Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBNHO:2026:4205

vordering tot betaling geleverd drukwerk; eisende partij is niet op de zitting verschenen; gevolg is dat de stelling van gedaagde partij dat een barterdeal is gesloten waarbij voor het geleverde drukwerk zou worden betaald door het creëren van exposure, voor juist wordt gehouden; vordering wordt afgewezen.

Rechtbank Noord-Holland 27 april 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:4205 text/xml public 2026-04-27T17:00:15 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-23 K/4104/11950557 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zaanstad Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4205 text/html public 2026-04-24T15:30:32 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4205 Rechtbank Noord-Holland , 23-04-2026 / K/4104/11950557
vordering tot betaling geleverd drukwerk; eisende partij is niet op de zitting verschenen; gevolg is dat de stelling van gedaagde partij dat een barterdeal is gesloten waarbij voor het geleverde drukwerk zou worden betaald door het creëren van exposure, voor juist wordt gehouden; vordering wordt afgewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zaanstad

Zaaknummer: 11950557 CV EXPL 25-3254 (rvk)

Vonnis van 23 april 2026

in de zaak van

[eiser] , mede h.o.d.n. [naam 1]

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. K. Shtapakova (Juristu Incasso Juristen B.V.)

rolgemachtigde: [naam 2] ,

tegen

de besloten vennootschap Sportsgen B.V.,

te Wormer,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Sportsgen,

gemachtigde: mr. C.A. Segaar.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
[eiser] heeft bij dagvaarding van 27 oktober 2025 een vordering tegen Sportsgen ingesteld. Sportsgen heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Op 27 maart 2026 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat Sportsgen ter toelichting van haar standpunten naar voren heeft gebracht. [eiser] is niet op de zitting verschenen.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[eiser] heeft voor Sportsgen diensten verricht en goederen geleverd. Het ging daarbij vooral om het leveren van drukwerk zoals posters en flyers en banners.
2.2.
[eiser] heeft daarvoor 7 facturen verzonden, voor in totaal € 5.775,99.
2.3.
Sportsgen heeft deze facturen niet betaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Sportsgen tot betaling van € 6.231,89, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

Sportsgen is op grond van een gemengde overeenkomst, een overeenkomst van opdracht en een overeenkomst van koop, gehouden de facturen voor in totaal € 5.775,99 voor de geleverde diensten en goederen, te voldoen. Sportsgen is echter niet overgegaan tot betaling en daarom heeft [eiser] betalingsherinneringen gestuurd. Omdat Sportsgen ook na de ontvangst van de betalingsherinneringen niet heeft betaald, heeft [eiser] haar incassogemachtigde ingeschakeld en maakt [eiser] ook aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 653,90. Gelet op de te late betaling is Sportsgen de wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf 17 oktober 2023.
3.3.
Sportsgen voert verweer. Sportsgen concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Sportsgen voert het volgende aan. Er is in 2022 tussen partijen een sponsorrelatie aangegaan (barterdeal) waarbij is overeengekomen dat [eiser] in ruil voor ‘exposure’ betaalde door het leveren van diensten zoals het bedrukken van banners, flyers, doeken en vlaggen tot een jaarlijks bedrag van € 15.000,-, later bijgesteld naar € 10.000,-. Sportsgen heeft goederen en diensten van [eiser] afgenomen, maar in ruil daarvoor volgens afspraak voor exposure gezorgd en daarmee aan haar verplichtingen voldaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
Beoordeeld moet worden of Sportsgen nog een bedrag van € 5.775,99 moet betalen. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet zo is. Dit oordeel wordt hieronder toegelicht.
4.2.
[eiser] is, zonder afbericht, niet op de zitting verschenen, terwijl zij behoorlijk op de hoogte is gesteld van plaats en tijdstip van de zitting. De zitting is daarom doorgegaan. Omdat [eiser] niet op de zitting is verschenen, heeft zij geen vragen van de kantonrechter kunnen beantwoorden of inlichtingen kunnen geven. Ook heeft zij de nadere toelichting van Sportsgen niet weersproken. Dat komt voor rekening en risico van [eiser] . De kantonrechter verbindt daaraan het gevolg dat de stellingen van Sportsgen voor juist worden gehouden en dat betekent dat als vaststaand wordt aangenomen dat de facturen in het kader van de barterdeal zijn ‘betaald’ door middel van door Sporstgen gecreëerde exposure.
4.3.
De conclusie is dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen.
4.4.
De kantonrechter constateert dat in de dagvaarding van 27 oktober 2025 [naam 1] als eisende partij vermeld staat, terwijl in het als productie 1 bij die dagvaarding aangehechte uittreksel van de Kamer van Koophandel staat dat ‘ [naam 1] ’ een handelsnaam is van [eiser] Verder staat in de als productie 8 overgelegde pagina’s 1 en 2 van een eerder op 13 oktober 2025 uitgebrachte dagvaarding, een dagvaarding die is ingetrokken, als eisende partij vermeld [eiser] , mede handelend onder de naam [naam 1] . De kantonrechter gaat er vanuit dat per vergissing in de dagvaarding van 27 oktober 2025 als eisende partij de besloten vennootschap [naam 1] is vermeld en zij ziet aanleiding de aanhef van dit vonnis aan te passen in die zin dat als eiser [eiser] met handelsnaam [naam 1] wordt vermeld.
4.5.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sportsgen worden begroot op:

- salaris gemachtigde



720,00

(2 punten × € 360,00)

- nakosten



144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



864,00
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.

Artikel delen