 2023 op verzoek van de bedrijfsarts verwezen voor een expertise bij Ergatis. Uit het rapport van Ergatis (rapport Ergatis) van 24 oktober 2023 blijkt dat eiser destijds onder andere is gezien door een KNO-arts, een psychiater en een psycholoog. De KNO-arts heeft de diagnose hyperacusis bevestigd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapportage van 29 januari 2026 opgemerkt dat de hyperacusis/overgevoeligheid voor geluid niet ter discussie staat. In de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 2 december 2025 is opgemerkt dat vanwege de hyperacusis navolgbare beperkingen zijn aangenomen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 10 juli 2025. Bij geluidbelasting (onder en boven 80 dB) kan eiser zo nodig gebruik maken van gehoorbescherming zoals oordopjes of een koptelefoon al dan niet met noice cancelling. Aspecten ten aanzien van geluidbelasting in de geduide functies zijn door de arbeidsdeskundige (AD) B&B besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank volgt het UWV in deze onderbouwing en acht deze voldoende gemotiveerd. Eiser heeft niet met (medische) stukken onderbouwd dat hij geen gebruik kan maken van gehoorbescherming vanwege zijn ASS-problematiek. Hierbij wijst de rechtbank erop dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook heeft aangegeven dat eiser onder de 80 dB bescherming zou kunnen gebruiken. Het is voorts niet gebleken dat eiser de hele dag deze bescherming zou moeten dragen. Eisers betoog faalt ook in dat opzicht.

ASS 9.2 De verzekeringsarts vermeldt dat uit het rapport Ergatis blijkt dat de psychiater heeft aangegeven dat er sprake is van een somatische symptoomstoornis en een obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast zijn andere psychische stoornissen niet uitgesloten, met name depressie, PTSS, autisme en een gegeneraliseerde angststoornis. De psychiater heeft geadviseerd verder onderzoek in te zetten richting deze ziekten. Nadien is eiser in behandeling gekomen bij Dimence. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarom informatie van Dimence bij de beoordeling betrokken. Na uitgebreide diagnostiek is gebleken dat bij eiser sprake is van ASS. Een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis is niet vastgesteld. Dimence geeft aan dat de autismespectrumstoornis de klachten beter verklaart gezien het beloop en de sociale interactie. Er blijkt uit de informatie van Dimence geen sprake van andere, nieuwe medische feiten wat betreft de psychische klachten/problematiek en beperkingen van eiser. Er is dus een andere diagnose gesteld die de klachten en daarmee ook de beperkingen van eiser verklaart. Dat hiermee beperkingen zouden zijn gemist heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Er wordt hierbij op gewezen dat al een ruim aantal beperkingen was aangenomen en dat eiser niet met (nieuwe) medische stukken heeft onderbouwd dat deze beperkingen niet juist zijn of dat andere beperkingen aangenomen hadden moeten worden. Eiser heeft weliswaar verwezen naar medische stukken, maar deze zijn door de verzekeringsarts bezwaar en beroep al bij diens beoordeling betrokken.

FML 9.3 In de FML van 10 juli 2025 zijn beperkingen opgenomen in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren, fysieke omgevingseisen en werktijden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aanvullend gerapporteerd op 21 oktober 2025, in reactie op de aanvullende gronden in bezwaar van eiser. Hij heeft hierin opgemerkt dat in de rubrieken 1 en 2 van de FML van 10 juli 2025 forse beperkingen zijn aangenomen en tevens een urenbeperking is aangenomen van gemiddeld 6 uur per dag en gemiddeld ongeveer 30 uur per week. Hiermee wordt in voldoende mate rekening gehouden met de verminderde psychische belastbaarheid van eiser. Dat eiser in de rubrieken 1 en 2 meer beperkt is, is door gemachtigde niet onderbouwd met (nieuwe) medische feiten of een rapport van een medisch adviseur. Dat eiser zwaardere beperkingen zegt te hebben, betekent niet zonder meer dat ook meer beperkingen moeten worden aangenomen. Van belang is immers niet alleen wat eiser ervaart, maar wat objectief medisch als gevolg van ziekte of gebrek aan beperkingen is vast te stellen. De FML bevat een groot aantal beperkingen en er is geen reden om aan te nemen dat deze beperkingen niet voldoende zijn.

Arbeidskundige beoordeling en de geschiktheid van de functies

10. Uitgaande van de FML is het aannemelijk dat eiser in staat is om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. In het rapport van 27 juni 2025 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd waarom deze functies geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van eiser op de in geding zijnde datum. De eisen voor de functies en de belastbaarheid van eiser zijn met elkaar vergeleken. Wanneer bij deze vergelijking is gesignaleerd dat de belastbaarheid van eiser mogelijk wordt overschreden, heeft de arbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd dat de functies toch passend zijn. Ook de totaalbelasting van de functies heeft de arbeidsdeskundige onderzocht. Hij heeft daarmee de geschiktheid voldoende overtuigend toegelicht.11. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in beroep gereageerd op de beroepsgronden en gemotiveerd waarom de functies geschikt zijn. In de aanvullende rapportage van 26 januari 2026 geeft hij aan dat in alle functies gehoorbescherming gebruikt kan worden. Eiser heeft weliswaar aangevoerd dat hij geen gehoorbescherming kan gebruiken, maar hij heeft dit niet onderbouwd met medische stukken. Machines kunnen voorts worden bediend met gebruik van gehoorbescherming. Dragen van gehoor-bescherming leidt niet tot onveilige situaties of het missen van signalen. Als dat wel het geval was, zou de arbeidsdeskundig analist dat hebben vermeld. Vastgesteld wordt dat er taakgericht wordt gewerkt en samenwerken komt alleen voor met afzonderlijke deeltaken. Interactie is minimaal noodzakelijk in de geselecteerde functies. Bovendien is opvolgen van instructies en samenwerken mogelijk met adequate gehoorbescherming. Met adequate gehoorbescherming wordt bedoeld dat de achtergrondgeluiden worden gedempt en specifiek stemmen wel worden doorgelaten, aldus de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding voor een ander oordeel en acht het bestreden besluit ook op dit punt voldoende gemotiveerd.

12. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

de rechter is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel delen