Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBOBR:2026:7241

Het betreft een executiegeschil met betrekking tot de (executoriale) verkoop van een woning door de hypotheekhouder vanwege een aanhoudende en oplopende achterstand in de hypotheekbetalingen. Vanwege de achterstand is de bank (hypotheekhouder) bevoegd tot executie over te gaan. De persoonlijke omstandigheden van hypotheekgever doen niet af aan het executierecht van de bank die met deze omstandi...

Rechtbank Oost-Brabant 12 oktober 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOBR:2026:7241 text/xml public 2026-10-12T18:04:01 2026-10-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-09-29 C/01/429465 / KG ZA 26-252 Uitspraak Kort geding NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7241 text/html public 2026-10-12T18:03:24 2026-10-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:7241 Rechtbank Oost-Brabant , 29-09-2026 / C/01/429465 / KG ZA 26-252
Het betreft een executiegeschil met betrekking tot de (executoriale) verkoop van een woning door de hypotheekhouder vanwege een aanhoudende en oplopende achterstand in de hypotheekbetalingen. Vanwege de achterstand is de bank (hypotheekhouder) bevoegd tot executie over te gaan. De persoonlijke omstandigheden van hypotheekgever doen niet af aan het executierecht van de bank die met deze omstandigheden in het verleden rekening heeft gehouden. Van misbruik van bevoegdheid is geen sprake.
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/429465 / KG ZA 26-252

Vonnis in kort geding van 29 september 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. L.A.M. van Vlerken te Geldrop

tegen

ASN BANK N.V., voorheen tevens h.o.d.n. BLG BANK

gevestigd te Utrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ASN ,

advocaat: mr. G.T. Flapper te Utrecht.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 9 producties, welke dagvaarding niet is betekend aan ASN in verband met haar toezegging vrijwillig in de procedure te zullen verschijnen

- de conclusie van antwoord van 15 september 2026 met 12 bijlagen

- de akte van 15 september 2026 van [eiseres] met aanvullende producties 10, 10A en 11- de mondelinge behandeling die plaats heeft gevonden op 17 september 2026- de pleitnota van [eiseres] .
1.2.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald op termijn van twee weken.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[eiseres] is eigenaresse van de woning aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning). Ten behoeve van de financiering van de woning heeft [eiseres] op 9 december 2002 een hypothecaire geldlening gesloten met BLG Wonen (destijds een handelsnaam van ASN, hierna: BLG) voor een hoofdsom van € 125.000,-, bestaande uit twee leningdelen; leningdeel I van € 102.000,- en leningdeel II (verstrekt in februari 2003) van € 23.000,-.

De initiële rente voor leningdeel I bedroeg 3,90% voor een periode van één jaar vast. De initiële rente voor leningdeel II bedroeg 3,70%, eveneens voor één jaar vast. Vanaf februari 2003 bedroeg de gecombineerde maandlast € 406,25.
2.2.
Vanaf 2004 heeft [eiseres] regelmatig achterstanden laten ontstaan in rentebetalingen en zijn er diverse (derden) schuldeisers geweest die executoriaal beslag op de woning hebben gelegd. [eiseres] heeft de woning in het verleden gedurende meerdere jaren niet bewoond, onder meer vanwege (ernstige) gezondheidsproblemen. De staat van onderhoud van de woning was in die tijd dermate slecht dat BLG brieven van de buren van [eiseres] ontving over overlast en achterstallig onderhoud. Vanwege deze omstandigheden heeft BLG in het verleden - tot op heden - regelmatig contact gehad met [eiseres] over afspraken/regelingen om betalingsachterstanden in te lopen.
2.3.
Bij brief van 13 september 2024 van BLG aan [eiseres] (productie 2 bij dagvaarding) heeft BLG de totale hypothecaire lening (van op dat moment € 127.078,91) opgeëist vanwege een (structurele) betalingsachterstand van € 2.078,91. In de brief is medegedeeld dat de totale schuld tijdig moet worden terug betaald om een veiling van de woning te voorkomen.
2.4.
Bij aangetekende brief van 6 februari 2026 (productie 11 bij conclusie van antwoord) heeft BLG aan [eiseres] medegedeeld dat zij de totale hypothecaire lening opeist, die op dat moment € 132.319,40 bedroeg, waarvan € 7.319,40 aan betalingsachterstand. In de brief is vermeld dat de aanleiding voor het opeisen van de hypothecaire lening is, dat [eiseres] zich niet aan de betaalafspraken houdt, en dat er namens de Dommel Vallei Gemeente Nuenen executoriaal beslag is gelegd op de woning. BLG geeft aan dat [eiseres] om een veiling van de woning te voorkomen, het bedrag van € 132.319,40 uiterlijk op 13 februari 2026 aan BLG moet voldoen.
2.5.
De woning is in opdracht van ASN getaxeerd door een onafhankelijk taxateur. Er heeft een geveltaxatie plaats gevonden. Volgens de taxateur bedraagt de executiewaarde van de woning in onverhuurde staat op de waardepeildatum 27 februari 2026 € 300.000,-, en de marktwaarde € 350.000,-. (productie 3 bij dagvaarding, taxatierapport d.d. 7 april 2026).
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
[eiseres] heeft haar eis ter zitting gewijzigd en vordert thans - samengevat -:

I. primair: ASN te verbieden om de woning van [eiseres] executoriaal te verkopen (al dan niet middels een veiling), subsidiair: ASN te verbieden om de woning van [eiseres] executoriaal te verkopen totdat uitspraak is gedaan in een bodemprocedure,

meer subsidiair: de executie te schorsen voor de duur van twee jaren, , dit alles op straffe van een dwangsom van € 25.000,- voor elke dag dat ASN zich niet aan de in het vonnis gegeven voorziening(en) houdt;

II. ASN te veroordelen in de proceskosten van [eiseres] te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[eiseres] legt aan de vordering – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag. De betalingsachterstand met betrekking tot de hypothecaire lening is ontstaan ten gevolge van een verschil van mening tussen [eiseres] en ASN over de hoogte van de hypothecaire rente. ASN hanteert volgens [eiseres] ten onrechte een te hoog rentepercentage waarmee [eiseres] nooit heeft ingestemd. [eiseres] heeft over deze handelwijze van ASN een klacht ingediend bij het Klachteninstituut financiële dienstverlening (Kifid) en gevorderd (onder meer) om de rentekeuze uit 2020 door te voeren. Bij beslissing van 6 december 2024 heeft het Kifid de vorderingen van [eiseres] afgewezen. [eiseres] heeft hiertegen in december 2024 en/of januari 2025 schriftelijk geprotesteerd hetgeen als een beroep tegen de beslissing van het Kifid kan worden opgevat.

De door de ASN gestelde betalingsachterstand wordt dus (nog altijd) betwist. Daarbij komt dat de betalingsachterstand niet dermate hoog is dat deze de door ASN aangekondigde executie rechtvaardigt. De achterstand loopt ook niet zo snel op omdat [eiseres] vanaf juli 2025 (weliswaar onder protest) € 105,- per maand extra is gaan betalen, bovenop de volgens haar verschuldigde maandelijkse betalingstermijnen.

Gelet op de getaxeerde waarde van de woning biedt deze voldoende (financiële) zekerheid voor de bank als hypotheekhouder. Een executieverkoop van de woning zal ernstige gevolgen hebben voor [eiseres] die al vele jaren volledig arbeidsongeschikt is vanwege meerdere herseninfarcten en hartproblematiek, zodat de belangen van de bank bij het gebruik maken van haar executiebevoegdheid aanzienlijk minder zwaar wegen dan de belang van [eiseres] bij het behoud van haar woning.

Onlangs heeft een kennis van [eiseres] , de heer [A] zich bereid verklaard om ter voorkoming van een veilingverkoop een bedrag van (maximaal) € 9.000,- te betalen op de derdengeldrekening van mr. Van Vlerken, dit om de betalingsachterstand van [eiseres] in te lossen. Verder heeft deze kennis zich bereid verklaard om een bedrag van

€ 45.000,- aan [eiseres] te lenen om zo de hypothecaire lening over te kunnen sluiten naar een andere hypotheekhouder (zie productie 11 van [eiseres] ).
3.3.
ASN voert verweer. ASN concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

ASN heeft – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

De relatie tussen BLG en [eiseres] kenmerkt zich al twintig jaar door telkens weer terugkerende betalingsachterstanden. Op de woning is in het verleden meerdere malen executoriaal beslag gelegd door verschillende schuldeisers omdat [eiseres] betalingsverplichtingen niet nakwam. Vanwege diverse persoonlijke (gezondheids-) problemen heeft [eiseres] de woning jaren (in ieder geval gedurende 15 jaar) niet bewoond.

BLG heeft altijd coulance getoond, contact gezocht met [eiseres] , en heeft betalingsregelingen en minnelijke oplossingen aangeboden. Telkens als er een achterstand in de hypotheekbetalingen werd ingelopen ontstond er weer een nieuwe.

Nu [eiseres] inmiddels vanaf 2024 een betalingsachterstand heeft laten ontstaan die op blijft lopen en die inmiddels € 9.860,32 bedraagt, terwijl [eiseres] geen concrete stappen onderneemt om het verzuim te zuiveren, ziet ASN geen andere mogelijkheid dan haar relatie met [eiseres] te beëindigen. [eiseres] betaalt structureel te weinig omdat zij van mening is dat zij de door de bank vastgestelde rente niet verschuldigd is. In plaats van € 550,- per maand betaalt zij € 350,- per maand. De betalingsachterstand is inmiddels opgelopen tot € 9.860,32.

De kwestie met betrekking tot de rente heeft [eiseres] voorgelegd aan het Kifid, die eind 2024 alle vorderingen van [eiseres] heeft afgewezen. Ook na deze uitspraak stond [eiseres] niet open voor een minnelijke regeling om de betalingsachterstand in te lopen.

Wanneer de woning wordt verkocht zal [eiseres] , na voldoening van de som van de hypothecaire lening een overwaarde van rond de € 150.000,- realiseren waarmee zij in staat zal zijn een vervangende woonruimte te financieren.

ASN geeft aan dat de executoriale verkoop van de woning gepland is op 13 oktober 2026.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling
Spoedeisend belang
4.1.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorzieningen.

Nu ASN aangeeft voornemens te zijn haar executierecht als hypotheekhouder uit te oefenen en de woning van [eiseres] te verkopen, waarbij de executieverkoop gepland is op 13 oktober a.s., heeft [eiseres] een spoedeisend belang bij haar vorderingen. ASN heeft het spoedeisend belang aan de zijde van [eiseres] overigens ook niet betwist. Nu het spoedeisend belang wordt aangenomen wordt over gegaan tot de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen.

Inhoudelijke beoordeling
4.2.
De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vorderingen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Bij de beoordeling van de vorderingen betrekt de voorzieningenrechter de vraag of de vorderingen, indien deze in een bodemprocedure aan de rechter zouden worden voorgelegd, een zodanige kans van slagen hebben dat, vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
4.3.
De vorderingen van [eiseres] zijn gericht tegen de voorgenomen executoriale verkoop van de woning door ASN.

Uitgangspunt is dat een hypotheekhouder bevoegd is tot executie over te gaan, indien de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. Dit kan evenwel anders zijn, indien de hypotheekhouder – mede gelet op de belangen aan de zijde van de schuldenaar die door de executie zullen worden geschaad – geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van die bevoegdheid. Dan is sprake van misbruik van recht.
4.4.
De eerste te beantwoorden vraag is dus of [eiseres] in verzuim is met voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. In de afgelopen paar jaar heeft BLG/ASN de gehele lening (inclusief betaalachterstanden) tot twee maal toe volledig opgeëist:

- bij brief van 13 september 2024 vanwege een betalingsachterstand van € 2.078,91, en

- bij brief van 6 februari 2026 vanwege een (verder opgelopen) betalingsachterstand van

€ 7.319,40.

[eiseres] heeft niet weersproken dat er vanaf 2024 een betalingsachterstand is. Evenmin heeft [eiseres] weersproken dat de betalingsachterstand inmiddels is opgelopen tot een bedrag van € 9.860,32 en dat deze verder oploopt omdat zij maandelijks een te laag bedrag betaalt (€ 350,- in plaats van € 550,-). Anders dan mr. Van Vlerken namens [eiseres] opmerkt, dat het om een relatief beperkte betalingsachterstand gaat, is de achterstand gelet op het bedrag dat [eiseres] maandelijks zou moeten betalen, naar het oordeel van de voorzieningenrechter aanzienlijk.

Aldus dient de eerste vraag bevestigend te worden beantwoord. [eiseres] is in verzuim met voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. ASN is als hypotheekhouder in beginsel dus bevoegd om van haar executierechten gebruik te maken.
4.5.
Vervolgens rijst de vraag of gebruikmaking van het recht van parate executie in dit geval misbruik van recht van ASN oplevert.

[eiseres] stelt in dit verband in de eerste plaats dat ASN ten onrechte een te hoog bedrag aan maandelijkse hypotheektermijnen in rekening brengt omdat zij in 2017 en 2020 de rente voor 10 jaar vast zou hebben gezet. Dit wordt betwist door ASN. ASN/BLG geeft aan in 2017/2020 geen rentekeuzeformulier te hebben ontvangen, en ook geen reacties van [eiseres] naar aanleiding van in die tijd door ASN gedane rentevoorstellen. Dit geschil over het rentepercentage is voor wat betreft de rente op leningdeel I voorgelegd aan de klachtencommissie van het Kifid, die op 6 december 2024 een bindend advies heeft uitgebracht (productie 8 bij dagvaarding). Het Kifid heeft de vorderingen van [eiseres] afgewezen en heeft geoordeeld – kort samengevat – dat niet was gebleken dat [eiseres] haar rentekeuzeformulieren in 2020 daadwerkelijk aan BLG had gestuurd.

Mr. Van Vlerken heeft in deze procedure gesteld dat hij de mogelijkheid aan het onderzoeken is om alsnog beroep in te stellen tegen de uitspraak van het Kifid, op basis van protestmails die [eiseres] in december 2024/januari 2025 aan het Kifid heeft gestuurd.

De voorzieningenrechter ziet in deze laatste stelling van Van Vlerken geen aanleiding om niet uit te gaan van de uitspraak en het (gemotiveerde) oordeel van het Kifid, dat immers in de door [eiseres] aanhangig gemaakte klachtenprocedure aan de hand van hoor en wederhoor tot stand is gekomen. De stelling namens [eiseres] dat ASN ten onrechte uit gaat van een te hoog rentepercentage en daardoor van te hoge hypotheeklasten treft daarom geen doel.
4.6.
Verder is in verband met de door ASN voorgenomen executie namens [eiseres] aangevoerd dat zij medisch en maatschappelijk kwetsbaar is en vanwege diverse ernstige aandoeningen in het verleden volledig arbeidsongeschikt is, zodat zij een groot belang heeft bij behoud van haar woning.

Uit hetgeen namens ASN in haar conclusie van antwoord naar voren is gebracht en niet weersproken is, blijkt dat BLG/ASN zich altijd rekenschap heeft gegeven van de kwetsbaarheid van [eiseres] en dat deze omstandigheid voor BLG meermaals aanleiding is geweest om, in plaats van gebruik te maken van haar executiebevoegdheid, in overleg met [eiseres] naar oplossingen te zoeken.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft BLG/ASN aan [eiseres] voldoende gelegenheid geboden om tot een oplossing en tot nakoming van de betalingsverplichtingen te komen.
4.7.
De voorzieningenrechter twijfelt niet aan de (persoonlijke) belangen van [eiseres] om in de woning te (kunnen) blijven wonen. Deze belangen doen echter niet af aan het executierecht dat de wetgever aan de hypotheekhouder heeft gegeven.

In dit verband neemt de voorzieningenrechter ook mee in overweging dat:

- [eiseres] structureel een te laag bedrag aan hypotheektermijnen betaalt, waardoor de achterstand alsmaar verder oploopt, en dat zij er geen blijk van heeft gegeven voornemens te zijn de maandelijkse betalingen te verhogen tot het volgens ASN verschuldigde bedrag;

- de namens [eiseres] als productie 11 overgelegde verklaring van [A] met daarin een aanbod tot het lenen van een bedrag aan [eiseres] onvoldoende is toegelicht. Het bedrag van maximaal € 9.000,- dat [A] kennelijk bereid is voor [eiseres] te voldoen is niet toereikend voor de betaling van de volledige betalingsachterstand en zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt is niet aannemelijk dat [eiseres] in staat is de hypothecaire geldlening over te sluiten, ook niet met het door [A] aangeboden voorschot;

- het aannemelijk is dat de opbrengst van de woning bij veilingverkoop voldoende zal zijn om het volledige bedrag aan hypothecaire lening vermeerderd met kosten aan ASN te voldoen, zodat [eiseres] niet met een restschuld zal achterblijven.

Sterker nog, op grond van het door ASN overgelegde taxatierapport van 7 april 2026, waar ook namens [eiseres] naar is verwezen, zal de woning bij executoriale verkoop een (aanzienlijke) overwaarde hebben die aan [eiseres] zal toekomen.
4.8.
Bovenstaande overwegingen leiden tot de conclusie dat ASN geen misbruik maakt van haar executiebevoegdheid zodat de vorderingen van [eiseres] die zien op een verbod of opschorting van verkoop van de woning worden afgewezen.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASN worden begroot op:

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

Totaal

€

1.912,00
<nr>5</nr>De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.912,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.J. Luijten en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

Artikel delen