Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij een ondeugdelijk product geleverd heeft gekregen. Dat betekent dat hij de factuur moet betalen. Wel wordt een korting van 20% toegepast vanwege de schending van de contractuele informatieplicht (AT).
Rechtbank Noord-Holland 13 mei 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:4212
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-04-2026
Datum publicatie
13-05-2026
Zaaknummer
K/4102/12018091
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBNHO:2026:4212text/xmlpublic2026-05-13T17:00:252026-04-20Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Noord-Holland2026-05-06K/4102/12018091UitspraakBodemzaakNLHaarlemCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4212text/htmlpublic2026-05-12T08:53:052026-05-13Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBNHO:2026:4212 Rechtbank Noord-Holland , 06-05-2026 / K/4102/12018091 Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij een ondeugdelijk product geleverd heeft gekregen. Dat betekent dat hij de factuur moet betalen. Wel wordt een korting van 20% toegepast vanwege de schending van de contractuele informatieplicht (AT).
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 12018091 CV EXPL 25-8520 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
gevestigd te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: [gemachtigde], tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil2.1. Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 68,96 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. 2.2. Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft goederen gekocht via de website van Wish (hierna ook: de webwinkel), waarbij hij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet (volledig) gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum. 2.3.
[gedaagde] betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 3De beoordeling3.1. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [gedaagde] dat hij zich op het standpunt stelt dat hij de vordering niet hoeft te betalen, omdat de geleverde goederen niet deugdelijk zijn. De kantonrechter volgt die stelling niet. Dat oordeel wordt hierna toegelicht. 3.2. Op [gedaagde] rust ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en de bewijslast van zijn stelling dat de geleverde goederen gebrekkig zijn. [gedaagde] is immers degene die zich op de rechtsgevolgen van zijn stelling beroept. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet in zijn bewijslast is geslaagd. [gedaagde] heeft iedere vorm van bewijs van zijn stellingen nagelaten. Het verweer van [gedaagde] wordt daarom als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. Nadere bewijslevering is daarmee niet aan de orde en het moet er daarom voor worden gehouden dat [gedaagde] een deugdelijk product heeft ontvangen en hij moet daarvoor dan ook betalen. De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, behoudens het navolgende. Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten 3.3. De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 3.4. Alektum heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. 3.5. Om te kunnen vaststellen dat ook is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een bestelbevestiging worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Alektum heeft enkel de door Klarna verzonden bestelbevestiging overgelegd. Dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie, omdat informatie over het ontbindingsrecht (artikel 6:230m lid 1 sub h BW) ontbreekt. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast. Welke sanctie hoort hierbij? 3.6. De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%. Ambtshalve toetsing van de kredietovereenkomst 3.7.
[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkrediet (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW. Overeenkomsten als de onderhavige vallen in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten), tenzij die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 3.8. De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. 3.9. Vanwege de door [gedaagde] gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op [gedaagde] direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst. 3.10. Alektum heeft de algemene voorwaarden van Klarna (Koop nu – Betaal later) van 29 maart 2021 overgelegd. Uit de factuur blijkt echter dat de overeenkomst is gesloten op 17 december 2020. De overeenkomst is dus tot stand gekomen voordat de overgelegde algemene voorwaarden waren vastgesteld. De overgelegde algemene voorwaarden zijn dus niet de juiste voorwaarden. 3.11. Vanwege de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde vergoeding van rente moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of Alektum in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen heeft opgenomen over incassokosten en rente, en zo ja, of die bedingen al dan niet oneerlijk zijn. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Daarom worden deze vorderingen afgewezen (ook al zijn deze vergoedingen in de procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen).
Conclusie 3.12. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 54,40 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 68,96 x 0.80). 3.13.
[gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alektum worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 86,00 (2 punten × € 43,00) - nakosten € 21,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 363,28 4De beslissing De kantonrechter 4.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen een bedrag van € 54,40, 4.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 363,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677. HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677. Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-informatieplichten.pdf), te vinden op rechtspraak.nl. HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty). HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).